ECLI:NL:RBOVE:2026:330

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
71.253617.22 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Leiding geven aan een criminele organisatie die zich bezighoudt met mensensmokkel en afpersing

De rechtbank Overijssel heeft op 27 januari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van deelname aan een criminele organisatie, mensensmokkel en afpersing. De verdachte is schuldig bevonden aan het leiden van een organisatie die zich bezighield met mensensmokkel van migranten vanuit Libië naar Europa, waarbij de migranten onder erbarmelijke omstandigheden werden mishandeld en gedwongen om grote bedragen te betalen voor hun overtocht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte een actieve rol speelde in de organisatie en dat er sprake was van een gestructureerd samenwerkingsverband met handlangers. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar, met aftrek van voorarrest. Daarnaast zijn er schadevergoedingen toegewezen aan benadeelde partijen die slachtoffer zijn geworden van de afpersing en mishandelingen in het kamp. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige misdrijven die een bedreiging vormen voor de veiligheid van de samenleving.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 71.253617.22 (P)
Datum vonnis: 27 januari 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte door het Openbaar Ministerie gedagvaard als:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats] (Eritrea),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
nu verblijvende in de P.I. [locatie 1] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 3 november 2025, 4 november 2025, 5 november 2025, 17 november 2025, 19 november 2025, 24 november 2025, 26 november 2025 en 27 januari 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna in enkelvoud aangeduid als de officier van justitie) en van wat door verdachte en zijn raadslieden mr. J. L . L 'Homme en mr. S. Plas, advocaten in Amsterdam, (hierna aangeduid als de verdediging) naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de door of namens [getuige 1] , hierna ook te noemen: ‘ [getuige 1] ’ (met getuigennummer [nummer 1] ), [getuige 2] , hierna ook te noemen: ‘ [getuige 2] ’ (met getuigennummer [nummer 2] ), [getuige 3] , hierna ook te noemen: ‘ [getuige 3] ’ (met getuigennummer [nummer 3] ) en [getuige 4] , hierna ook te noemen: ‘ [getuige 4] ’ (met getuigennummer [nummer 4] ) voorgedragen “slachtofferverklaringen” en van wat namens hen door mr. A . Vossenberg en mr. B . van Straaten, advocaten in Amsterdam, is aangevoerd in het kader van de door hen ingediende vorderingen benadeelde partij.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van 13 november 2023 en na wijzigingen van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 313 Sv van 30 november 2023, 15 april 2025 en 22 september 2025, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in de periode van 1 januari 2015 tot 9 maart 2022 heeft schuldig gemaakt aan:
feit 1:deelname aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van mensensmokkel, gijzeling, afpersing, geweldsdelicten, seksuele geweldsdelicten, witwassen en hawala (ondergronds) bankieren, van welke organisatie hij de leider en/of de oprichter en/of bestuurder was;
feit 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10, telkens:medeplegen van mensensmokkel, terwijl door dit feit levensgevaar te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, en daar een beroep of gewoonte van heeft gemaakt;
feit 4 en 6, telkens:medeplegen van afpersing;
feit 11:medeplegen van (schuld)witwassen.
De volledige tekst van de versie van de tenlastelegging zoals die bij aanvang van de terechtzitting luidde is als
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
3. De voorvragen [1]
3.1
De preliminaire verweren van de verdediging
De verdediging heeft – conform haar op schrift gestelde en overgelegde pleitnota – op de terechtzitting van 3 november 2025 een viertal preliminaire verweren gevoerd. De rechtbank heeft daarop ter terechtzitting van 3 november 2025 beslist.
De verdediging heeft – conform haar op schrift gestelde en overgelegde pleitnota – op de terechtzitting van 24 november 2025 deze verweren herhaald en op onderdelen aangevuld. Kort weergegeven omvatten deze verweren het volgende.
1. Partiële nietigheid van de dagvaarding voor de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10
De dagvaarding moet partieel nietig worden verklaard voor de onderdelen
‘(in elk geval)’ en ‘
en/of althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen’, omdat voor de verdediging onvoldoende duidelijk is waartegen zij zich met betrekking tot deze onderdelen moet verweren.
De dagvaarding moet partieel nietig worden verklaard voor het onderdeel
‘uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)’, omdat dit onderdeel op geen enkele wijze nader wordt geconcretiseerd in de verweten feitelijke gedragingen en daarnaast uit het dossier niet kan worden afgeleid wat hiermee wordt bedoeld.
De dagvaarding moet partieel nietig worden verklaard voor de zinsnede
‘althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen’, omdat onduidelijk is welke specifieke handelingen verdachte worden verweten.
2. Geen rechtsmacht voor de ten laste gelegde feiten
De Nederlandse strafrechter heeft voor de ten laste gelegde feiten geen rechtsmacht, omdat de feiten niet in Nederland zijn begaan en daarnaast geen andere grond voor rechtsmacht voortvloeit uit wetgeving en jurisprudentie. Het Openbaar Ministerie dient wegens het ontbreken van rechtsmacht niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten.
In de preliminaire fase heeft de verdediging haar conclusie tot niet-ontvankelijkheid wegens het ontbreken van rechtsmacht beperkt tot de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10. Bij pleidooi heeft de verdediging zich aanvullend op het standpunt gesteld dat er evenmin rechtsmacht is voor de feiten 1, 4 en 6, omdat uit de behandeling van de feiten onvoldoende is gebleken dat deze feiten mede in Nederland zijn gepleegd.
3. Schending van het ne bis in idem-beginsel voor de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10
Verdachte is op 14 juni 2021 bij Ethiopisch vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien jaren en een geldboete van 200.000,00 Birr voor meerdere mensensmokkelfeiten in dezelfde periode als in de onderhavige zaak zijn ten laste gelegd. De vervolging van verdachte voor de feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 is daarom in strijd met het ne bis in idem-beginsel, zoals neergelegd in artikel 68 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) in combinatie met Europese wetgeving en jurisprudentie, waardoor het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ten aanzien van deze feiten.
4. Schending van het specialiteitsbeginsel ten aanzien van feit 11, witwassen
Het Openbaar Ministerie heeft in haar uitleveringsverzoek van verdachte aan Ethiopië niet expliciet verzocht om uitlevering voor witwassen, waardoor ten aanzien van feit 11 het specialiteitsbeginsel is geschonden en het Openbaar Ministerie volgens de verdediging
niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging voor dit feit en de daarmee samenhangende onderdelen van feit 1.
3.2
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft zich op de terechtzitting van 3 november 2025 – conform een op schrift gestelde en overgelegde reactie – op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel, dat de dagvaarding in zijn geheel geldig is, dat de rechtbank bevoegd is tot kennisneming van alle in deze zaak ten laste gelegde feiten en dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging.
Ten aanzien van de gestelde schending het specialiteitsbeginsel heeft het Openbaar Ministerie zich op het standpunt gesteld dat alsnog verzocht kan worden om aanvullende toestemming voor vervolging ten aanzien van het witwassen, en dat de rechtbank bij een veroordeling er ook voor kan kiezen om artikel 9a Sr toe te passen als consequentie, indien en voor zover de rechtbank een zodanige schending aanwezig acht.
Ten aanzien van de rechtsmacht heeft het Openbaar Ministerie zich in de preliminaire fase op het standpunt gesteld dat een beslissing over de rechtsmacht in dat stadium niet mogelijk was, omdat onderzoek naar de ten laste gelegde feiten nodig is om te kunnen beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
Het Openbaar Ministerie heeft op de terechtzitting van 19 november 2025 – conform een op schrift gesteld en overgelegd requisitoir – met betrekking tot de rechtsmacht aangevoerd dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 2 Sr, omdat alle feiten deels in Nederland zijn begaan.
Het Openbaar Ministerie heeft op de terechtzitting van 26 november 2025 – conform een op schrift gesteld en overgelegde conclusie van repliek – ten aanzien van de rechtsmacht aangevoerd te persisteren bij het eerder geformuleerde standpunt en dat indien de rechtbank van oordeel is dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft op grond van artikel 2 Sr, er alsnog rechtsmacht bestaat op grond van artikel 8c Sr.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Partiële nietigheid van de dagvaarding voor de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10
De rechtbank heeft – na beraad in raadkamer – op de terechtzitting van 3 november 2025 de volgende beslissing op de preliminaire verweren genomen.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 261 Sv de dagvaarding een opgave moet behelzen van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en op welke plaats het begaan zou zijn, als ook met vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling moet voortdurend in het oog worden gehouden dat de vraag centraal staat of de verdediging zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De opgave van het feit moet duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk zijn. Bij de verdediging mag er – tegen de achtergrond van het strafdossier en het voorbereidend onderzoek – redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedragingen verdachte worden verweten. Ook moet het voor de rechtbank duidelijk en begrijpelijk zijn wat zij concreet, ten aanzien van ieder van de verdachten afzonderlijk, te onderzoeken heeft.
De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de verdediging slaagt ten aanzien van de onderdelen
‘(in elk geval)’ en ‘
en/of althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen’, omdat deze onderdelen van de tenlastelegging onvoldoende duidelijk en gespecificeerd zijn tegen de achtergrond van het omvangrijke dossier en de vele namen die in het dossier naar voren komen. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze onderdelen van de dagvaarding niet voldoen aan de eisen van artikel 261 Sv en verklaart deze onderdelen voor de feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 in zoverre partieel nietig.
De rechtbank verwerpt het verweer ten aanzien van de onderdelen
‘uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)’en
‘althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen’.De rechtbank overweegt daartoe dat de dagvaarding ten aanzien van die onderdelen er, tegen de achtergrond van het strafdossier waarin er specifieke gedragingen van verdachte inzake het organiseren van de reis en het vervoer van de migranten zijn beschreven, niet onduidelijk en/of onbegrijpelijk is en voldoet aan de eisen van artikel 261 Sv. Voor de verdediging is voldoende duidelijk waartegen zij zich tijdens het inhoudelijke debat dient te verweren.
3.3.2.
De rechtsmacht van de Nederlandse strafrechter
3.3.2.1.
De beoordeling van het preliminaire verweer
De rechtbank heeft – na beraad in raadkamer – op de terechtzitting van 3 november 2025 het volgende meegedeeld ten aanzien van dit preliminaire verweer.
