ECLI:NL:RBOVE:2026:3535
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herleving arbeidsongeschiktheidsuitkering per 20 juni 2022 in de vorm van IVA-uitkering
Eiseres was sinds 2006 werkzaam als senior consulent en werd vanaf 6 januari 2009 ziek gemeld. Na diverse WGA-uitkeringen werd haar uitkering per 12 februari 2020 beëindigd vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 35%. Vanaf 11 april 2022 werkte zij beperkt bij haar ex-werkgever, waarna zij zich op 20 juni 2022 ziek meldde. Het UWV kende haar vanaf 17 juni 2024 een IVA-uitkering toe, maar stelde dat dit geen herleving was van de eerdere uitkering omdat de toegenomen beperkingen het gevolg zouden zijn van een andere ziekte.
De rechtbank stelde vast dat de beperkingen op 17 juni 2024 duidelijk waren toegenomen ten opzichte van de situatie in 2019 en dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat deze toename op 20 juni 2022 nog niet bestond. Ook slaagde het UWV er niet in om buiten twijfel te stellen dat de toegenomen beperkingen het gevolg waren van een andere ziekteoorzaak dan de eerdere diagnose. De medische rapporten toonden aan dat de oorspronkelijke diagnose nog steeds relevant was en dat de nieuwe diagnose pas in oktober 2022 was gesteld.
De rechtbank concludeerde dat de IVA-uitkering per 20 juni 2022 moet ingaan als herleving van de per 12 februari 2020 beëindigde uitkering. Het beroep van eiseres werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De IVA-uitkering wordt per 20 juni 2022 toegekend als herleving van de eerder beëindigde arbeidsongeschiktheidsuitkering.