ECLI:NL:RBROT:2024:5946
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op schadevergoeding pensioenschade wegens niet opleggen loonsanctie door UWV
Verzoekster, voormalig verzorger, meldde zich ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV concludeerde dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, maar legde geen loonsanctie op omdat dit niet tijdig was gemeld. Verzoekster vorderde schadevergoeding, waaronder pensioenschade.
Na bezwaar en aanvullend onderzoek stelde het UWV een pensioenschade vast van € 481,15, gebaseerd op een periode van 3 mei 2021 tot 1 augustus 2021. Verzoekster betwistte de gehanteerde reductiefactor en de periode van berekening, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht uitging van de beëindiging van de dienstbetrekking per 1 augustus 2021 en dat de reductiefactor en schadeberekening passend waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot volledige pensioenschadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster tegen het UWV is ongegrond verklaard en de pensioenschade vastgesteld op € 481,15.