Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 december 2019 in de zaak tussen
Bungalow Booker B.V., beide gevestigd te Haarlem, eiseressen (Hotel Booker en Bungalow Booker, gezamenlijk: Booker c.s.),
Rechtbank Rotterdam
Hotel Booker B.V. en Bungalow Booker B.V. (gezamenlijk Booker c.s.) hebben bij het bedrijfstakpensioenfonds voor de Reisbranche (Bpf Reiswerk) verzocht om vrijstelling van verplichte deelneming. Deze verzoeken werden afgewezen, waarna Booker c.s. beroep instelden bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelde dat zij onbevoegd is kennis te nemen van het beroep voor zover dit gericht is tegen de verplichte deelneming zelf, omdat dit exclusief aan de civiele rechter toekomt. De rechtbank beoordeelde het vrijstellingsverzoek voorwaardelijk onder de aanname dat verplichte deelneming bestaat.
De rechtbank verwierp het beroep omdat Booker c.s. niet voldeden aan de voorwaarden voor vrijstelling op grond van artikel 2 van Pro het Vrijstellingsbesluit en geen zwaarwegende omstandigheden hadden aangetoond voor een onbepaalde vrijstelling op grond van artikel 6. Bpf Reiswerk mocht de belangen van solidariteit en collectiviteit laten prevaleren. Bovendien was er de mogelijkheid tot een afloop- of afwikkelvrijstelling voor bepaalde tijd.
Het verzoek van Booker c.s. om inzage in vrijstellingsbesluiten van andere werkgevers werd afgewezen vanwege gebrek aan concrete aanwijzingen en het voorkomen van een 'fishing expedition'. De rechtbank verklaarde het beroep voor het overige ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart zich onbevoegd voor zover het is gericht tegen de verplichte deelneming.