De rechtbank overweegt dat de verdenking ziet op strafbare feiten die zich zouden hebben afgespeeld in Libië (onder meer in [plaats 1] ) jegens niet-Nederlandse personen, gepleegd door een niet-Nederlandse verdachte. De rechtbank overweegt dat er in het dossier aanknopingspunten zijn met Nederland en voorts dat de tenlastelegging luidt dat de mensensmokkelfeiten onder meer in Nederland zijn gepleegd. Zo lijkt het er op dat de meeste migranten die genoemd zijn in de tenlastelegging, na de overtocht van Libië naar Italië, uiteindelijk in Nederland zijn gearriveerd. De vraag of de mensensmokkelfeiten (mede) in Nederland zijn gepleegd en in het verlengde daarvan de vraag of de opzet van verdachte en/of zijn medeverdachten gericht was op Nederland als bestemming van de migranten, zijn vragen die pas beantwoord kunnen worden nadat alle feiten op een openbare behandeling zijn voorgehouden en besproken én nadat het Openbaar Ministerie en de verdediging daarover het debat hebben gevoerd. Pas daarna kan de rechtbank zich een oordeel vormen over de pleegplaats(en) en daarmee mogelijk over de rechtsmacht van de Nederlandse strafrechter over deze ten laste gelegde feiten. De rechtbank is tegen die achtergrond van oordeel dat dit preliminaire verweer ontijdig is en dat zij op dit moment geen definitief oordeel kan geven. De rechtbank zal, na de inhoudelijke behandeling van de zaak, bij eindvonnis beoordelen of en in hoeverre zij rechtsmacht heeft voor de feiten.
3.3.2.2.
De beoordeling van het bij pleidooi herhaalde en aangevulde rechtsmachtsverweer
De rechtbank is naar aanleiding van hetgeen behandeld is op de openbare terechtzittingen tot het volgende eindoordeel gekomen met betrekking tot de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft voor de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank zal per individueel feit, en per individuele migrant, beoordelen of zij rechtsmacht heeft. In de artikelen 2 tot en met 8c Sr zijn de verschillende grondslagen vastgelegd op basis waarvan de Nederlandse strafrechter rechtsmacht kan hebben.
De rechtbank stelt vast dat verdachte in de ten laste gelegde periode niet de Nederlandse nationaliteit bezat, of in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats had. Nadien heeft hij evenmin de Nederlandse nationaliteit gekregen of in Nederland een vaste woon- of verblijfsplaats gehad. Zijn verblijf in voorlopige hechtenis kan niet als zodanig gelden. Dat betekent dat geen rechtsmacht bestaat op grond van artikel 7 Sr.
-
Artikel 2 Sr: het territorialiteitsbeginsel
Artikel 2 Sr luidt:
“De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt.”.Ingevolge artikel 2 Sr heeft Nederland rechtsmacht op grond van het territorialiteitsbeginsel indien het feit (tevens) in Nederland is gepleegd. Volgens vaste jurisprudentie kan een strafbaar feit meerdere pleegplaatsen (locus delicti) hebben. In de literatuur wordt dit aangeduid als de zogenoemde
ubiquiteitsleer. Hierdoor kunnen positieve rechtsmachtsconflicten ontstaan. Indien naast
inook
buitenNederland gelegen plaatsen kunnen gelden als de locus delicti, is op grond van de hiervoor genoemde wetsbepaling vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, óók ten aanzien van de van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden. [2]
De locus delicti kan op verschillende wijzen worden bepaald. De Nederlandse wet kent geen voorschrift voor het bepalen van de plaats waar een feit is gepleegd. Om die reden is er vanuit de rechtswetenschap een aantal gangbare theorieën in het leven geroepen om de locus delicti te kunnen bepalen, waarbij (i) het handelen van de dader, (ii) de werking van het instrument en (iii) het intreden van het gevolg bepalend zijn. Overal waar een constitutief bestanddeel van het feit zich heeft gemanifesteerd, is het begaan. De rechter is binnen de grenzen van de tenlastelegging vrij daaruit een keuze te maken. Voor de vraag of het strafbare feit in Nederland heeft plaatsgevonden, is derhalve niet alleen van belang waar de dader een gedraging heeft verricht. Ook de plaats waar het door de strafwet verboden gevolg van het handelen van de dader intreedt, kan (mede) voor de locus delicti doorgaan. [3] Dit wordt ook wel
de leer van het constitutieve gevolggenoemd. De gedachte achter deze leer is onder meer dat de daad wordt bestraft in de staat waarvan de rechtsorde is geschaad.
De rechtbank overweegt tegen die achtergrond ten aanzien van de onder 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde
mensensmokkelfeitenhet volgende.
Het standpunt van de verdediging dat de ten laste gelegde mensensmokkelfeiten bij de aankomst in Italië zijn voltooid, berust naar het oordeel van de rechtbank op een misvatting. Bij mensensmokkel als bedoeld in artikel 197a Sr is het belang van de staat in het geding. Dat belang is daarin gelegen dat op het grondgebied van de staat alleen mensen verblijven die daartoe gerechtigd zijn. [4] Op het moment dat gesmokkelde personen (illegaal) in Nederland arriveren wordt het rechtsbelang dat wordt beschermd door artikel 197a Sr in Nederland geschonden. Met schending van het Nederlandse rechtsbelang, treedt het constitutief gevolg in Nederland in. Daarmee wordt het ten laste gelegde delict van artikel 197a Sr in Nederland voltooid. Uit vaste jurisprudentie omtrent de leer van het constitutieve gevolg volgt niet dat verdachte – al dan niet in voorwaardelijke vorm – opzet behoeft te hebben gehad op de plaats waar het constitutieve gevolg zou intreden, in dit geval Nederland. Voldoende is dat het rechtsgevolg (de wederrechtelijke toegang tot Nederland) in Nederland intreedt en dit rechtsgevolg volgens de leer van de redelijke toerekening aan de verdachte kan worden toegerekend.
De in de tenlastelegging opgenomen migranten zijn, met uitzondering van getuige [nummer 4] , na de overtocht van Libië naar Italië naar Nederland doorgereisd. [5]
De getuige ‘ [getuige 4] ’, met getuigennummer [nummer 4] , heeft verklaard na aankomst in Italië naar Frankrijk te zijn doorgereisd, waarna zij via België en Luxemburg uiteindelijk in Engeland is gearriveerd. [6] Zij is op geen enkel moment na de aankomst in Italië doorgereisd naar en gearriveerd Nederland. De rechtbank overweegt dan ook dat geen constitutief gevolg van de onder feit 5 ten laste gelegde mensensmokkel van ‘ [getuige 4] ’ onder getuigennummer [nummer 4] is ingetreden in Nederland. Daarnaast heeft er ook geen handeling van het ten laste gelegde of doorwerking van het instrument plaatsgevonden in Nederland. De rechtbank is daarom van oordeel dat Nederland in zoverre niet kan worden aangemerkt als locus delicti en dat er geen rechtsmacht bestaat voor de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr ten aanzien van deze migrant en dit onderdeel van de onder 5 ten laste gelegde mensensmokkel.
De getuige ‘ [getuige 3] ’, met getuigennummer [nummer 3] , heeft verklaard, nadat de overtocht per boot vanuit Libië was mislukt, uiteindelijk na een periode van detentie in Libië, met behulp van de UNHCR (de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties) en het Rode Kruis per vliegtuig te zijn opgehaald uit Libië, waarna hij naar Niger is gegaan. Vervolgens heeft hij anderhalf jaar in Niger verbleven en is hij vanuit Niger naar Roemenië gevlogen. Vanuit Roemenië is hij tenslotte naar Nederland doorgereisd. [7] De getuige zegt door de UNHCR geholpen te zijn met de reis per vliegtuig naar Europa. [8] De rechtbank overweegt dat de mogelijke mensensmokkel in de zin van artikel 197a Sr van deze getuige (met de mislukte overtocht) is geëindigd in Libië. Het uiteindelijk bereiken van Nederland door deze migrant aangeduid als ‘ [getuige 3] ’, in het onder 5 ten laste gelegde feit, staat in een te ver verwijderd verband en is daardoor geen constitutief gevolg van de behulpzaamheid van verdachte bij de mensensmokkel in de zin van artikel 197a Sr, althans kan hem dat vanwege het onvoldoende sine qua non-verband in redelijkheid niet worden toegerekend. De rechtbank is daarom van oordeel dat Nederland niet kan worden aangemerkt als locus delicti en dat er geen rechtsmacht bestaat voor de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr ten aanzien van deze migrant en dit onderdeel van de onder 5 ten laste gelegde mensensmokkel.
Ten aanzien van de overige in de tenlastelegging opgenomen migranten [9] onder de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 is de rechtbank van oordeel dat de aankomst van deze personen in Nederland kan worden aangemerkt als een redelijkerwijs aan de verdachte toe te rekenen gevolg van diens strafbare handelen in de zin van artikel 197a Sr, indien en voor zover bewezen.
Deze migranten zijn allen binnen afzienbare tijd na hun aankomst in Italië, mede dankzij de open grenzen binnen de Europese Unie, doorgereisd naar Nederland, waar zij vervolgens asiel hebben aangevraagd. De rechtbank heeft de binnenkomst van de migranten veelal kunnen vaststellen op basis van hun verklaringen en/of andere dossiergegevens. Ter controle van die verklaringen heeft de rechtbank BRP-gegevens gebruikt om vast te stellen dat de migranten daadwerkelijk Nederland zijn binnengekomen.
In Nederland is daarmee het rechtsbelang geschonden dat wordt beschermd door artikel 197a Sr. Met schending van het Nederlandse rechtsbelang, treedt het constitutief gevolg in Nederland in. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat Nederland ten aanzien van alle in de tenlastelegging genoemde migranten, met uitzondering van “ [getuige 4] ” (getuigennummer [nummer 4] ) en “ [getuige 3] ” (getuigennummer [nummer 3] ) in feit 5, mede kan worden aangemerkt als locus delicti en dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr rechtsmacht heeft voor de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 in ieder geval voor wat betreft het onderdeel
‘behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1)’.
