ECLI:NL:HR:2007:BA9393
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navordering na fout in belastingaangifte en reikwijdte artikel 16 AWR
In deze zaak is aan belanghebbende over het jaar 2001 een navorderingsaanslag opgelegd nadat hij abusievelijk een fout had gemaakt in zijn aangifte inkomstenbelasting, waarbij de hypotheekrente onjuist was opgegeven. De Inspecteur had de fout geautomatiseerd overgenomen en een navorderingsaanslag opgelegd. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch vernietigde deze navorderingsaanslag omdat de Inspecteur de fout kende of redelijkerwijs had kunnen kennen en de aangifte niet nader had onderzocht.
De Advocaat-Generaal stelde in cassatie in het belang der wet dat artikel 16 lid 1 AWR Pro ruimer moet worden uitgelegd om navordering ook mogelijk te maken wanneer de aanslag is gebaseerd op een foutieve, maar niet opzettelijke fout van de belastingplichtige. De Hoge Raad overwoog dat hoewel de werkwijze van de Belastingdienst is veranderd en geautomatiseerd, de uitleg van artikel 16 AWR Pro niet zonder meer aangepast moet worden. Dit is een rechtspolitieke keuze die aan de wetgever is.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de Inspecteur niet bevoegd is tot navordering als hij zelf een fout heeft gemaakt die hij niet door navordering mag herstellen. Hiermee blijft de huidige jurisprudentie over artikel 16 lid 1 AWR Pro ongewijzigd, ondanks de veranderde werkwijze van de Belastingdienst.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat navordering niet mogelijk is bij een door de Inspecteur gemaakte fout in de aangifteverwerking.