ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4983
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- T. van Rij
- S.K.A. Efstratiades
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en vermindering van navorderingsaanslagen en boetes wegens verzwegen buitenlandse banktegoeden
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde beroepen tegen navorderingsaanslagen, verhogingen, vergrijpboetes en heffingsrenten opgelegd in het kader van het project Bank Zonder Naam, gericht op verzwegen buitenlandse banktegoeden bij de [G]. De inspecteur had navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1995 tot en met 2004, deels met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn.
De rechtbank oordeelde dat navorderingsaanslagen over de jaren 1996 tot en met 2001 en vermogensbelasting 1997 tot en met 2000 niet voortvarend waren opgelegd en vernietigde deze. De aanslagen over 1995, 2002 tot en met 2004 en vermogensbelasting 1996 waren terecht opgelegd, maar de boetes werden gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank stelde vast dat eiser houder was van een buitenlandse bankrekening bij de [G] op basis van gegevens verkregen via Belgische autoriteiten. Eiser had zijn inlichtingenverplichting niet nageleefd, waardoor de bewijslast werd omgekeerd. Verweerder had een redelijke schatting gemaakt van de vermogens- en inkomensbestanddelen. De boetes en verhogingen werden passend geacht, maar matiging werd toegepast vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen over 1996-2001 vernietigd wegens overschrijding redelijke termijn; overige aanslagen terecht, boetes gematigd; proceskosten toegewezen aan eiser.