ECLI:NL:RBROT:2018:4050
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatie maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning onder Wmo 2015
Eiseres, met diverse medische aandoeningen, ontving op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning geïndiceerd in resultaatgebieden in plaats van uren. Zij betwistte deze werkwijze en vorderde een indicatie met een concrete tijdsbepaling, stellende dat de toegewezen ondersteuning onvoldoende is en dat de zorgaanbieder een dubbelrol heeft.
De rechtbank stelt vast dat het college een grote beleidsvrijheid heeft en dat maatwerkvoorzieningen passend moeten zijn afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van de cliënt. De indicatie is gebaseerd op een zorgvuldige beoordeling door de Wmo-klantmanager en een ondersteuningsplan opgesteld in overleg met eiseres en de zorgaanbieder, dat onderdeel uitmaakt van het besluit.
Hoewel eiseres de voorkeur geeft aan een indicatie in uren, oordeelt de rechtbank dat het indiceren in resultaatgebieden met een concreet ondersteuningsplan voldoende inzicht geeft in de te leveren zorg en dat het ontbreken van een tijdspecificatie per activiteit niet leidt tot strijd met de Wmo 2015 of het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank weegt mee dat schoonmaakinspecties door een onafhankelijke derde plaatsvinden en dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor medewerking aan het bereiken van de resultaten. De bezwaren van eiseres tegen de rol van de zorgaanbieder en het ontbreken van objectief onderzoek worden verworpen omdat de situatie afwijkt van eerdere jurisprudentie waarop zij zich beroept.
Uiteindelijk wordt geoordeeld dat de maatwerkvoorziening passend is en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het indicatiebesluit voor huishoudelijke ondersteuning wordt ongegrond verklaard.