Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
BILLAGIO ENTERPRISES LTD,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 14 juni 2017 met de daarin vermelde stukken,
- het proces-verbaal van comparitie gehouden op 26 september 2017.
2.Het geschil
[gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 329.227,--, vermeerderd met de rente en kosten;
3.De beoordeling
13 november 2015 onder meer het navolgende aan de heer [gedaagde sub 2] en [naam B] (hierna: [naam B] ), met in de “cc” [naam oprichter] :
25 november 2015 aan [naam A] op dat Billagio zijn inziens de eigendom van het motorjacht niet kan aantonen. [naam A] antwoordt de heer [gedaagde sub 2] hierop dat Billagio de geregistreerde eigenaar van het motorjacht is en dat bij gebreke van assistentie van de heer [gedaagde sub 2] bij het verkrijgen van de bewuste documenten [naam A] hem zal berichten op het moment dat de koopovereenkomst getekend is door de directeuren en aandeelhouders van Billagio.
11 december 2015 bericht de heer [gedaagde sub 2] aan [naam A] dat hij nog steeds op de getekende overeenkomst wacht en vraagt hij aan [naam A] wat het probleem is. Op 15 december 2015 bericht de heer [gedaagde sub 2] aan [naam A] dat hij nog een laatste poging doet, waarbij hij vraagt waarom [naam A] niet meer reageert. Hierop antwoordt [naam A] aan de heer [gedaagde sub 2] dat hij de overeenkomst naar zijn opdrachtgever heeft gezonden en dat hij ná ontvangst van de getekende overeenkomst de heer [gedaagde sub 2] hierover zal informeren. Laatstgenoemde reageert op dezelfde dag door aan te geven dat hij vanaf 25 november 2015 vraagt naar de getekende overeenkomst, alsmede dat hij vermoedt nog jaren op een getekende overeenkomst te kunnen wachten omdat Billagio volgens hem niet de eigenaar van het motorjacht is.
2 juni 2014 niet meer bevoegd was om namens Billagio te handelen en dat [naam oprichter] hem heeft opgedragen het motorjacht te verkopen, alsmede dat het motorjacht in november 2015 aan een Amerikaanse klant is verkocht en dat [naam oprichter] heeft zorggedragen voor de deregistratie hiervan .
24 oktober 2016 is aan Billagio toegestaan om ten laste van [gedaagden] conservatoir derdenbeslag te doen leggen.
16 november 2015 en 23 november 2015 aan [gedaagde sub 1] instructie heeft gegeven tot doorbetaling van de koopsom op de bankrekening van de aandeelhouder van Billagio (Lynsberg). Volgens Billagio heeft [gedaagde sub 1] niet voldaan aan voormelde betaalinstructie zodat zij om die reden jegens Billagio toerekenbaar tekortschiet. Aan de sommatie tot doorbetaling d.d. 25 oktober 2016 heeft [gedaagde sub 1] niet voldaan, aldus Billagio, zodat zij in verzuim is komen te verkeren.
€ 316.239,36. [gedaagden] ontkennen dat zij op 20 mei 2014 een e-mailbericht van de heer [naam A] zouden hebben ontvangen waaruit volgt dat hij én niet [naam oprichter] rechtsgeldig de vertegenwoordiger van Billagio was. [gedaagden] stellen voorts dat zij ook ná 20 mei 2014 nimmer een e-mail van [naam A] en/of Billagio hebben ontvangen waaruit volgt dat zij zich uitsluitend tot [naam A] als vertegenwoordiger van Billagio dienden te richten.
3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142). Hierbij heeft de Hoge Raad overwogen dat de rechter in zijn uitspraak feiten en omstandigheden dient vast te stellen die voor risico komen van de onbevoegd vertegenwoordigde en die rechtvaardigen dat laatstgenoemde in zijn verhouding tot de wederpartij het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt
(vgl. ook HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115). Dit risicobeginsel gaat niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover [gedaagden] gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon; (vgl. HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142, NJ 2017/78) én HR, 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1356.
16 november 2015 (zie r.o. 3.1 sub h en i) verder gecorrespondeerd over onder meer de vertegenwoordigingsbevoegde van Billagio waarbij [naam A] een voorstel heeft gedaan tot het opstellen van een “special power of attorney”; hierop heeft de heer [gedaagde sub 2] geantwoord dit niet nodig te vinden, waarbij hij tevens aan [naam A] mededeelt dat hij aan [naam oprichter] kan vragen om de koopovereenkomst te ondertekenen, zulks ondanks voormelde mededeling van [naam A] van 13 november 2015 dat [naam oprichter] niet aan Billagio was gerelateerd. In ieder geval staat vast dat [naam A] in antwoord hierop uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden heeft geprotesteerd tegen de gedane suggestie om [naam oprichter] de koopovereenkomst namens Billagio te laten ondertekenen. [naam A] heeft immers op
16 november 2015 onder meer het volgende aan de heer [gedaagde sub 2] bericht (zie r.o. 3.1 sub j):
Regarding the signing of the agreement, please, be advice that
Additional information only for you. The Billagio shareholders ordered to seek assistance from police if [naam oprichter] is continuing to steal the boat. Sure it is not a joke, they are really angry and don’t understand the involvement of Mr. [naam oprichter] , if you contact really with him instead of another person. Mr. [naam oprichter] does not answer me, but I kept him copied, as you see.
this people asking them to stop any intention to manipulate and fraud but unfortunately with no success”.Uit de stukken valt niet vast te stellen dat [gedaagde sub 1] hiervan melding heeft gemaakt bij haar opdrachtgeefster Billagio, dit ondanks de eerdere berichten van [naam A] over eigendom van het motorjacht en dat [naam oprichter] niet bij Billagio betrokken was.
“Omdat [gedaagde sub 1] niet wist wat er nou precies aan de hand was, verzocht zij [naam oprichter] en [naam A] om haar met verificatoire bescheiden aan te tonen wie de rechtsgeldige eigenaar van Billagio was die dus bevoegdheid was om de (te sluiten) sales agreement tussen [naam C] en Billagio, namens laatstgenoemde te ondertekenen”.Vast staat dat [gedaagden] herhaaldelijk aan [naam A] heeft verzocht om toezending van verificatoire bescheiden waaruit zou blijken wie namens Billagio bevoegd was de koopovereenkomst te ondertekenen. Hierbij betogen [gedaagden] dat [gedaagde sub 1]
“de sales agreement, namens Billagio, door een bevoegd persoon ondertekend, nimmer retour gezonden kreeg”. In het licht van voormelde feiten en omstandigheden volgt reeds dat geenszins geconcludeerd kan worden tot het wekken van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [naam oprichter] door Billagio.
7 dagen ná dagtekening van voormelde brief over te gaan tot betaling van het gevorderde bedrag, aan welke sommatie [gedaagde sub 1] geen gehoor heeft gegeven. Dit betekent dat [gedaagde sub 1] met ingang van 3 november 2016 in verzuim zijn komen te verkeren zodat de rechtbank de wettelijke handelsrente over het gevorderde bedrag met ingang van voormelde datum zal toewijzen; één en ander zoals hierna in het dictum verwoord.
,
€ 4.000,00 (2 punten × tarief € 2.000,--)
4.De beslissing
14 dagen na aanschrijving door Billagio volledig aan dit vonnis voldoen, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening;