ECLI:NL:RBSGR:2011:BT7287
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- T. van Rij
- E.G. van Roest
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en matiging navorderingsaanslagen en boetes wegens verzwegen buitenlandse banktegoeden
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde beroepen tegen navorderingsaanslagen, verhogingen, vergrijpboetes en heffingsrenten opgelegd in het kader van het project Bank Zonder Naam, waarbij eiser werd geïdentificeerd als rekeninghouder van een buitenlandse bankrekening bij [F]. De navorderingsaanslagen betroffen de jaren 1995 tot en met 2004 voor inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslagen over de jaren 1996 tot en met 2001 (inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen) en 1997 tot en met 2000 (vermogensbelasting) niet voortvarend waren opgelegd en vernietigde deze. De overige aanslagen werden terecht opgelegd, maar de boetes werden gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank accepteerde de door verweerder gebruikte renseignementen als betrouwbaar en oordeelde dat eiser terecht werd aangemerkt als rekeninghouder, waarbij de bewijslast wegens het niet verstrekken van informatie aan eiser werd omgekeerd.
De rechtbank matigde de boetes met 15% voor de jaren 1995, 2002 en 1996 en met 5% voor de jaren 2003 en 2004. Tevens werden de heffingsrenten aangepast aan de verminderingen van de navorderingsaanslagen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser. Het hoger beroep staat open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en boetes over 1996-2001 vernietigd wegens overschrijding redelijke termijn, overige aanslagen bevestigd met matiging boetes.