ECLI:NL:RVS:2008:BD2161
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en uitlezen mobiele telefoon zonder wettelijke grondslag
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling onrechtmatig werd geoordeeld vanwege het zonder wettelijke grondslag uitlezen van diens mobiele telefoon.
De staatssecretaris van Justitie stelde dat deze onrechtmatigheid geen invloed had op de rechtmatigheid van de bewaring zelf, aangezien het uitlezen pas na oplegging van de maatregel plaatsvond en de verkregen informatie niet doorslaggevend was voor de uitzetting.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het uitlezen van de telefoon zonder wettelijke grondslag niet automatisch de bewaring onrechtmatig maakt. Er was geen bewijs dat de uitzetting afhankelijk was van de informatie uit de telefoon. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Ook werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.