ECLI:NL:RBZWB:2022:3472
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid verzoek teruggaaf BPM wegens overschrijding termijn
Belanghebbende heeft een verzoek tot teruggaaf van BPM gedaan wegens export van een auto, maar dit verzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijk gestelde termijn van dertien weken na beëindiging van de registratie in het Nederlandse kentekenregister is ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht het verzoek niet-ontvankelijk heeft verklaard en het bezwaar ongegrond heeft verklaard. Belanghebbende heeft meerdere keren geweigerd te verschijnen bij hoorgesprekken, maar de rechtbank acht de hoorplicht niet geschonden omdat voldoende gelegenheid tot horen is geboden.
Het beroep op Unierecht en artikel 110 VWEU Pro faalt omdat de teruggaaf van BPM bij export niet onder deze bepalingen valt. Ook het beroep op het arrest Kantarev over griffierechten wordt verworpen. De rechtbank wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af en verwijst belanghebbende naar de civiele rechter.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 27 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot teruggaaf BPM wordt ongegrond verklaard.