Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] , gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland, de heffingsambtenaar,
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Overwegingen
- [adres 3] te [plaats 3] : restwaarde 14,3%
- [adres 4] te [plaats 4] : restwaarde 0,0%
- [adres 5] te [plaats 5] : restwaarde 7,8%
- [adres 6] te [plaats 6] : restwaarde 13,1%
- [adres 7] te [plaats 7] : restwaarde 12,8%
- [adres 8] te [plaats 8] : restwaarde 12,3%
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep met betrekking tot de onroerende zaak aan de [adres 2] ongegrond;
- verklaart het beroep met betrekking tot de onroerende zaak aan de [adres 1] gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de onroerende zaak aan de [adres 1] ;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak aan de [adres 1] tot een bedrag van € 777.000;
- vermindert de voor de onroerende zaak aan de [adres 1] opgelegde aanslagen OZB dienovereenkomstig;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 833,33;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1.666,67;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 2.027,05 aan proceskosten aan belanghebbende;
- gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht aan haar vergoedt, zijnde € 354.