ECLI:NL:RVS:2002:AE3705
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering openbare orde
De staatssecretaris van Justitie stelde een vreemdeling op 7 maart 2002 in vreemdelingenbewaring wegens het ontbreken van een identiteitsbewijs en het vermoeden dat de vreemdeling zich aan zijn uitzetting zou onttrekken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en hief de bewaring op. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het besluit tot bewaring onvoldoende was gemotiveerd, omdat alleen het ontbreken van een identiteitsbewijs werd genoemd zonder nadere uitleg waarom dit een vermoeden van onttrekking rechtvaardigt. De staatssecretaris kon niet steunen op verklaringen buiten het besluit zelf. Daarnaast ontbraken in het besluit de andere door de staatssecretaris aangevoerde gronden zoals het onnodig afstand doen van reisdocumenten en onvoldoende medewerking.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, zij het met een aanvulling van de motivering. De klacht dat de rechtbank niet had vermeld welke rechtsregel was geschonden werd erkend, maar leidde niet tot vernietiging. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard en de opheffing van de bewaring gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering van het besluit.