ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2872
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring bij weigering identiteitspapier
Eiseres werd op 6 juli 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het niet kunnen vaststellen van haar identiteit en het ontbreken van een geldig identiteitspapier zoals bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit. Eiseres voerde aan dat de ophouding en bewaring onrechtmatig waren, onder meer omdat zij niet tijdig was geïnformeerd, haar recht op rechtsbijstand was geschonden, en de bewaring werd gebruikt voor een ander doel dan uitzetting.
De rechtbank overwoog dat het ontbreken van een identiteitspapier aan eiseres kan worden toegerekend en dat zij geen medewerking heeft verleend aan het vaststellen van haar identiteit. Hierdoor was er voldoende grond om de bewaring op te leggen. Hoewel de ophouding onrechtmatig lang duurde, was de daaropvolgende bewaring gerechtvaardigd gezien het weigeren van medewerking door eiseres.
Verder oordeelde de rechtbank dat het uitlezen van de mobiele telefoon van eiseres geen directe invloed had op de rechtmatigheid van de maatregel en dat het recht op rechtsbijstand niet was geschonden. De rechtbank kon niet oordelen over de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit, omdat dit buiten haar bevoegdheid viel.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.