Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres ( [eiseres] )
Stichting Autoriteit Financiële Markten, verweerster (AFM)
Samenvatting1.Deze uitspraak gaat over de vraag of de AFM de aan [eiseres] verleende vergunning voor het adviseren over en bemiddelen in verschillende financiële producten (de vergunning) terecht heeft ingetrokken. [eiseres] is het met de intrekking niet eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
Procesverloop
Feiten en totstandkoming van de besluiten
- overtreding van artikel 4:15, eerste lid, van de Wft, gelezen in samenhang met artikel 29, derde lid, van het BGfo in de periode van 28 juni 2018 tot heden omdat [eiseres] vier maal een incident in het geheel niet heeft gemeld ([naam bank], [naam bank 2], [naam bank 3] en [bank 4]) en eenmaal niet onverwijld heeft gemeld ([naam verzekeraar]);
- overtreding van artikel 4:15, eerste lid, van de Wft, gelezen in samenhang met artikel 29, eerste lid, van het BGfo, in de periode van 28 juni 2018 tot heden omdat [eiseres] ontoereikende procedures en maatregelen voor de omgang met incidenten heeft vastgesteld;
- overtreding van artikel 1:117, eerste lid, van de Wft in de periode van 7 februari 2015 tot 1 september 2021 omdat [eiseres] geen beheerst beloningsbeleid voerde dat zij schriftelijk had vastgelegd;
- overtreding van artikel 1:120, eerste lid, van de Wft in de periode van 7 februari 2015 tot
3 november 2022, omdat [eiseres] op haar website geen beschrijving van haar beloningsbeleid had opgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Wij betreuren uw beslissing van 3 januari 2024 waarin u aangeeft de samenwerking te willen verbreken. Wij vinden dit zeer jammer en zien geen reden hiertoe. Hierbij geven wij aan dat wij de beëindiging van de samenwerking zien als een incident in de zin van de WWFT en zullen hiervan een melding doen bij het AFM.’. De rechtbank komt dus tot de conclusie dat deze gebeurtenis terecht is aangemerkt door de AFM als incident. De hiertoe aangedragen beroepsgronden kunnen dus niet slagen.
Zoals hiervoor onder 8.1 is overwogen, is het incident met [naam bank 2] weliswaar in het incidentenregister opgenomen, maar daarbij is niet opgenomen welke maatregelen er na dit incident zijn getroffen. [eiseres] heeft aangedragen dat zij naar aanleiding van het incident inzake [naam bank 2] het CRM-systeem in gebruik heeft genomen. Dit systeem zorgt er volgens [eiseres] voor dat medewerkers niet in elkaars systeem kunnen inloggen om aanvragen te doen. [eiseres] heeft echter niet geconcretiseerd wanneer zij dit systeem in gebruik heeft genomen. Bovendien is het incident met [naam bank 2] niet – zoals [eiseres] kennelijk meent – (slechts) het gevolg van (mogelijk) misbruik van e-mailadressen. Gebruikmaking van het CRM-systeem kan bovendien het verstrekken van foutieve of valse informatie niet ondervangen.
Vast staat dat de incidenten met [naam bank], [naam bank 3], [naam verzekeraar] niet zijn opgenomen in het incidentenregister terwijl ook niet is gebleken dat [eiseres] maatregelen heeft genomen nadat deze incidenten zich hebben voorgedaan. Ten aanzien van het incident met betrekking tot [naam bank 3] heeft [eiseres] aan [naam bank 3] onder meer toegezegd dat [naam 12] niet langer betrokken zou worden bij financieringsdossiers van [naam bank 3] en daaraan gelieerde labels. Uit onderzoek van de AFM blijkt echter dat [naam 12] ook daarna nog bij in ieder geval enkele dossiers van [naam bank 3] betrokken is geweest. Dit maakt duidelijk dat [eiseres] deze toezegging dus niet heeft nageleefd. Daarnaast is naar aanleiding van dit incident toegezegd dat [onderneming 2] zou verhuizen, maar ook dit bleek niet te zijn gebeurd ten tijde van het onderzoek ter plaatse.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
in de plaats treedt van het bestreden besluit;