ECLI:NL:HR:2010:BM3301
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen in strijd met het EG-rechtelijke evenredigheidsbeginsel vernietigd
Deze zaak betreft het beroep in cassatie van de erfgenamen van X tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over navorderingsaanslagen opgelegd door de Inspecteur. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en prejudiciële uitspraken van het Hof van Justitie die regels stellen omtrent de toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij navorderingsaanslagen op buitenlandse spaartegoeden.
De Hoge Raad stelt dat de Inspecteur de navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR heeft overschreden. Hoewel de Inspecteur medio 1996 beschikte over de benodigde gegevens, werden de aanslagen pas in december 1999 opgelegd, nadat men zich realiseerde dat een langere navorderingstermijn van toepassing was. Dit is in strijd met het evenredigheidsbeginsel zoals uitgelegd door het Hof van Justitie.
Als gevolg hiervan vernietigt de Hoge Raad de navorderingsaanslagen en veroordeelt de Staat tot vergoeding van de proceskosten aan de zijde van belanghebbenden. Hiermee wordt het belang van een redelijke termijn voor het opleggen van navorderingsaanslagen bevestigd, zeker bij buitenlandse tegoeden waar extra onderzoek nodig is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslagen wegens overschrijding van de navorderingstermijn en schending van het evenredigheidsbeginsel.