ECLI:NL:RBROT:2009:BH4914
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning financiële dienstverlener wegens twijfel aan betrouwbaarheid
Eiser, werkzaam als assurantietussenpersoon, vroeg een vergunning aan op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De AFM weigerde deze vergunning omdat eiser vier strafrechtelijke antecedenten had en het formulier voor het betrouwbaarheidsonderzoek onjuist had ingevuld, wat een toezichtsantecedent opleverde.
De rechtbank oordeelde dat de AFM terecht heeft geoordeeld dat de betrouwbaarheid van eiser niet buiten twijfel staat. De strafrechtelijke antecedenten betroffen onder meer diefstal, mishandeling, bedreiging en belaging, wat de integriteit van eiser in twijfel trok. Daarnaast werd het niet naar waarheid invullen van het formulier als een gebrek aan openheid gezien, essentieel voor betrouwbaarheid.
Eisers beroep op eerdere beoordeling door De Nederlandsche Bank en het argument van dubbele bestraffing werden verworpen. Ook het beroep op het tijdsverloop van de procedure leidde niet tot een andere uitkomst. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van zijn vergunningaanvraag wordt ongegrond verklaard.