ECLI:NL:RVS:2018:3203
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na alcoholgebruik ondanks strafrechtelijke vrijspraak
Appellant werd op 19 november 2016 aangehouden wegens rijden onder invloed met een alcoholgehalte van 590 µg/l. Het CBR schorste daarop zijn rijbewijs en legde hem een onderzoek naar alcoholgebruik op. Appellant betaalde de kosten niet, waarna het CBR het rijbewijs ongeldig verklaarde. Hij verzocht om herziening van dit besluit, maar dit werd afgewezen omdat hij geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aanvoerde.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij strafrechtelijk was vrijgesproken omdat hij niet de bestuurder was, en overhandigde WhatsApp-berichten die dit zouden bewijzen. De Raad van State oordeelde dat de vrijspraak niet automatisch het bestuursrechtelijke besluit onderuit haalt, tenzij het vonnis de feiten waarop het bestuursrechtelijke besluit is gebaseerd aantoonbaar weerlegt. De WhatsApp-berichten waren geen nieuw feit omdat ze dateren van vóór het oorspronkelijke besluit.
De Raad van State concludeerde dat het CBR terecht het verzoek om herziening heeft afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor aanhouding van de procedure of het horen van een getuige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs van appellant wordt bevestigd ondanks zijn strafrechtelijke vrijspraak.