Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
ontneming)
1..ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING
2..VOORAFGAANDE VEROORDELING
- medeplegen van gewoontewitwassen, gepleegd in de periode van 1 januari 2016 tot en met 26 april 2019;
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd op 9 april 2019;
- medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, gepleegd op 9 april 2019;
- medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, gepleegd op 7 maart 2019;
- medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, gepleegd in de periode van 7 oktober 2015 tot en met 9 april 2019.
3..VORDERING
4..BEOORDELING EN BEREKENING WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL
€ 211.030.
€ 137.580.
€ 58.710.
€ 240.550.
€ 16.150.
€ 16.150,00 +
€ 332.010,00.
- Uit onderzoek naar de transactiegegevens van kaart [nummer07] is gebleken dat met deze kaart in de periode van 15 april tot en met 15 juli 2016 in totaal 48 contante opnamen zijn gedaan voor een totaalbedrag van
- Uit onderzoek naar de transactiegegevens van kaart [nummer08] is gebleken dat met deze kaart in de periode van 15 april tot en met 11 oktober 2016 in totaal 88 contante opnamen zijn gedaan voor een totaalbedrag van
- Uit onderzoek naar de transactiegegevens van kaart [nummer09] is gebleken dat met deze kaart in de periode van 15 april tot en met 27 juli 2016 in totaal 36 contante opnamen zijn gedaan voor een totaalbedrag van
- Uit onderzoek naar de transactiegegevens van kaart [nummer10] is gebleken dat met deze kaart in de periode van 15 april tot en met 15 juli 2016 in totaal 27 contante opnamen zijn gedaan voor een totaalbedrag van
- Uit onderzoek naar de transactiegegevens van kaart [nummer11] is gebleken dat met deze kaart in de periode van 15 april tot en met 12 september 2016 in totaal 37 contante opnamen zijn gedaan voor een totaalbedrag van
totaal
€ 140.810,00als uitsluitend door [veroordeelde01] wederrechtelijk verkregen voordeel worden aangemerkt.
€ 156.227,04(€ 239.822,56 - € 89.540,52 +
€ 21.030,50als uitsluitend door [veroordeelde01] wederechtelijk verkregen voordeel zal worden aangemerkt.
€ 1.347.992,80bedraagt (55,3 x
21.030,50 +
1.347.992,80 +
5..VASTSTELLING VAN HET TE BETALEN BEDRAG
€ 103.338,50op de aan de veroordeelde op te leggen betalingsverplichting in mindering zal worden gebracht. Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt anders dubbel ontnomen. Anders dan de verdediging, wordt de aangekochte ‘mining’ computer, die voor € 16.000,00 zou zijn aangeschaft, niet in mindering gebracht op te leggen betalingsverplichting, omdat dit bedrag niet is onderbouwd. Evenmin komt het bedrag van € 11.600,00 dat op een ING rekening stond voor aftrek in aanmerking, omdat hierop beslag rust en dit geldbedrag niet verbeurd is verklaard.
€ 1.491.579,55(totaal wederrechtelijk verkregen voordeel € 1.594.918,05 - € 103.338,50) ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.
6..TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
7..BESLISSING
€ 1.594.918,05(zegge: één miljoen vijfhonderdvierennegentig duizend negenhonderdachttien euro en vijf eurocent);
€ 1.491.579,55(zegge: één miljoen vierhonderdéénennegentig duizend vijfhonderdnegenenzeventig euro en vijfenvijftig eurocent);
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van
Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
889 (achthonderdnegenentachtig) dagen.