Belanghebbende deed aangifte BPM voor een geïmporteerde Audi A5 en betaalde een naheffingsaanslag van €225. De inspecteur vernietigde de aanslag na bezwaar, erkende dat het een marge-auto betrof en kende een forfaitaire kostenvergoeding van €244 toe.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de hoorplicht had geschonden, maar deze schending passeerde omdat belanghebbende niet benadeeld was. Er werd een rentevergoeding vastgesteld over het bedrag van de vermindering volgens artikel 28c Invorderingswet. De rechtbank wees een hogere vergoeding voor werkelijke kosten van rechtsbijstand af wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden.
Verder werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waarbij werd geoordeeld dat er geen samenhang was met andere zaken. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €496 per zaak, gebaseerd op forfaitaire punten. Het beroep werd gegrond verklaard en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.