Dit geldt niet voor het onderdeel
‘uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf (lid 2)’van de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10. Naar haar aard ziet deze bepaling op het uit winstbejag verblijf bieden in Nederland. Uit de behandeling ter terechtzitting noch uit het dossier zijn aanknopingspunten naar voren gekomen dat verdachte op enigerlei wijze behulpzaam is geweest bij het uit winstbejag verschaffen van verblijf aan de migranten in Nederland. Evenmin is voor dit onderdeel van de tenlastelegging derhalve enig constitutief gevolg ingetreden in Nederland. De rechtbank is daarom van oordeel dat Nederland ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging niet kan worden aangemerkt als locus delicti en dat er in zoverre geen rechtsmacht bestaat op grond van artikel 2 Sr. Het Openbaar Ministerie zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de onder 4 en 6 ten laste gelegde
afpersingenhet volgende.
De getuige ‘ [getuige 5] ’, met getuigennummer [nummer 5] , heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij met geweld, door de handlangers van [verdachte] in het kamp in [plaats 2] (Libië), werd gedwongen familieleden te bellen om hen te bewegen geld over te maken voor zijn overtocht. Hij wist niet meer welke familieleden hij heeft gebeld vanuit het kamp. Hij heeft vier of vijf telefoonnummers van familieleden aan de handlangers doorgegeven. Eenmaal in Nederland hoorde hij dat hij zijn zus ‘ [getuige 6] ’, met getuigennummer [nummer 6] , heeft gebeld. [10] Deze getuige heeft verklaard dat zij door haar broer ‘ [getuige 5] ’ is gebeld vanuit een kamp in Libië, dat hij werd mishandeld tijdens de telefoongesprekken en dat haar broer tegen haar zei dat ze snel geld moest betalen voor de zeereis. Zij heeft de inhoud van dit gesprek verteld aan haar ouders, omdat zij zelf het bedrag niet kon voldoen. Er moest twee keer worden betaald. Haar ouders hebben uiteindelijk voor de reis van haar broer betaald. De getuige ‘ [getuige 6] ’ woonde in Nederland ten tijde van de telefoongesprekken. [11]
De getuige ‘ [getuige 7] ’, met getuigennummer [nummer 7] , heeft verklaard dat hij met geweld, in het kamp in [plaats 1] (Libië), werd gedwongen familieleden te bellen om hen te bewegen geld over te maken voor de overtocht naar Italië. Hij heeft alleen zijn broer ‘ [getuige 3] ’, met getuigennummer [nummer 17] , gebeld. [12] Deze getuige heeft verklaard dat hij telefonisch contact had met zijn broer ‘ [getuige 7] ’ toen zijn broer in een kamp in Libië zat. Zijn broer zei dat hij mishandeld werd terwijl hij hem aan de telefoon sprak. Zijn broer zei ontvoerd te zijn en dat er 5.000,00 dollar betaald moest worden. Getuige ‘ [getuige 3] ’ heeft toen twee ooms in Israël benaderd en ze gesmeekt het bedrag te betalen. Eén van de ooms heeft toen geld van dorpsgenoten ingezameld en daarmee is het bedrag voor de overtocht voldaan. De getuige ‘ [getuige 3] ’ was woonachtig in Nederland ten tijde van de telefoongesprekken. [13]
De rechtbank overweegt ten aanzien van beide feiten dat uit het dossier blijkt dat de getuigen ‘ [getuige 5] ’, met getuigennummer [nummer 5] , en ‘ [getuige 7] ’, met getuigennummer [nummer 7] , in een kamp in [plaats 1] met geweld werden gedwongen familieleden te bellen om hen te bewegen geld voor de overtocht naar Italië te laten betalen. In beide gevallen is een familielid dat woonachtig was in Nederland opgebeld terwijl de zich in Libië bevindende getuigen werden mishandeld, met de bedoeling de persoon in Nederland te bewegen tot (al dan niet indirect) afgifte van een geldbedrag. Die in Nederland woonachtige familieleden hebben vervolgens andere familieleden benaderd, waarna het geldbedrag is voldaan. De rechtbank is van oordeel dat hiermee een evident causaal verband bestaat tussen de afpersing van de zich in Nederland bevindende familieleden en het door hen, dan wel via hun tussenkomst door derden, te betalen geldbedrag. De vraag wie uiteindelijk het geldbedrag ten behoeve van de overtocht heeft voldaan is niet van doorslaggevend belang. Het (op deze wijze) contacteren van de familieleden in Nederland is in beide feiten een essentieel onderdeel van de afpersing als bedoeld in artikel 317 Sr geweest, waarmee de feiten ook deels in Nederland hebben plaatsgevonden. Dit maakt dat Nederland ten aanzien van de feiten 4 en 6 eveneens mede kan worden aangemerkt als locus delicti en dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr rechtsmacht heeft.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde
deelname aan een criminele organisatiehet volgende.
De rechtbank heeft reeds de rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr ten aanzien van de ten laste gelegde mensensmokkelfeiten en afpersingen vastgesteld. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat zij daarmee tevens rechtsmacht heeft voor de ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie, althans voor zover die organisatie het oogmerk had op de misdrijven mensensmokkel (eerste gedachtestreepje) en afpersing (derde gedachtestreepje).
Voor zover de criminele organisatie volgens de tenlastelegging het oogmerk had op de misdrijven gijzeling (tweede gedachtestreepje), geweldsdelicten (vierde gedachtestreepje) en seksuele delicten (vijfde gedachtestreepje), oordeelt de rechtbank anders. Voor zover het bestaan van het oogmerk op het plegen van deze misdrijven kan worden vastgesteld, hebben deze onderdelen van de tenlastelegging zich afgespeeld buiten Nederland. Evenmin is ten aanzien van die misdrijven enig constitutief gevolg ingetreden in Nederland. De rechtbank is daarom van oordeel dat Nederland in zoverre niet kan worden aangemerkt als locus delicti, zodat ten aanzien daarvan geen rechtsmacht bestaat voor de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr.
-
Artikelen 3 tot en met 8d Sr: extraterritoriale rechtsmacht
De rechtbank is ten aanzien van de onderdelen van de ten laste gelegde feiten, waarvan is geoordeeld dat de Nederlandse rechter op grond van het territorialiteitsbeginsel van artikel 2 Sr geen rechtsmacht heeft, nog nagegaan of wellicht op enige andere grondslag genoemd in de artikelen 3 tot en met 8d Sr rechtsmacht kan worden aangenomen.
De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat dit niet het geval is. Artikel 3 Sr, dat ziet op strafbare feiten gepleegd in Nederlandse (lucht)vaartuigen, is in deze casus in het geheel niet van toepassing. Dat geldt ook voor de artikelen 5 tot en met 8b Sr en artikel 8d Sr. Die artikelen zien ook op situaties die niet aan de orde zijn.
De huidige bepaling van artikel 4 Sr biedt naar het oordeel van de rechtbank, anders dan door het Openbaar Ministerie is betoogd, geen ruimte om extraterritoriale rechtsmacht aan te nemen ten aanzien van de smokkel van de getuigen [nummer 3] en [nummer 4] , opgenomen in het ten laste gelegde feit 5. Artikel 197a strafrecht wordt in artikel 4 Sr immers niet genoemd. Dat er een wetsvoorstel [14] in behandeling is dat hierin verandering wil brengen leidt niet tot een ander oordeel, juist omdat dit wetsvoorstel nog niet tot wet verheven is.
Het Openbaar Ministerie heeft zich nog op het standpunt gesteld dat rechtsmacht, voor zover dat niet gegrond kan worden op het territorialiteitsbeginsel van artikel 2 Sr, kan worden gebaseerd op het bepaalde in artikel 8c Sr. De rechtbank kan het Openbaar Ministerie daarin niet volgen. De wetgever heeft – zo blijkt uit de memorie van toelichting – met invoering van artikel 8c Sr beoogd dat rechtsmacht kan worden gevestigd ten aanzien van in Nederland verblijvende vreemdelingen voor ernstige feiten die zij in het buitenland hebben begaan, indien hun uitlevering niet mogelijk is. De grondslag voor de uitoefening van rechtsmacht wordt daarbij niet zozeer gekoppeld aan de band met de Nederlandse rechtsorde, maar eerder aan het gegeven dat voorkomen moet worden dat verdachten van ernstige delicten ongehinderd (en straffeloos) in Nederland kunnen verblijven door het ontbreken van mogelijkheden om hen uit te zetten of uit te leveren. [15] In de onderhavige situatie is verdachte juist op verzoek van het Nederlandse Openbaar Ministerie door de Ethiopische autoriteiten uitgeleverd om in Nederland berecht te worden. Verdachte verbleef en verblijft derhalve niet ongehinderd in Nederland, zodat artikel 8c Sr in dit geval geen (aanvullende) grondslag geeft voor rechtsmacht.
3.3.3.
Ne bis in idem-beginsel ten aanzien van de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9, 10
De rechtbank heeft – na beraad in raadkamer – op de terechtzitting van 3 november 2025 de volgende beslissing op dit preliminaire verweer genomen.
De rechtbank overweegt dat het ne bis in idem-beginsel, zoals dat onder meer is neergelegd in artikel 68 Sr, inhoudt dat iemand niet tweemaal kan worden vervolgd voor hetzelfde feit. Bij de beoordeling of sprake is van ‘hetzelfde feit’, moet de rechter in de situatie waarop artikel 68 Sr ziet de in beide tenlasteleggingen omschreven verwijten vergelijken. Bij die toetsing moeten volgens de Hoge Raad de juridische aard van de feiten en de gedraging van verdachte als relevante vergelijkingsfactoren worden betrokken. Uit de bewoordingen van het begrip ‘hetzelfde feit’ vloeit al voort dat de beantwoording van de vraag wat daaronder moet worden verstaan, mede wordt bepaald door de omstandigheden van het geval. Vuistregel is dat een aanzienlijk verschil in de juridische aard van de feiten en/of in de gedragingen tot de slotsom kan leiden dat geen sprake is van ‘hetzelfde feit’ in de zin van artikel 68 Sr. [16]
De rechtbank neemt het Ethiopisch vonnis als uitgangspunt voor de toetsing of er sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel. Verdachte is op 14 juni 2021 bij vonnis van de federaal eerste instantie rechtbank van Ethiopië te Addis Abeba veroordeeld voor mensensmokkel in “ [plaats 2] ” (Libië) met betrekking tot een aantal personen genaamd [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] , gepleegd in een overlappende periode als in de onderhavige zaak is ten laste gelegd.
