ECLI:NL:RBZWB:2023:4398
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM na bezwaar over waardevermindering en vergoeding immateriële schade
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd van €1.428, vermeerderd met €66 belastingrente. De inspecteur had geen rekening gehouden met extra leeftijdskorting en stelde de aanslag vast op €4.324. Belanghebbende voerde aan dat ook een aanvullende waardevermindering wegens schade moest worden meegenomen. De rechtbank oordeelde dat normale gebruiksschade niet in mindering kan worden gebracht en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade hoger was dan erkend.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur de schade gemotiveerd had betwist en dat de door belanghebbende overgelegde hagelschade niet overtuigend was. Daarnaast wees de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, ondanks het standpunt van de inspecteur dat de vergoeding aan de gemachtigde zou toekomen.
Verder werd proceskostenvergoeding van €2.266 toegekend omdat de inspecteur bij de uitspraak op bezwaar onterecht geen rekening hield met de leeftijdskorting. De naheffingsaanslag werd verminderd tot €1.172 en de uitspraak op bezwaar vernietigd. De rechtbank veroordeelde de Minister tot betaling van immateriële schadevergoeding en de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €1.172, met toekenning van proceskosten- en immateriële schadevergoeding.