ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4327
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- I. Obbink-Reijngoud
- A.J.M. Arends
- Rechtspraak.nl
Verlengde navorderingstermijn terecht toegepast op verzwegen vermogen op Amerikaanse effectenrekeningen
Eiseres had in haar belastingaangiften over de jaren 1998 tot en met 2004 inkomsten en vermogensbestanddelen van effectenrekeningen in de Verenigde Staten niet aangegeven. De Belastingdienst legde daarop een navorderingsaanslag op met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat de verlengde termijn niet mocht worden toegepast vanwege verboden beperkingen van het kapitaalverkeer en onvoldoende voortvarendheid van de Belastingdienst.
De rechtbank overwoog dat het aanhouden van effectenrekeningen in een derde land onder de standstill-bepaling van het EG-Verdrag valt, waardoor de verlengde navorderingstermijn niet in strijd is met het EU-recht. Tevens stelde de rechtbank vast dat de navordering over de jaren 2005 tot en met 2008 binnen de reguliere termijn was opgelegd. De stelling van eiseres dat de navordering over de jaren 1998 tot en met 2004 onterecht is, werd niet inhoudelijk behandeld omdat de rechtbank aannam dat verweerder niet onredelijk had gehandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover de navorderingsaanslag na een ambtshalve vermindering werd gehandhaafd, veroordeelde verweerder in de proceskosten en wees een vergoeding van het griffierecht toe. Een immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd na ambtshalve vermindering, met toewijzing van proceskosten aan eiseres.