De rechtbank is van oordeel dat er in de onderhavige zaak sprake is van andere feiten dan waarvoor verdachte krachtens voornoemd Ethiopische vonnis is veroordeeld. De rechtbank overweegt daartoe dat er in zowel de onderhavige zaak als in het Ethiopische vonnis telkens individueel per persoon is ten laste gelegd. De Ethiopische veroordeling ziet op vergelijkbare feiten, maar gepleegd jegens andere personen dan in de onderhavige zaak. Er is daarom geen sprake van ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in artikel 68 Sr en het geschetste juridische kader van de Hoge Raad. De verdediging heeft bepleit dat Europese wetgeving en jurisprudentie met zich brengen dat de ne bis in idem-regel geldt in soortgelijke gevallen in (ongeveer) dezelfde periode, ongeacht tegen welke personen, waarin de ten laste gelegde strafbare feiten zijn gepleegd. De rechtbank volgt de verdediging daarin niet en hanteert de door de Hoge Raad geformuleerde juridische kaders en verwerpt het preliminaire verweer in zoverre.
In hetgeen bij pleidooi door de verdediging is aangevoerd en herhaald, ziet de rechtbank geen aanleiding nu bij eindvonnis anders te oordelen dan op 3 november 2025 en handhaaft haar beslissing.
3.3.4.
Schending van het specialiteitsbeginsel met betrekking tot feit 11, witwassen
De rechtbank heeft – na beraad in raadkamer – op de terechtzitting van 3 november 2025 de volgende beslissing op het preliminaire verweer genomen.
Op grond van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (
United Nations Convention against Transnational Organized Crime, UNTOC, New York, 15 november 2000), ook wel het Verdrag of de Conventie van Palermo genoemd, kan uitlevering van personen tussen landen geschieden voor een aantal in dat verdrag opgenomen transnationale misdrijven. Nederland is op 12 december 2000 aangesloten bij dit verdrag en heeft het verdrag op 26 mei 2004 geratificeerd. Ethiopië is op 14 december 2000 aangesloten bij dit verdrag en heeft het verdrag op 23 juli 2007 geratificeerd. Het Openbaar Ministerie heeft op 20 januari 2022 middels een uitleveringsverzoek aan de Ethiopische autoriteiten verzocht om de uitlevering van verdachte wegens verdenking van een aantal door het Openbaar Ministerie vermelde strafbare feiten, waaronder mensensmokkel, afpersing en deelname aan een criminele organisatie. Verdachte is naar aanleiding van dit uitleveringsverzoek op 5 oktober 2022 door de Ethiopische autoriteiten uitgeleverd aan Nederland.
De rechtbank overweegt dat het specialiteitsbeginsel – zoals bedoeld in onder meer artikel 16 van voornoemd verdrag – inhoudt dat de verzoekende staat, behoudens uitzonderingen waarvan in de onderhavige zaak niet is gebleken, niet mag optreden jegens de opgeëiste persoon met betrekking tot enig ander delict dan dat waarvoor de uitlevering is verzocht en verkregen. Uit de stukken in het dossier die zien op de uitlevering van verdachte, blijkt dat uitlevering door de Federale Democratische Republiek Ethiopië niet ter zake van het onder 11 ten laste gelegde feit, te weten witwassen, is gevraagd of verkregen. Daarnaast is voor enig optreden door het Openbaar Ministerie met betrekking tot witwassen of andersoortige financiële delicten geen aanvullende toestemming gevraagd of verleend.
Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van feit 11 (witwassen) en de daarmee samenhangende onderdelen van feit 1 (deelname aan een criminele organisatie) voor zover dit ziet op het zesde (witwassen) en zevende (hawala bankieren) gedachtestreepje.
De rechtbank ziet geen aanleiding in dit eindvonnis anders te oordelen en handhaaft haar hiervoor weergegeven beslissing.
3.3.5.
Conclusies
De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig voor wat betreft het onderdeel
‘(in elk geval)’ en ‘
en/of althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen’in de feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10.
De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding voor het overige geldig is.
De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van de onder 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging voor het onderdeel
‘uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)’.
De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging van de mensensmokkel van de in de tenlastelegging opgenomen migranten ‘ [getuige 4] ’, met getuigennummer [nummer 4] , en ‘ [getuige 3] ’, met getuigennummer [nummer 3] .
De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging voor het oogmerk op de onderdelen:
‘-gijzeling, als bedoeld in artikel 282 en/of 282a van het Wetboek van Strafrecht, namelijk een of meer personen wederrechtelijk van de vrijheid beroven en/of beroofd houden, al dan niet met het oogmerk de familie van die persoon/personen te dwingen om te betalen voor de overtocht naar Europa, en/of(..)-geweldsdelicten, als bedoeld in artikel 285 en/of artikel 300 en/of artikel 302 en/of artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht, namelijk bedreiging met (dodelijk) geweld en/of mishandeling(en), al dan niet met zwaar lichamelijk letsel en/of de dood ten gevolg en/of doodslag, begaan jegens voornoemde persoon/personen en/of-seksuele geweldsdelicten, als bedoeld in artikel 242 en/of 246 van het Wetboek van Strafrecht, te weten verkrachting en/of aanranding van een of meerdere migranten, en/of’.
De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie, wegens schending van het specialiteitsbeginsel, niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van feit 11 (witwassen) en de daarmee samenhangende onderdelen van feit 1 (deelname aan een criminele organisatie) voor zover dit ziet op de onderdelen:
‘-witwassen, als bedoeld in artikel 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, namelijk grote geldbedragen van familieleden in Nederland in contanten ophalen en die opbrengsten over te dragen, te verplaatsen, om te zetten, te verwerven, voorhanden te hebben, te verbergen en te verhullen en ze hierdoor veilig te stellen, en/of-hawala (ondergronds) bankierendoor het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning als bedoeld in artikel 2:3a wet op het financieel toezicht, terwijl hij, verdachte, leider en/of oprichter en/of bestuurder van voormelde organisatie is/was/is geweest;’.
De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter voor alle andere, hiervoor
nietgenoemde, ten laste gelegde feiten en onderdelen daarvan, rechtsmacht heeft en dat het Openbaar Ministerie in zoverre ontvankelijk is in de vervolging. De rechtbank acht zich in zoverre ook bevoegd tot kennisneming van deze zaak, en oordeelt dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
De rechtbank zal hierna de feiten beoordelen op grondslag van de in
bijlage IIaan dit vonnis gehechte tenlastelegging, waarin de wijzigingen naar aanleiding van de beslissingen op de voorvragen zijn doorgevoerd.

4.De identiteit van verdachte

4.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte de persoon is die door getuigen is aangeduid als ‘ [verdachte] ’ en onder die naam vooral in [plaats 1] (Libië) actief is geweest als mensensmokkelaar.
4.2
Het standpunt van de verdediging
Verdachte ontkent dat hij de persoon is waarvoor het Openbaar Ministerie hem houdt.
De verdediging wijst erop dat hij consistent heeft verklaard nog nooit in Libië en [plaats 1] te zijn geweest. Het vonnis in Ethiopië berust op onjuiste gronden en er is sprake van een persoonsverwisseling. Daarnaast heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de getuigen met betrekking tot de identificatie van verdachte zijn beïnvloed doordat er foto’s van verdachte op het internet circuleerden. Uit getuigenverklaringen blijkt dat zij in een eerder stadium op sociale media foto’s of filmpjes hebben gezien van verdachte, waarbij soms de naam [verdachte] werd vermeld, onder andere naar aanleiding van zijn aanhouding. Dit vergroot het risico op het zogeheten overdrachtseffect; getuigen menen verdachte te herkennen tijdens de confrontatie, maar realiseren zich niet dat deze herkenning stoelt op informatie die op een later moment, via bijvoorbeeld sociale media, bij hen binnen is gekomen. De bewijswaarde is bovendien beperkt omdat het voornamelijk enkelvoudige fotoconfrontaties betreft. De herkenningen door de verschillende getuigen kunnen daarom niet tot het overtuigende bewijs leiden dat verdachte de mensensmokkelaar [verdachte] is die het Openbaar Ministerie voor ogen heeft.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Het dossier bevat vele getuigenverklaringen waarin verdachte door getuigen is herkend als de persoon die zich bezig hield met mensensmokkel van Libië naar Europa en ‘ [verdachte] ’ werd genoemd. Tijdens deze getuigenverhoren werden met name de volgende drie foto's getoond in een fotomap, die gedurende de loop van het onderzoek is geactualiseerd en aangepast. De eerste foto betreft een foto van een man met patroongordels om, een vuurwapen over zijn schouders en een telefoon in zijn hand. De tweede foto betreft een foto van verdachte gemaakt in een politiebureau in Ethiopië na zijn aanhouding in maart 2020 en de derde foto betreft een man in een witte trui, met een laptop op schoot en een "oortje/koptelefoon" zichtbaar in zijn linkeroor. In de aan de verschillende getuigen getoonde fotomappen zat telkens één van de voornoemde foto’s. Verdachte heeft zichzelf herkend op alle drie de foto’s. Er zijn drie getuigen die verdachte van de eerste foto hebben herkend, er zijn acht getuigen die verdachte van de tweede foto hebben herkend en drie getuigen die verdachte van de derde foto hebben herkend. [17]
Ten aanzien van het standpunt van de verdediging dat de getuigen beïnvloed zouden zijn doordat er in een eerder stadium foto’s van verdachte op het internet circuleerden en getuigen hem daarom hebben aangewezen als de verantwoordelijke mensensmokkelaar bekend onder de naam [verdachte] , overweegt de rechtbank dat slechts één van de aan de getuigen getoonde foto’s op internet heeft gecirculeerd, namelijk de foto hiervoor aangeduid als de eerste foto (man met de patroongordels). Bovendien hebben de getuigen in hun verklaringen, voordat de foto’s werden getoond, specifiek onderscheidende uiterlijke kenmerken beschreven van ‘ [verdachte] ’ – de man die de getuigen onder andere in het kamp in [plaats 1] hebben gezien – die overeenkomen met het signalement van verdachte, zoals onder andere de lengte, omvang, haardracht en vermoedelijke leeftijd. Daarbij ondersteunen de verschillende getuigenverklaringen elkaar op deze punten. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de getuigen niet althans niet zodanig beïnvloed zijn door de op internet circulerende foto van verdachte (met de patroongordels), dat ten aanzien van alle foto’s van voor bewijs onbruikbare herkenningen sprake zou zijn.
