Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijs
inde zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Blow, model TR34, kaliber 9 mm kort (.380 auto), voorhanden heeft gehad;
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf en maatregel
5.Vorderingen van de benadeelde partijen
- € 17.322,43 als vergoeding voor materiële schade;
- € 17.500,- als vergoeding voor affectieschade;
- € 36.255,36 als vergoeding van materiële shockschade.
- de kosten voor boodschappen ter hoogte van € 331,33 en de schade aan de woning van € 236,15, omdat er geen causaal verband is tussen deze schade en het strafbare feit;
- de materiële shockschade van € 36.255,36 in verband met studievertraging, omdat zonder nader onderzoek niet is vast te stellen of dit is veroorzaakt door het strafbare feit.
- € 8.658,84, subsidiair € 6.575,79 als vergoeding voor materiële schade;
- € 20.000,- als vergoeding voor affectieschade.
- de kosten voor het rijbewijs;
- de directe voedingskosten.
- € 32.397,84, subsidiair € 28.824,24, meer subsidiair € 7.382,64, meest subsidiair € 3.723,75 voor materiële schade;
- € 20.000,- als vergoeding voor affectieschade;
- € 2.206,87 als vergoeding voor materiële shockschade.
- de kosten voor levensonderhoud voor zover dit toekomstige schade betreft en voorts is met betrekking tot het fruit geen sprake van een causaal verband tussen de schade en het strafbare feit;
- de kosten voor het rijbewijs.
- € 69,94 als vergoeding voor materiële schade bestaande uit kosten van lijkbezorging in de zin van artikel 6:108 lid 2 BW Pro;
- € 17.500,- als vergoeding voor affectieschade;
- € 22.560,- als vergoeding van shockschade.
- de affectieschade;
- de shockschade.
- € 17.940,50 als vergoeding voor materiële schade;
- € 20.000,- als vergoeding voor affectieschade.
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
gevangenisstraf van 14 (veertien) jaar;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat de terbeschikkinggestelde
van overheidswege wordt verpleegd;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partijen aan de staat de geldbedragen te betalen zoals genoemd in onderstaand schema (kolom ‘SVM’), en de wettelijke rente vanaf de data zoals daarbij genoemd tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal van het toegewezen totaal (per benadeelde partij) niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
1 (één) dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;