Eiseres heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van 21 eengezinswoningen met een bouwsom van € 1.875.000,-. Verweerder legde op basis van de Verordening leges omgevingsvergunning 2013 een aanslag van € 100.335,- op, welke eiseres betwistte. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit bevoegd is genomen en dat de opbrengstlimiet van artikel 229b Gemeentewet niet is overschreden.
De kern van het geschil betreft de tariefstelling in de bijbehorende tarieventabel, die leidt tot een legesbedrag van circa 5,35% van de bouwkosten, wat aanzienlijk hoger is dan het door de Hoge Raad als bescheiden percentage aangemerkte 2,25%. De rechtbank constateert dat de tarieventabel een zaagtandstructuur kent met sterke procentuele schommelingen bij overgang tussen categorieën, wat leidt tot willekeur en onredelijkheid.
Verweerder kon geen afdoende motivering geven waarom deze tariefstructuur ondanks deze gebreken gehandhaafd moest blijven. Daarom oordeelt de rechtbank dat de tarieventabel onverbindend is jegens eiseres, vernietigt het bestreden besluit, herroept de aanslag en veroordeelt verweerder in de proceskosten en het griffierecht.