De rechtbank acht daarbij verder van belang dat uit afgeluisterde telefoongesprekken van verdachte, gevoerd vanuit de Penitentiaire Inrichting te Grave met derden, blijkt dat verdachte getracht heeft getuigen te laten beïnvloeden door hen te laten verklaren dat ze hem niet kennen en dat praten over het verleden geen nut heeft. [18] Deze gesprekken versterken naar het oordeel van de rechtbank de geloofwaardigheid van de getuigenverklaringen omtrent de herkenning van verdachte als [verdachte] .
De rechtbank overweegt verder dat de verdachte bij zijn aanhouding in Ethiopië een Eritrees paspoort bij zich had op naam van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1983 te [geboorteplaats] . In dit paspoort zit een visum voor toegang tot Libië, geldig van 27 september 2017 tot en met 26 september 2018, en een stempel van betaling van leges voor verblijf in Libië. [19] Verdachte heeft tijdens een verhoor bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat het een paspoort van iemand anders betreft, waarop een door hem aangeleverde pasfoto van zichzelf was geplaatst. Hij heeft verder verklaard dat hij dit paspoort in Khartoem (Sudan) heeft gekocht en dat er op het moment dat hij het paspoort kreeg geen stempels of een visum voor Libië in stonden. Verdachte heeft verklaard dat hij met het paspoort naar Dubai is gereisd en daarna naar Ethiopië, maar dat hij nog nooit in Libië is geweest. [20] Verdachte heeft echter geen verklaring gegeven voor het Libische visum en de stempel van betaling van leges voor verblijf in Libië in dat paspoort.
Verder heeft de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 1] ’ op 25 november 2018 een foto ontvangen van voornoemd paspoort op naam van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1983 te [geboorteplaats] , met de foto van verdachte erop. Hij ontving deze foto van voornoemd paspoort van de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 2] ’. Even daarvoor stuurde de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 2] ’ een bericht naar de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 3] ’ in het Tigrinya, waarvan de Nederlandse vertaling luidt: “Maak een foto van [verdachte] ’s paspoort en stuur het naar mij”. Verder kreeg de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 1] ’ instructies in het Tigrinya van de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 2] ’ over de vlucht van Sudan naar Dubai met behulp van dit paspoort. [21]
Uit berichten verstuurd vanaf het Facebook-account ‘ [accountnaam 1] ’ blijkt dat de gebruiker van dit account gebruik maakte van de naam ‘ [verdachte] ’ en verbleef in [plaats 1] . Zo ontving de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 1] ’ van de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 2] ’ op 27 november 2018 de volgende berichten in het Tigrinya, waarvan de Nederlandse vertaling luidt: “Geen probleem mijn broer [verdachte] , belangrijk is het vertrouwen” en “Wat mij echt in mijn leven blij heb gemaakt dat je veilig bent, ik was bang dat je in [plaats 2] dood zou gaan. Maar God heeft jou bevrijd om Libië te kunnen verlaten”. [22] Verder heeft de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 1] ’ op 11 maart 2018 een bericht gestuurd in het Tigrinya, waarvan de Nederlandse vertaling luidt: “Ik heet [verdachte] ”. [23]
Ook de gebruiker van het account ‘ [accountnaam 4] ’ werd in vele berichten en reacties naar aanleiding van op zijn account geplaatste video’s [verdachte] genoemd. [24] Uit het dossier blijkt dat de Facebook-accounts ‘ [accountnaam 1] ’ en ‘ [accountnaam 4] ’ door dezelfde gebruiker werden gebruikt. [25]
Gelet op het voorgaande, in combinatie met het bij verdachte aangetroffen paspoort op naam van [verdachte] , is de rechtbank van oordeel dat verdachte de gebruiker was van de Facebook-accounts ‘ [accountnaam 1] ’ en ‘ [accountnaam 4] ’. Het Facebook-account ‘ [accountnaam 4] ’ heeft in de periode van 1 januari 2018 tot en met 8 april 2018 gebruik gemaakt van IP-adressen die zich bevonden op locaties in de plaats [plaats 1] in Libië. [26]
Uit voornoemde afgeluisterde telefoongesprekken van verdachte in de Penitentiaire Inrichting te Grave blijkt tevens dat verdachte in deze gespreken met derden heeft gezegd dat hij tijdens zijn verhoren in Nederland heeft verklaard dat hij ‘ [naam 6] ’ heet. Tevens blijkt uit deze gesprekken dat hij meerdere identiteitsdocumenten op naam van ‘ [naam 6] ’ tegen betaling heeft geprobeerd op te laten maken, waaronder een rijbewijs, een doopakte, een bewijs van verblijf in het vluchtelingenkamp Shegerab in Soedan, een vluchtelingendocument uit Ethiopië, een bewijs van betaling aan een bank en/of kerk en/of een bewijs van aanvraag van een identiteitskaart. [27] Hierbij acht de rechtbank van belang dat verdachte tijdens deze gesprekken niet heeft gevraagd om deze documenten op te (laten) vragen bij officiële instanties of anderszins boven water te krijgen, maar om deze documenten (naar de rechtbank begrijpt valselijk) op te laten maken. Verdachte geeft verder aanwijzingen over welke (persoonlijke) gegevens op de documenten moeten worden vermeld, zodat de documenten ondersteunen wat hij in zijn verhoren heeft verklaard. Voorts heeft hij tijdens deze gesprekken gezegd dat hij tijdens de verhoren heeft verklaard nergens naar toe te zijn geweest en dat hij de mensen hier heeft overtuigd met dit verhaal. Verdachte zegt ook dat er niets op zijn Facebook-accounts moet worden gepost, omdat die worden doorgespit. [28]
De rechtbank leidt uit deze afgeluisterde telefoongesprekken af dat verdachte valse papieren heeft proberen te verkrijgen bij een identiteit die hij heeft verzonnen om zijn werkelijke en/of tijdens de ten laste gelegde periode gebruikte identiteit van [verdachte] te verhullen c .q. te verhullen op welke plaatsen hij daadwerkelijk heeft verbleven in de ten laste gelegde periode.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de persoon is die door de getuigen is herkend als zijnde de persoon die ‘ [verdachte] ’ werd genoemd en die in de ten laste gelegde periode verbleef in [plaats 1] te Libië.

5.De bewijsmotivering

5.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten als volgt wettig en overtuigend te bewijzen zijn:
  • feit 1: deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk tot het plegen van de misdrijven mensensmokkel, gijzeling, afpersing, geweldsdelicten en seksuele delicten, terwijl verdachte leider van deze organisatie was;
  • feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10: mensensmokkel in vereniging met anderen, van de in de tenlastelegging genoemde personen met het toegebrachte letsel zoals genoemd in de tenlastelegging – met uitzondering van de onderdelen ‘en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad’ en de verlamming aan de rechterhand als letsel van ‘ [getuige 2] ’ zoals ten laste gelegd in feit 2 – terwijl levensgevaar te duchten was en verdachte hiervan een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt;
  • feiten 4 en 6: afpersing in vereniging met anderen.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich – indien de rechtbank komt tot rechtsmacht van de Nederlandse rechter – op het volgende, verkort weergegeven, standpunt gesteld ten aanzien van de bewijsbaarheid van de ten laste gelegde feiten:
  • feit 1: primair dient verdachte te worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest (i) van een duurzame en gestructureerde organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr én (ii) van een samenwerkingsverband met het oogmerk op het plegen van de ten laste gelegde misdrijven én (iii) dat verdachte aan een dergelijke organisatie heeft deelgenomen. Subsidiair dient verdachte te worden vrijgesproken van de misdrijven die zich uitsluitend in Libië zouden hebben afgespeeld, in elk geval de gijzeling, geweldsdelicten en seksuele delicten;
  • feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10: primair dient verdachte te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Subsidiair dient verdachte in elk geval te worden vrijgesproken van de onder feit 9 en 10 gesmokkelde migranten, die nadrukkelijk hebben verklaard dat een ander dan verdachte hun smokkelaar was, zodat er ten aanzien van verdachte onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat hij aan deze smokkelfeiten een strafbare bijdrage heeft geleverd;
  • feiten 4 en 6: verdachte dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.
5.3
Inleidende overwegingen
Onder leiding van het Landelijk Parket te Zwolle is op 7 november 2017 een opsporingsonderzoek opgestart onder de naam “27Pearce”. Dit onderzoek, dat zich aanvankelijk vooral richtte op een verdachte met de naam “ [medeverdachte 1] ”, is uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee. [29] Dit onderzoek heeft zich gericht op een criminele organisatie onder leiding van deze [medeverdachte 1] die zich bezig zou houden met de smokkel van migranten vanuit Afrika via de Centrale Middellandse Zeeroute naar Europa. De migranten vatten vanuit Noord-Afrika een lange en veelal gevaarlijke reis aan in een poging om via de Middellandse Zee op irreguliere wijze Europa te bereiken. Veel migranten trekken op hun weg naar Europa door Libië, hetgeen de ontwikkeling van netwerken van mensensmokkel en mensenhandel in Libië in de hand heeft gewerkt. [30]
Op 5 september 2018 is er een rapport [31] verschenen van het panel van Libië-experts, gericht aan de president van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In dit rapport wordt onder meer gesproken over een netwerk van mensensmokkelaars dat actief is tussen Eritrea en Libië met een knooppunt in de Libische plaats [plaats 1] . Een man genaamd ‘ [verdachte] ’ zou ook deel uitmaken van dit netwerk. Het panel heeft Ethiopische meisjes geïnterviewd die tussen oktober 2014 en januari 2017 tegen betaling voor een zogenaamde "pakketreis" naar Europa zijn gesmokkeld door deze ‘ [verdachte] ’. Deze meisjes verbleven op een boerderij langs [locatie 2] aan de rand van [plaats 1] . In de loodsen op het terrein van de boerderij verbleven tot 1200 migranten uit onder meer Eritrea en Somalië. [32] In onderzoek 27Pearce zijn twee kampen in (de buurt van) [plaats 1] in kaart gebracht waar vrouwelijke, mannelijke en minderjarige migranten in loodsen zouden zijn vastgehouden door voornoemd smokkelnetwerk. Dit betreffen de kampen met de aanduiding ‘ [locatie 2] ’ en ‘ [locatie 3] ’. [33] Daarnaast zijn ook twee andere, vergelijkbare, kampen elders in Libië in kaart gebracht die door voornoemd smokkelnetwerk in gebruik zouden zijn genomen. Dit betreffen de kampen ‘ [locatie 4] ’ en ‘ [locatie 5] ’. [34]
Op 6 januari 2020 is besloten om het opsporingsonderzoek tevens te richten op de persoon die ‘ [verdachte] ’ wordt genoemd. [35]
In het onderzoek 27Pearce zijn meerdere zaaksdossiers opgemaakt naar aanleiding van de aankomsten van migranten op verschillende data in Italië. Deze migranten werden op de Middellandse Zee gered en naar Italiaanse havens gebracht. Een aantal van deze migranten is uiteindelijk in Nederland terecht gekomen en als getuige gehoord over de omstandigheden waaronder men verbleef in de kampen in onder meer [plaats 1] en de zeereis die zij hebben gemaakt. [36]
De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het onderzoeksdossier 27Pearce. De tenlastelegging is gebaseerd op dit onderzoeksdossier. Op basis daarvan heeft het Openbaar Ministerie geconcludeerd dat verdachte alle feiten heeft gepleegd in nauwe samenwerking met (in ieder geval) de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna ook: [medeverdachte 1] ). Die opvatting komt terug in de onder 2 tot en met 10 ten laste gelegde feiten. Om die reden zal de rechtbank ten aanzien van deze feiten eerst een aantal overwegingen wijden aan dit uitgangspunt van het Openbaar Ministerie. In paragraaf 5.4.3.3 zal nog specifiek worden ingegaan op de vraag of [medeverdachte 1] mededeelnemer was van het criminele samenwerkingsverband zoals ten laste gelegd onder feit 1.
