ECLI:NL:RBAMS:2005:AS5811
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.L. Mastboom
- P.K. van Riemsdijk
- C.P. Bleeker
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor handel met voorwetenschap in effectenfondsen
De rechtbank Amsterdam heeft op 11 februari 2005 uitspraak gedaan in een zaak tegen een rechtspersoon die werd verdacht van handel met voorwetenschap in effectenfondsen en houdstermaatschappijen. De feiten betreffen transacties in 1999 waarbij gebruik werd gemaakt van niet-openbare koersgevoelige informatie over een voorgenomen overname en fiscale afspraken met het Ministerie van Financiën.
De rechtbank stelde vast dat de koersgevoelige bijzonderheid al op 9 september 1999 bestond, toen de onderhandelingen over het openbaar bod in een vergevorderd stadium waren. Verdachte verrichtte in de periode tot 3 december 1999 diverse transacties in aandelen van de fondsen TGO, TGP, Dordtsche, ME, Maxwell en Calvé terwijl zij bekend was met de koersgevoelige informatie.
De rechtbank verwierp verweren van de verdediging over niet-ontvankelijkheid en het ontbreken van causaal verband tussen voorwetenschap en transacties. Ook werd geoordeeld dat verdachte onvoldoende maatregelen had genomen om misbruik van voorwetenschap binnen haar organisatie te voorkomen. Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden legde de rechtbank een geldboete van € 200.000 op, lager dan de eis van € 450.000 vanwege verbeterde compliance na 1999 en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 200.000 wegens handel met voorwetenschap.