ECLI:NL:RBZWB:2023:5215
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en aftrek specifieke zorgkosten in belastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2013 en aanslagen IB/PVV en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2015. De inspecteur had navordering toegepast vanwege vermeende nieuwe feiten omtrent de activiteiten van belanghebbende in de paardenhouderij en corrigeerde de aftrek van specifieke zorgkosten.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde, omdat de aard en winstverwachting van de activiteiten pas later duidelijk werden. De activiteiten van de paardenhouderij werden niet als bron van inkomen erkend vanwege het ontbreken van een objectieve winstverwachting, mede gelet op de aanzienlijke verliezen. De kosten van de paardenhouderij konden niet als zakelijke kosten van de advocatenpraktijk worden afgetrokken.
Verder werd vastgesteld dat de aftrek van specifieke zorgkosten door de inspecteur juist was vastgesteld, omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor hogere aftrek. Ook de vaststelling van het voordeel uit sparen en beleggen was correct, waarbij de WOZ-waarden als uitgangspunt werden genomen. De opgelegde verzuimboete werd niet betwist en als passend beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat de beroepen ongegrond zijn en de aanslagen in stand blijven.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen en aanslagen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.