5.4
Overwegingen van de rechtbank
5.4.1.
Medeplegen met [medeverdachte 1]
5.4.1.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat bij alle mensensmokkelfeiten sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met (onder meer) [medeverdachte 1] . Het Openbaar Ministerie verwijst hiertoe met name naar de diverse getuigenverklaringen, de feitelijke gang van zaken in de kampen die uit die verklaringen naar voren komt, de manier waarop verdachte en [medeverdachte 1] ter plaatse met elkaar omgingen en de berichten van de Facebook-accounts, die volgens het Openbaar Ministerie in gebruik waren bij [medeverdachte 1] ( [accountnaam 2] ) en verdachte ( [accountnaam 1] en [accountnaam 4] ).
5.4.1.2. Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen enerzijds verdachte en anderzijds [medeverdachte 1] . De verdediging verzoekt verdachte daarom vrij te spreken van feit 9 ten aanzien van de migranten in de tenlastelegging aangeduid als ‘ [getuige 8] ’, ‘ [getuige 9] ’, ‘ [getuige 2] ’, ‘ [getuige 1] ’ en ‘ [getuige 10] ’ en alle migranten genoemd in feit 10, omdat deze migranten hebben verklaard dat niet verdachte, maar [medeverdachte 1] of een smokkelaar genaamd [medeverdachte 11] hun smokkelaar was.
5.4.1.3. Het oordeel van de rechtbank
Zoals opgemerkt acht de rechtbank het – tegen de achtergrond van het dossier en het standpunt van het Openbaar Ministerie inzake het medeplegen – van belang eerst vast te stellen of er sprake is geweest van het medeplegen van verdachte en [medeverdachte 1] bij de ten laste gelegde mensensmokkelfeiten, met name met het oog op de bewijsbaarheid van de feiten 9 en 10.
Ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen overweegt de rechtbank als volgt. Betrokkenheid aan een strafbaar feit kan als medeplegen worden bewezen verklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de medeplegers bij het plegen van het ten laste gelegde feit. Ook wanneer het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. De bijdrage kan daarnaast ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Zeker in dergelijke, in zekere zin afwijkende of bijzondere situaties dient in de bewijsvoering aandacht te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. [37]
De rechtbank overweegt dat het dossier, waaronder de getuigenverklaringen en het onderzoek naar de Facebook-accounts van verdachte en [medeverdachte 1] , aanwijzingen bevat dat verdachte en [medeverdachte 1] contact met elkaar hadden. Door het Openbaar Ministerie is naar voren gebracht dat uit het dossier volgt dat verdachte en [medeverdachte 1] een gedeelde loods hadden op hetzelfde perceel en dat werd gezien dat zij op dit perceel vriendelijk met elkaar omgingen. Verder verklaren meerdere getuigen dat zij bij aankomst op het perceel in [plaats 1] werden ondergebracht in een loods die bij helfte was verdeeld in een deel in gebruik bij [medeverdachte 1] en het andere deel bij verdachte. Beide helften waren door een stenen muur van elkaar gescheiden. De migranten “waren” of van [verdachte] of van [medeverdachte 1] . Ook lijkt uit de getuigenverklaringen te volgen dat er in sommige boten migranten zaten uit zowel de loodshelft van verdachte als de loodshelft van [medeverdachte 1] . Daarnaast lijkt er uit de Facebookcontacten tussen verdachte en de gebruiker van het account ‘ [accountnaam 2] ’, waarvan het Openbaar Ministerie stelt dat de gebruiker daarvan [medeverdachte 1] was, te volgen dat verdachte en [medeverdachte 1] “zakelijke” contacten hadden. Ook het contact over het valse paspoort op naam van verdachte en voorzien van diens foto, dat hij bij zich droeg ten tijde van zijn aanhouding, ziet het Openbaar Ministerie als een aanwijzing voor hun samenwerking.
De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde omstandigheden weliswaar lijkt te volgen dat er in de ten laste gelegde periode contact en mogelijk enige vorm van samenwerking is geweest tussen verdachte en [medeverdachte 1] , maar dat dit onvoldoende is om wettig en overtuigend bewezen te achten dat [medeverdachte 1] bij het smokkelen van de specifiek in de tenlastelegging genoemde migranten als medepleger betrokken is geweest. Uit de getuigenverklaringen blijkt immers evenzeer dat verdachte, met een groep handlangers, de leiding had over een eigen groep migranten in een afgescheiden deel van de loods. In de getuigenverklaringen maken de migranten nadrukkelijk onderscheid wie bij [verdachte] hoorde en wie bij een andere smokkelaar.
De rechtbank overweegt dat het hebben van onderling contact, het maken van een verdeling van de gesmokkelde personen, het onderbrengen van groepen migranten in afgescheiden gedeeltes van dezelfde loods, het nu en dan gebruik maken van dezelfde boten en het mogelijk op enig moment via Facebook communiceren over een vals paspoort voor verdachte, geen handelingen zijn die een materiële en/of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht opleveren om als medepleger te kunnen gelden bij de smokkel van de specifiek in de tenlastelegging genoemde personen.
Dat betekent andersom ook dat ten aanzien van migranten die nadrukkelijk verklaren door een ander dan verdachte te zijn gesmokkeld, niet kan worden gezegd dat de verdachte daarbij
zonder meer als medepleger betrokken is geweest.
-
Conclusie ten aanzien van feit 9
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken van feit 9, voor de mensensmokkel van de personen in de tenlastelegging aangeduid als ‘ [getuige 8] ’, ‘ [getuige 9] ’, ‘ [getuige 2] ’, ‘ [getuige 1] ’ en ‘ [getuige 10] ’ (respectievelijk genummerd onder 1, 2, 3, 4 en 6), nu deze personen zich niet bevonden in het gedeelte van de loods van verdachte en geen van hen verklaart dat verdachte betrokkenheid (van voldoende gewicht) had bij hun smokkelreis.
-
Conclusie ten aanzien van feit 10
De rechtbank zal verdachte gelet op het voorgaande ook vrijspreken van feit 10, nu alle daarin genoemde migranten evenmin hebben verbleven in het gedeelte van de loods van verdachte en geen van hen verklaart dat verdachte betrokkenheid (van voldoende gewicht) had bij hun smokkelreis.
5.4.2.
