ECLI:NL:RBROT:2018:133
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking bijstandsuitkering en boete wegens niet-melding werkzaamheden als deejay
Eiser had zijn bijstandsuitkering over de periode 2010 tot en met 2016 ontvangen, maar het college van burgemeester en wethouders van Schiedam trok deze uitkering in en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet melden van werkzaamheden als deejay en stortingen op een bankrekening.
Eiser voerde aan dat hij geen op geld waardeerbare werkzaamheden had verricht, maar slechts probeerde bekendheid te krijgen als deejay zonder inkomsten. Ook stelde hij dat de bankrekening niet van hem was en dat hij zijn hobby niet hoefde te melden.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk op geld waardeerbare arbeid had verricht, gelet op de aard en duur van de optredens en de vele stortingen op zijn bankrekening. Door dit niet te melden had hij de inlichtingenplicht geschonden. De intrekking van de bijstand en terugvordering waren daarom terecht.
Ook werd geoordeeld dat de boete terecht was opgelegd vanwege grove schuld, gezien de lange duur van de activiteiten en het grote bedrag aan stortingen. Een matiging van de boete wegens draagkracht werd afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand en de opgelegde boete wordt ongegrond verklaard.