Eiser is op 15 mei 2025 staande gehouden wegens verkeersovertredingen met een motorscooter, waaronder rechts inhalen via een fietspad, door rood rijden en met 80 km/u over een fietspad rijden. Het CBR legde op 2 juni 2025 een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) op. Eiser maakte bezwaar en gaf aan gehoord te willen worden, maar reageerde niet op een brief van het CBR waarin om bevestiging werd gevraagd. Het CBR verklaarde het bezwaar ongegrond zonder eiser te horen.
De rechtbank oordeelt dat het CBR ten onrechte niet heeft gehoord in bezwaar, wat een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel inhoudt. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat eiser in de beroepsprocedure wel zijn standpunten schriftelijk en mondeling kon toelichten en daardoor niet is benadeeld.
Inhoudelijk mag het CBR afgaan op het mutatierapport van de politie waarin de overtredingen zijn vastgelegd. Eiser erkent het rijden op het fietspad, maar ontkent snelheid en door rood rijden zonder onderbouwing. De strafrechtelijke vernietiging van een boete wegens rechts inhalen doet niet af aan de bestuursrechtelijke maatregel, die op andere bewijsregels is gebaseerd.
De rechtbank concludeert dat het CBR terecht een EMG heeft opgelegd wegens herhaaldelijk gevaarlijk rijgedrag. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het CBR wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten wegens de procedurele tekortkoming.