ECLI:NL:RBROT:2004:AP4624
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. van der Groen
- F. Stuurop
- L.J.J. Rogier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betrouwbaarheid bestuurders VPV bij verdenking handel met voorwetenschap
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van twee bestuurders van Veer Palthe Voûte N.V. (VPV) tegen zes besluiten van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) die hen ontsloegen als bestuurders van diverse beleggingsinstellingen vanwege een ernstig betrouwbaarheidsprobleem. Dit oordeel was gebaseerd op een strafrechtelijk onderzoek naar handel met voorwetenschap.
De AFM had op grond van artikel 21 van Pro de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb) een aanwijzing gegeven dat de beleggingsinstellingen zich niet langer door VPV mochten laten besturen zolang de betrouwbaarheid van de bestuurders niet buiten twijfel stond. De verdenking betrof handel met voorwetenschap in aandelen van houdstermaatschappijen en beleggingsfondsen, waarbij het Openbaar Ministerie een gerechtelijk vooronderzoek voerde.
De rechtbank oordeelde dat een strafrechtelijke bewezenverklaring niet vereist is voor het betrouwbaarheidsonderzoek en dat de AFM op basis van de feiten en processen-verbaal een serieus te nemen verdenking mocht aannemen. De belangenafweging door de AFM was zorgvuldig en in lijn met de doelstellingen van de financiële toezichtswetgeving. De rechtbank verwierp de grieven over het rechtszekerheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de bestuurders tegen de aanwijzing van de AFM wegens twijfel aan hun betrouwbaarheid wordt ongegrond verklaard.