ECLI:NL:RBZWB:2023:4561
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over bestuurlijke lus en hersteltermijn bij onterechte niet-ontvankelijkverklaring bezwaren
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben belanghebbenden bezwaar gemaakt tegen belastingaanslagen loonbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting. De inspecteur had deze bezwaren onterecht niet-ontvankelijk verklaard, deels vanwege onvoldoende motivering en deels vanwege overschrijding van de bezwaartermijn zonder voldoende onderzoek naar verschoonbaarheid.
De rechtbank constateerde dat de inspecteur niet voldeed aan het zorgvuldigheidsbeginsel door geen waarschuwing te geven over de gevolgen van het niet binnen de termijn indienen van een geldige verschoonbaarheidsreden. Hierdoor zijn de niet-ontvankelijkverklaringen onterecht.
Gezien het grote aantal ingediende beroepen en de gelijke gang van zaken in de bezwaarfase, acht de rechtbank het praktisch om alle uitspraken op bezwaar te herbeoordelen. Partijen stemden in met het toepassen van de bestuurlijke lus, waarbij de inspecteur de gelegenheid krijgt de gebreken te herstellen.
De rechtbank stelt een termijn van vier maanden na verzending van deze tussenuitspraak vast waarbinnen de inspecteur de gebreken kan herstellen en de rechtbank kan informeren over eventuele wijzigingen in de uitspraken op bezwaar en standpunten in beroep.
De rechtbank houdt verdere beslissingen, waaronder over proceskosten, aan tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak is geen zelfstandig hoger beroep mogelijk, maar wel gelijktijdig met de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank stelt een hersteltermijn van vier maanden voor de inspecteur in en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.