ECLI:NL:RBROT:2006:AW4545
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- D.C.J. Peeck
- M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betrouwbaarheid bestuurders VPV bij handel met voorwetenschap en handhaving aanwijzing AFM
Eisers, bestuurders van Veer Palthe Voûte N.V. (VPV), werden door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aangewezen dat zes beleggingsinstellingen zich niet langer door hen mochten laten besturen vanwege vermoedens van handel met voorwetenschap. Na eerdere vernietiging door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) heeft de AFM de bezwaren van eisers opnieuw ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam bevestigt dit oordeel.
De kern van het geschil betreft transacties in aandelen van houdstermaatschappijen en beleggingsfondsen waarbij eisers vermoedelijk beschikten over koersgevoelige niet-openbare informatie (voorwetenschap) vanaf 9 september 1999. De rechtbank stelt vast dat eisers, met name eiser 1, een centrale rol hadden in de onderhandelingen met het Ministerie van Financiën over een fiscaal akkoord dat de beurskoers van de betrokken aandelen aanzienlijk kon beïnvloeden. Zowel privé-transacties als transacties namens VPV werden verricht terwijl voorwetenschap aanwezig was.
De rechtbank oordeelt dat de AFM terecht heeft geoordeeld dat eisers niet langer voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid, verantwoordelijkheidszin en prudentie, mede gelet op het niet naleven van interne compliance regels binnen VPV. De grieven van eisers over procedurele onzorgvuldigheden, willekeur en schending van het gelijkheidsbeginsel worden verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de aanwijzing van de AFM wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing gehandhaafd.