De bewijsmiddelen
5.4.2.1. Ten aanzien van feit 2: aankomst 12 december 2017 in Augusta
In het kader van het Joint Investigation Team (JIT) zijn aan het onderzoeksteam Pearce door de Italiaanse autoriteiten te Palermo verschillende aankomstlijsten verstrekt van migranten die per boot Italië hebben bereikt en waarvan het vermoeden bestond dat zij door verdachte waren gesmokkeld. [38]
Eén van deze lijsten betreft de aankomstlijst van 12 december 2017. Op deze lijst staan de nationaliteiten van de vierhonderddrieënvijftig (453) opvarenden die die dag arriveerden in de haven van Augusta (Sicilië). [39]
Uit het reddingsverslag is gebleken dat er op 9 en 10 december 2017 in totaal zeven verschillende reddingsoperaties zijn geweest, waarbij in totaal 453 migranten zijn gered door de schepen die aanwezig waren bij de Libische kust, namelijk: [schip 1] [40] [schip 1] ", [schip 2] , koopvaardijschip " [schip 3] " en [schip 4] . De op zee geredde personen werden vervolgens allen overgebracht op het schip [schip 1] ". Dit schip heeft orders ontvangen om naar de haven van Augusta te varen, waar de migranten op 12 december 2017 om 08:30 uur aan land zijn gebracht. [41]
De aankomstlijst is in onderzoek Pearce geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van drie migranten, te weten:
‘ [getuige 11] ’ geboren op [geboortedatum 2] 1984 en haar twee minderjarige kinderen;
‘ [getuige 12] ’ geboren op [geboortedatum 3] 1982;
‘ [getuige 2] ’ geboren op [geboortedatum 4] 2002. [42]
‘ [getuige 12] ’ heeft tijdens het verhoor van 5 februari 2022 de persoon op het fotoblad met het nummer 18 herkend als verdachte. [43]
‘ [getuige 2] ’ heeft tijdens het verhoor van 16 maart 2022 de persoon op het fotoblad met het nummer 18 herkend als verdachte. [44]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 11] ’ in de tenlastelegging onder feit 2 (met getuigennummer [nummer 8] ) is op 10 september 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Zij heeft verklaard in 2017 in het kamp van verdachte te zijn aangekomen en dat zij hier ongeveer vier maanden heeft verbleven. [45] Zij heeft verklaard ten tijde van het verhoor sinds vier jaar in Nederland te zijn. [46]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige samengevat als volgt verklaard. Na eerst op twee andere locaties in Libië te zijn geweest, arriveerde zij in een kamp waar haar verteld werd dat ze in een loods van verdachte werd ondergebracht. Verdachte heeft de getuige en haar groep persoonlijk ontvangen en zei direct dat de migranten aan hem moesten betalen. [47] Het kamp heette ‘ [plaats 1] ’. [48] Het kamp was groot. Er zaten meer dan 1500 migranten. [49] Verdachte kwam één keer per dag langs in de loods om te kijken hoe het ging, hij had de leiding. [50] Verdachte gaf aanwijzingen aan een aantal mensen die voor hem werkten. De migranten moesten in de rij gaan staan. Ze moesten een bepaald bedrag betalen en daarvoor moesten ze steeds bellen. De mensen die voor verdachte werkten, sloegen hen vervolgens met een waterslang op hun rug. Verdachte gaf hiertoe opdracht. De getuige moest 5.000,00 dollar (hierna aangeduid met: $) [51] betalen voor haar reis inclusief de reis van haar kinderen. Zij is een keer flauwgevallen toen ze werd geslagen met een waterslang door een van de handlangers van verdachte. Ze werden elke dag geslagen tijdens het bellen. Ze willen dat je huilt of schreeuwt terwijl je belt, zodat de familieleden waarmee je belt het kunnen horen en sneller betalen. [52] De getuige heeft ook gezien dat twee migranten die wilden ontsnappen hard met een stok zijn geslagen en zijn overleden. Verdachte heeft hiertoe ook opdracht gegeven. [53] Er was geen medische hulp. Veel migranten waren ziek. Het was een krappe ruimte waardoor migranten tegen elkaar aan sliepen. [54] Er was erg weinig eten. Ze kregen één of twee maaltijden per dag, maar vaak maar één. Ze kregen een klein beetje pasta, maar dat was niet voldoende. Ze konden water uit een jerrycan met een kraan halen wat erg vies was. Er was één toilet voor mannen en één toilet voor vrouwen voor in totaal 1500 migranten. Soms mocht je maar één keer per week douchen. [55]
Over
de zeereisheeft de getuige samengevat als volgt verklaard. Uiteindelijk is er voor de getuige betaald door haar familie. Ze heeft daarna nog ongeveer twee maanden in het kamp gezeten voor ze de overtocht mocht maken. [56] Op een gegeven moment kregen de getuige en een aantal anderen te horen dat ze mochten vertrekken. Ze zijn in een vrachtwagen gestapt en naar een verlaten huis in aanbouw in de buurt van de kust gegaan, waarna ze weer naar een ander huis zijn gegaan. Het heeft een week geduurd tot ze bij de kust waren. [57] Bij de kust lag de boot al klaar. Dit was een kleine houten boot. De getuige is met haar kinderen in de boot gestapt. Er zaten ongeveer 45 migranten op de boot, zij kwamen allemaal van het kamp van verdachte. Een Arabisch sprekende man bestuurde de boot. Er voer een kleinere boot achter hun boot, waar hun bestuurder na drie uur bij instapte en hen midden op zee achterliet. De volgende dag zijn ze door een Italiaans schip gered. [58] De getuige is bang geweest voor haar leven en dat van haar kinderen. Op de houten boot hebben ze geen reddingsvesten gekregen. De getuige en haar kinderen konden niet zwemmen. [59]
Deze verklaring komt overeen met de verklaring die getuige op 7 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 12] ’ in de tenlastelegging onder feit 2 (met getuigennummer [nummer 9] ) is op 2 oktober 2021 en 5 februari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard in mei 2017 in het kamp van verdachte te zijn aangekomen en dat hij hier ongeveer zeven maanden heeft verbleven. [60] Hij heeft verklaard ten tijde van de verhoren al langere tijd in Nederland te zijn en dat hij liever had gehad dat hij drie jaar eerder was gehoord. [61] Hij heeft in maart 2018 asiel aangevraagd in Nederland. [62]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige als volgt verklaard. Hij is in het kamp van verdachte aangekomen. Dit kamp heette ‘ [plaats 3] ’. Verdachte beheerde een loods of magazijn en had twee handlangers genaamd [naam 7] (fonetisch) en [naam 8] (fonetisch). Bij binnenkomst stelde verdachte zichzelf voor als [verdachte] . Verdachte was de baas. De getuige moest eerst $4.000,00 betalen aan [naam 7] , wat hij heeft gedaan en daarna moest hij een extra $2.000,00 aan verdachte betalen. De omstandigheden in het magazijn waren verschrikkelijk. Hij werd mishandeld. Er werd koud water over hem heen gegooid. Er was nog een handlanger, [naam 9] (fonetisch), die migranten mishandelde en vernederde. [naam 9] werkte voor verdachte en hield bij wie er moest betalen. [63] Toen de getuige voor de tweede keer moest betalen werd hij samen met een groep naar de binnenruimte gebracht. De handlanger van verdachte had een stok bij zich. Hij dwong de migranten familie te bellen en sloeg ze. Verdachte gaf hier opdracht toe. Dit gebeurde elke ochtend. Eén van de handlangers die dit deed was [naam 9] . Als er was betaald, zorgde [naam 9] voor een code waarmee werd gecommuniceerd dat er betaald was. [64] In de zeven maanden in het kamp heeft de getuige amper zonlicht gezien. Hij kreeg enkel twee keer per dag een kleine portie pasta te eten. Ze zaten met meer dan 1000 personen in een loods op het kampterrein. Er waren geen medische voorzieningen. De getuige heeft zwangere vrouwen zien doodgaan tijdens de bevalling. Ook waren er veel migranten ziek. De getuige had open wonden op grote delen van zijn huid, waar bloed en pus uitkwamen. Hij dacht dat hij dood zou gaan. [65] Het was erg vies in het kamp en iedereen had luizen. De getuige had constant jeuk en krabde zichzelf open. [66]
Over
de zeereisheeft de getuige samengevat als volgt verklaard. Op een gegeven moment, ergens na de betaling, werden de getuige en een aantal anderen in de nacht opgehaald en met een kleine auto richting de kust gebracht. Eerst werden ze naar een huis bij de kust gebracht. Hij is met een groep van 50 personen, die allemaal onder verdachte vielen, naar de kust gebracht. Daar lag een rubberboot klaar. Ze zijn met alle 50 personen op die boot gestapt, waaronder drie vrouwen met kinderen. De boot wankelde. De Libiërs voeren mee met een andere boot en zijn uiteindelijk teruggegaan. De getuige en de groep zijn gered door een Italiaans schip. Ze zijn op 12 december 2017 aangekomen in Italië. [67] De motor van de smokkelboot was defect en daarom sleepten de Libiërs de boot waar de getuige in zat aan een touw mee. Een Libiër bestuurde de boot van de getuige. Ze kregen steeds water in de boot. Ze hebben geen reddingsvesten gekregen van de Libiërs. De rubberboot was volgens de getuige niet zeewaardig en had makkelijk kunnen omslaan. [68]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 2] ’ in de tenlastelegging onder feit 2 (met getuigennummer [nummer 10] ) is op 9 maart 2022, 15 maart 2022 en 16 maart 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij zes maanden in een kamp in [plaats 1] verbleef. [69] Hij heeft in maart 2018 asiel aangevraagd in Nederland. [70]
Over
het verblijf in het kampheeft getuige als volgt verklaard. Toen de getuige aankwam in het kamp kreeg hij te horen dat verdachte hun mensensmokkelaar of reisagent was en dat hij aan hem moest betalen. De getuige heeft verdachte meerdere keren gezien. [71] Verdachte had een aantal bewakers die voor hem werkten. Zij kregen opdrachten van verdachte, waaronder het slaan van de migranten in de loods. De migranten moesten per groep naar buiten komen en werden op dezelfde wijze mishandeld en geslagen. De getuige heeft dit zelf ook meegemaakt. Hij werd eerst nat gemaakt met water en daarna hard geslagen. [72] Hij heeft daarvan littekens op zijn benen overgehouden. [73] De migranten in het kamp werden mishandeld, omdat ze nog geen reisgeld hadden betaald. [74] De getuige moest elke dag bellen om het geldbedrag rond te krijgen. Ze werden naar buiten gebracht, moesten in rijen gaan staan en wachten tot men aan de beurt was om te bellen. Als men had betaald mocht men binnen blijven. Hij heeft gezien dat migranten werden geslagen terwijl ze belden. [75] Er moest $2.500,00 voor de getuige betaald worden. [76] De personen die betaald hadden, werden gescheiden van de rest en kregen twee maaltijden per dag, terwijl de anderen maar één maaltijd per dag kregen. [77] De migranten kregen meestal maar één keer per dag in een groepje van acht of tien personen één bord met pasta, vaak zonder saus. Dit was niet voldoende. [78] Er waren onvoldoende sanitaire voorzieningen. Je mocht maar één keer per week douchen. Er was één waterkraan en één emmer in de doucheruimte waar ze met zeven of acht personen tegelijk moesten douchen en kleding wassen. Er zaten ongeveer 1300 migranten in de loods en er waren maar drie toiletten voor de mannen en jongens. [79] Getuige is erg ziek geworden en is na aankomst in Italië geopereerd. Ook heeft hij tuberculose opgelopen en moest hiervoor twee maanden behandeld worden. [80] Hij woog bij aankomst in Italië 30 kilogram, terwijl hij 1. [nummer 18] meter lang is. [81]
