ECLI:NL:RBZWB:2023:6019
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen weigering herziening beëindiging Ziektewet-uitkering
Eiser, voormalig carwasher en kraanbestuurder, meldde zich ziek na een achtbaanongeval in 2017 en ontving een Ziektewet-uitkering die in 2018 werd beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Eiser verzocht om herziening van dit besluit op basis van een MRI-scan uit 2021 die nieuwe medische feiten zou aantonen.
Het UWV wees het herzieningsverzoek af, stellende dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit konden wijzigen. Verzekeringsartsen onderzochten het dossier en concludeerden dat de beperkingen ten tijde van de oorspronkelijke beoordeling juist waren vastgesteld en dat de nieuwe diagnose geen aanleiding gaf tot herziening.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk had gehandeld en dat de nieuwe medische gegevens geen nieuw feit vormden in de zin van de Awb. Ook was het besluit niet evident onredelijk. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering blijft in stand.