ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4972
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- T. van Rij
- S.K.A. Efstratiades
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen en boetes wegens verzwegen buitenlandse banktegoeden in project Bank Zonder Naam
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde beroepen tegen navorderingsaanslagen, vergrijpboetes en heffingsrenten opgelegd in het kader van het project Bank Zonder Naam, gericht op verzwegen buitenlandse banktegoeden bij de [G]. Eiseres ontkende het rekeninghouderschap, maar verweerder stelde op grond van verstrekte renseignementen en identificatie via het BVR-systeem dat zij rekeninghoudster was.
De navorderingsaanslag over 2001 werd met de verlengde navorderingstermijn opgelegd, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet voortvarend was opgelegd en vernietigde deze aanslag en de daarbij behorende boete. De navorderingsaanslagen over 2002 tot en met 2005 werden binnen de reguliere termijn opgelegd en werden geacht terecht te zijn vastgesteld. De rechtbank matigde de vergrijpboetes wegens overschrijding van de redelijke termijn met 15% voor 2002 en 5% voor 2003-2005.
De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat de renseignementen onrechtmatig waren verkregen en achtte de schatting van de fiscus redelijk. De omkering van de bewijslast werd toegepast omdat eiseres niet aan haar inlichtingenverplichting voldeed. De heffingsrente werd niet verminderd. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Navorderingsaanslag 2001 vernietigd wegens termijnoverschrijding; overige aanslagen 2002-2005 terecht met matiging boetes.