Uitspraak
Ieder van de belanghebbenden genoemd in de bijlage, belanghebbenden,
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Buitenland, de inspecteur
Vooraf
Beoordeling door de rechtbank
recht hebben op teruggaaf van dividendbelasting. De rechtbank gaat er dus eerst er veronderstellenderwijs vanuit dat alle verzoeken tot teruggaaf tijdig zijn gedaan. De rechtbank gaat er verder eerst veronderstellenderwijs vanuit dat belanghebbenden voor de toepassing van de dividendbelasting zijn aan te merken als de uiteindelijk gerechtigden tot de dividenden waarop Nederlandse dividendbelasting is ingehouden waarvoor om teruggaaf is verzocht.
- kort samengevat - aan dat de beslissing van de Hoge Raad van 23 oktober 2020 geen volledig rechtsherstel biedt en dat de vervangende betaling op diverse onderdelen onverenigbaar is met het Unierecht. Wat het regime van afdrachtsvermindering betreft, voeren belanghebbenden - kort gezegd - aan dat de beslissing van de Hoge Raad van 9 april 2021 [3] een onjuiste interpretatie en toepassing van het Unierecht geeft.
Beslissing
Rechtsmiddel
Bijlage
2012 en 2013
17/3711 en 17/3713