ECLI:NL:RBROT:2023:7350
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenwoning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiseres betwist de WOZ-waarde van haar tussenwoning uit 1900, vastgesteld op €196.000,- voor het belastingjaar 2021. Zij stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een waarde van €165.000,-. Verweerder baseert de waarde op een waardematrix met vergelijkingsobjecten, gecorrigeerd voor kwaliteit, onderhoud en ligging. De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de correcties adequaat zijn toegepast.
Eiseres voert aan dat niet alle relevante stukken zijn verstrekt en dat de procesorde is geschonden doordat verweerder in beroep nieuwe vergelijkingsobjecten aanvoert. De rechtbank verwerpt deze gronden, omdat de gevraagde gegevens zijn verstrekt en het gebruik van nieuwe vergelijkingsobjecten in beroep is toegestaan mits goede procesorde in acht wordt genomen.
De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn van vijf maanden in de bezwaarfase. Op grond hiervan wordt verweerder veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €50,- en tot vergoeding van proceskosten van €418,50. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding en proceskosten aan eiseres wegens termijnoverschrijding.