ECLI:NL:RBZWB:2013:CA2334
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzuimboete vennootschapsbelasting en proceskostenvergoeding bij schending hoorrecht
Belanghebbende kreeg een verzuimboete van €2.460 opgelegd wegens het te laat indienen van de aangifte vennootschapsbelasting 2010. De inspecteur matigde deze boete in de bezwaarfase tot €500, rekening houdend met verzachtende omstandigheden zoals het eerste aangiftejaar en de geringe termijnoverschrijding.
Belanghebbende stelde dat zij niet gehoord was, ondanks haar verzoek daartoe. De rechtbank oordeelde dat het hoorrecht was geschonden omdat geen hoorgesprek heeft plaatsgevonden, noch telefonisch, terwijl de inspecteur dit had moeten navragen. Dit leidde tot onzorgvuldig optreden van de inspecteur.
De rechtbank bevestigde dat de boete passend was en wees verdere matiging af. Wel werd geoordeeld dat de inspecteur bij het opleggen van de boete niet alle bekende feiten in acht had genomen, waardoor de boete tegen beter weten in op het hoogste bedrag was vastgesteld. Daarom werd een integrale proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend.
Voor de beroepsfase werd een proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld. Vergoeding van schade werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid. Het beroep werd gegrond verklaard voor de kostenvergoeding van de bezwaarfase en ongegrond voor de boete zelf.
Uitkomst: De rechtbank matigde de verzuimboete tot €500 maar kende een integrale proceskostenvergoeding toe wegens schending van het hoorrecht.