ECLI:NL:RBUTR:2011:BS1410
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning medehuurderschap en voortzetting huur na beëindiging samenleving
Eiseres heeft samen met haar ex-partner in een woning gewoond waarvan laatstgenoemde de huurovereenkomst had met Stichting Groenwest (SWW). Na een bedreiging door haar ex-partner werd deze uit de woning verwijderd en beëindigde hij de huurovereenkomst zonder medeweten van eiseres. Eiseres bleef met haar kind in de woning wonen en betaalde de huur.
Eiseres vorderde dat zij medehuurder werd van de woning op grond van artikel 7:266 BW Pro of subsidiair gelijkgesteld werd aan een medehuurder op grond van artikel 7:267 BW Pro. De kantonrechter oordeelde dat artikel 7:266 BW Pro niet van toepassing was omdat er geen huwelijk of geregistreerd partnerschap was, maar dat eiseres wel aan de voorwaarden van artikel 7:267 BW Pro voldeed. De kantonrechter stelde vast dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en dat het verzoek tot medehuurderschap tijdig was ingediend.
SWW voerde aan dat het medehuurderschap niet kon worden toegekend omdat het verzoek niet mede door de huurder was ingediend en omdat eiseres niet beschikte over een huisvestingsvergunning. De kantonrechter oordeelde dat de goede trouw in de gegeven omstandigheden meebrengt dat het ontbreken van medewerking van de huurder niet tegen eiseres kan worden gebruikt. De kantonrechter hield de beslissing over de huisvestingsvergunning aan en gaf SWW de gelegenheid zich hierover uit te laten.
In reconventie vorderde SWW ontruiming van de woning, maar ook deze beslissing werd aangehouden in afwachting van de uitkomst van de hoofdzaak. Het vonnis werd uitgesproken op 7 september 2011 door kantonrechter H. Phaff.
Uitkomst: Eiseres wordt medehuurder van de woning op grond van artikel 7:267 BW, verdere beslissingen worden aangehouden.