ECLI:NL:RBSGR:2009:BH0279
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. Keuzenkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inbewaringstelling vreemdeling ondanks niet-verwijzen op consulaire bijstand
Eiser, een vreemdeling van Ethiopische nationaliteit, werd op 8 december 2008 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en vorderde tevens schadevergoeding. Eiser betoogde dat hij ten onrechte niet was gehoord voorafgaand aan de inbewaringstelling, terwijl volgens hem de ophoudingstermijn verlengd had kunnen worden om hem te horen. De rechtbank oordeelde dat het niet beschikbaar zijn van een tolk in de juiste taal geen reden is om de ophouding te verlengen en dat eiser daarom terecht in bewaring is gesteld voordat hij werd gehoord.
Daarnaast stelde eiser dat hij niet was gewezen op zijn recht op consulaire bijstand zoals vastgelegd in artikel 36 van Pro het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen. Hoewel verweerder dit bevestigde, oordeelde de rechtbank dat deze schending niet tot onrechtmatigheid leidt indien de belangen van de bewaring in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek. Gezien het gebruik van een vals document en de verdenking van een misdrijf, alsmede criminele antecedenten, vond de rechtbank dat de belangenafweging in het voordeel van de bewaring uitviel.
De rechtbank concludeerde dat de toepassing en tenuitvoerlegging van de bewaring in overeenstemming zijn met de wettelijke vereisten en dat de bewaring gerechtvaardigd is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.