Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 2]en
[eiser 3], uit [woonplaats], eisers (hierna: de maatschap),
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De maatschap, exploitant van een landbouwbedrijf met rundvee, verzocht de minister om herziening van het boetebesluit van 17 december 2020, waarin een boete werd opgelegd wegens overschrijding van gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen. De minister wees dit verzoek af, waarna de maatschap beroep instelde bij de rechtbank Overijssel.
De rechtbank beoordeelde of de maatschap nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De maatschap baseerde haar verzoek op een WUR-rapport over stikstofverliezen in melkveestallen, maar de rechtbank oordeelde dat dit rapport niet zonder meer toepasbaar is op het bedrijf van de maatschap vanwege het ontbreken van bedrijfsspecifieke omstandigheden.
Verder stelde de maatschap dat het besluit evident onredelijk was omdat geen rekening was gehouden met stikstofvervluchtiging. De rechtbank volgde dit niet, omdat een oppervlakkige beoordeling onvoldoende is om onmiskenbare onjuistheid vast te stellen en nader onderzoek nodig is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het boetebesluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek van het boetebesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.