Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende exploiteert sinds 2010 een eenmanszaak als distributeur van magneetsieraden en heeft vanaf dat jaar jaarlijks verlies geleden. In 2014, het jaar in geschil, was zij voor 50% arbeidsongeschikt en ontving zij een uitkering van het UWV. De inspecteur stelde dat er geen sprake was van een bron van inkomen en wees het verlies uit onderneming af.
De rechtbank beoordeelde of er sprake was van een onderneming in fiscale zin, waarbij de objectieve verwachting om winst te behalen centraal stond. Hoewel belanghebbende een subjectief oogmerk had en deelnam aan het economische verkeer, slaagde zij er niet in aannemelijk te maken dat redelijkerwijs verwacht mocht worden dat zij in 2014 winst zou behalen. De beperkte omzet, hoge kosten en gezondheidsklachten maakten dit onwaarschijnlijk.
De rechtbank concludeerde dat het verlies niet in aftrek kon worden gebracht omdat geen sprake was van een bron van inkomen. De aanslag was daarmee correct vastgesteld en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2014 wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een onderneming in fiscale zin.