ECLI:NL:RBZWB:2022:770
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving van 2008 tot eind 2019 een bijstandsuitkering. Het college trok deze uitkering over de periode 2016-2019 in en vorderde het teveel betaalde bedrag terug, omdat uit onderzoek bleek dat eiseres vanaf 1 januari 2016 een gezamenlijke huishouding voerde met de eigenaar van haar huurwoning.
Het onderzoek bestond uit heimelijke waarnemingen, internetbronnen, bankafschriften, verbruikgegevens, getuigenverklaringen en huisbezoek. De rechtbank achtte het aannemelijk dat eiseres en de eigenaar vanaf begin 2016 samenwoonden en financiële zorg voor elkaar droegen. Eiseres betwistte dit, maar kon geen concrete feiten aandragen die het onderzoek weerlegden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres door het niet melden van de gezamenlijke huishouding de inlichtingenplicht schond, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking en terugvordering. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij recht had op bijstand in de betreffende periode. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.