Over
de zeereisheeft de getuige als volgt verklaard. De getuige mocht plotseling vertrekken. Er stond een groep klaar om te vertrekken. De zieke mensen in het kamp die betaald hadden, mochten met die groep mee, waaronder getuige. [82] Hij werd geroepen door [naam 10] (fonetisch). Dit was een handlanger van verdachte die de migranten liet bellen en daarnaast bewakerswerk verrichtte. [83] Verdachte was degene die bepaalde wie er mochten vertrekken. [84] De getuige werd met een groep van 58 personen in een afgedekte vrachtwagen gestopt. Verdachte was erbij toen dit gebeurde. [85] De reis met de vrachtwagen duurde ongeveer drie dagen. Ze werden naar een huis bij de kust gebracht waar ze ongeveer een week zijn gebleven onder leiding van Arabieren. Vervolgens moesten ze lopen naar de kust. Er lagen twee boten klaar. Ze moesten tot aan hun heupen het water inlopen om in te stappen. Ze gingen met zijn allen in een boot samen met een paar Arabieren. In de andere boot namen een paar andere Arabieren plaats. De boten voeren naast elkaar. Na ongeveer acht uur varen moesten ze stoppen, koppelden de Arabieren de motor van de boot van getuige los en moest de boot verder zonder motor. De Arabieren lieten de boot met migranten midden op zee achter en voeren met hun eigen boot terug. [86] De boot waar de getuige op zat was van hout. Er was geen ruimte voor 58 mensen. Hij kon normaal gesproken zwemmen, maar door zijn slechte gezondheidstoestand zou dit niet gelukt zijn. Ze hadden geen reddingsvesten. Er was geen eten of drinken aan boord. Niemand kon de boot besturen. Als iemand bewoog dreigde de boot te kantelen. Ze moesten erg voorzichtig zijn. [87]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 13] ’ (getuigennummer [nummer 11] ) is op 23 maart 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij is de vader van de getuige hiervoor aangeduid als ‘ [getuige 2] ’ (getuigennummer [nummer 10] ) in de tenlastelegging onder feit 2. Hij is zelf niet in het kamp van verdachte geweest. Hij heeft verklaard dat hij voor de overtocht van zijn zoon heeft moeten betalen toen zijn zoon in Libië zat. [88] Er moest eerst 75.000 Nakfa (Eritrese valuta) [89] betaald worden. Hij werd elke dag gebeld door mensensmokkelaars om dit te betalen. [90] Hij heeft in totaal twee keer betaald. De tweede keer moest er tussen de 170.000 en 180.000 Nakfa [91] betaald worden. Hij moest geld inzamelen om het bedrag bij elkaar te krijgen en heeft dit uiteindelijk betaald. [92]
5.4.2.2. Ten aanzien van de feiten 3 en 4: aankomst 28 december 2017 in Augusta en afpersing
Een andere aankomstlijst van migranten die per boot Italië hebben bereikt, die in het kader van het JIT door de Italiaanse autoriteiten te Palermo aan het onderzoeksteam Pearce is verstrekt, betreft de aankomstlijst van 28 december 2017. Op deze lijst staan de namen, met bijbehorende foto's, van driehonderdvijfenzeventig (375) migranten die die dag arriveerden in de haven van Augusta (Sicilië). [93]
Uit het reddingsverslag is gebleken dat er op 26 december 2017 een Search and Rescue operatie is gehouden door de schepen met de namen [schip 5] , [schip 6] en [schip 4] . De [schip 6] heeft op 26 december 2017 om 09:00 uur aan een rubberboot met daarop 121 migranten hulp verleend. De [schip 4] heeft op 26 december 2017 na een zogenoemde “Thuraya-oproep” om 09:05 uur een rubberboot met ongeveer 134 migranten onderschept. De [schip 6] heeft om 15:40 uur aan een rubberboot met daarop 120 migranten hulp verleend. De migranten uit de verschillende schepen zijn allen op het schip [schip 1] " gebracht. De [schip 1] " meerde op 28 december 2017 om 10:30 uur aan in de haven Porto di Augusta, waarna de migranten aan land zijn gebracht. [94]
De aankomstlijst is geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van drie migranten, te weten:
‘ [getuige 5] ’ geboren op [geboortedatum 5] 2002;
‘ [getuige 13] ’ geboren op [geboortedatum 6] 1991 ;
‘ [getuige 9] ’ geboren op [geboortedatum 7] 1997. [95]
De getuige ‘ [getuige 5] ’ (getuigennummer [nummer 5] ) heeft tijdens het verhoor van 24 maart 2024 bij de rechter-commissaris de verdachte herkend als de persoon op het fotoblad met nummer 18. [96] Ook heeft hij voorafgaand aan het verhoor van 29 juli 2020 een foto van een man, waarvan de getuige zegt dat het verdachte is, via WhatsApp aan de Koninklijke Marechaussee gestuurd. [97]
De getuige ‘ [getuige 6] ’ (getuigennummer [nummer 6] ), de zus van ‘ [getuige 5] ’, heeft tijdens het verhoor van 27 juli 2024 verklaard dat haar broer haar een keer een foto van verdachte heeft laten zien, waarop verdachte een wapen en veel munitie in patroongordels droeg. Op 28 juli 2020 heeft zij een foto naar verbalisant Boon gestuurd waarop verdachte omhangen met patroongordels en een wapen te zien is. [98]
De getuige ‘ [getuige 13] ’ (getuigennummer [nummer 12] ) heeft tijdens het verhoor van 28 december 2021 verdachte herkend als de persoon die te zien is op een foto onder bijlage 5. [99] Dit betreft de foto van de verdachte gemaakt na zijn aanhouding op een politiebureau in Ethiopië in 2020.
De getuige ‘ [getuige 9] ’ (getuigennummer [nummer 13] ) heeft tijdens het verhoor van 28 februari 2022 de persoon op een fotoblad met het nummer 18 herkend als verdachte. [100]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 5] ’ (met getuigennummer [nummer 5] ) in de tenlastelegging onder feit 3 en feit 4 is op 27 juli 2020 en 29 juli 2020 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard in 2017 in het kamp van verdachte te zijn aangekomen en dat hij hier meer dan een jaar heeft gezeten. [101] Hij is na de aankomst in Italië op 1 januari 2018 doorgereisd met Nederland als doel. Hij is van Italië naar Frankrijk gereisd, waarna hij is doorgereisd naar België en vervolgens naar Nederland. [102] Uit het uittreksel BRP blijkt dat hij in ieder geval sinds 26 september 2018 in Nederland is ingeschreven. [103]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige als volgt verklaard. Hij is tijdens zijn reis van Soedan naar Libië op een gegeven moment in Soedan gegijzeld en naar een kamp in Libië gebracht. Eenmaal in dat kamp werd de getuige verteld dat hij bij verdachte terecht was gekomen, dat verdachte degene was die hen gegijzeld had en dat de getuige nu onder verdachte viel. Hij werd ondergebracht in een loods. In de loods zaten ongeveer 1000 migranten. Zij vielen allemaal onder verdachte. De getuige heeft meer dan een jaar in het kamp van verdachte verbleven. Hij was telkens op één locatie. Hij heeft verdachte ongeveer drie keer gezien. Verdachte selecteerde een aantal personen om te werken in het kamp en als beloning mochten die mensen gratis de overtocht naar Europa maken. De getuige kent drie van die handlangers bij naam. Dit zijn [naam 9] (fonetisch), [naam 11] (fonetisch) en [naam 10] (fonetisch). De handlangers mishandelden de migranten in het kamp in opdracht van verdachte. [104] Het kamp van verdachte waar de getuige verbleef heette ‘ [plaats 1] ’. De handlangers van verdachte werden ‘kapo’s’ genoemd. De getuige is geslagen door deze handlangers, waaronder [naam 11] , [naam 10] en [naam 9] . De handlangers sloegen soms ook met een zweep; een soort elektrische band of kabel. Ze sloegen meestal op de rug. De getuige werd in [plaats 1] heel hard geslagen, mishandeld en kreeg koud water over zich heen. Hij werd geslagen, omdat verdachte wilde dat hij ging betalen voor de overtocht naar Europa. Verdachte heeft bij hun aankomst in [plaats 1] gezegd dat ze moesten betalen en dat ze anders het kamp niet mochten verlaten. Na betaling mochten ze doorreizen. De handlangers kregen opdracht van verdachte de migranten te mishandelen. Hij is veel geslagen zodat hij ging betalen. Hij is een keer ongeveer vijftien minuten lang met volle kracht met een elektrische slang geslagen toen hij vroeg om wat extra eten. De getuige heeft gezien dat migranten in het kamp zijn overleden door verhongering of tijdens een bevalling. Hij heeft dit acht of negen keer zien gebeuren. Verdachte was de opdrachtgever voor wat er moest gebeuren in de loods. [105] De migranten zaten erg dicht op elkaar in de loods. De migranten in de loods kregen erg weinig te eten. Ze kregen één keer per dag twee of drie lepels pasta en op zondag een stukje brood erbij. Er heerste veel ziekte in de loods. De zieke migranten kregen geen medicatie en onvoldoende behandeling. Er waren weinig sanitaire voorzieningen; er waren drie toiletten en drie douches voor 1000 migranten. De sanitaire voorzieningen werden niet of onvoldoende schoongemaakt. [106]
Over
de afpersingheeft de getuige als volgt verklaard. De handlangers van verdachte mishandelden de migranten in het kamp, om ze te dwingen voor de overtocht naar Europa te betalen. Terwijl de migranten naar hun familie belden werden ze hard geslagen, zodat de familieleden aan de telefoon dit konden horen en zo aangespoord werden te betalen. [107] De getuige moest 3.500,00 (de rechtbank begrijpt $) betalen voor de overtocht. Hij heeft familieleden benaderd om dit geld bij elkaar te krijgen. Zijn vader heeft familie in Israël benaderd om geld te verzamelen en heeft hiermee de overtocht bekostigd. Terwijl hij zijn familieleden belde werd hij geslagen en mishandeld door de handlangers van verdachte. Zij pakten de telefoon van hem af en zeiden dan tegen de familie dat ze het geld moesten betalen. Er werd een code afgesproken waarmee kon worden aangetoond dat het bedrag voldaan was. [108]
Over
de zeereisheeft de getuige als volgt verklaard. Na de betaling moest hij twee tot drie maanden wachten tot hij met een vrachtwagen naar de kust werd gebracht. Toen de getuige vanuit [plaats 1] naar de vrachtwagen werd gebracht, was verdachte in persoon aanwezig. Er zaten ongeveer zestig migranten in de vrachtwagen. De reis naar de kust heeft ongeveer een week geduurd. Onderweg zijn ze bij meerdere huizen gestopt om te rusten. Sommige dagen kregen ze geen eten. De rubberboten waren al klaargemaakt toen de getuige aankwam bij de kust. De rubberboot was niet zeewaardig en kon makkelijk lek raken. Ze zaten met zestig personen op één boot, terwijl de boot geschikt leek voor ongeveer dertig personen. Ze moesten erg dicht op elkaar zitten. Niemand kreeg een reddingsvest. De getuige kon niet zwemmen. De Libiërs hebben hen tot een bepaalde afstand op zee gebracht, waarna de Libiërs met een andere boot zijn teruggegaan. Hierna bestuurde niemand de boot meer. [109] In december 2017 is hij met de tocht begonnen en hij is op 1 januari 2018 op Sicilië aangekomen. Hij is midden op zee opgepikt en naar Augusta op Sicilië gebracht. [110]
Deze verklaringen komen overeen met de verklaring die de getuige op 20 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. De getuige heeft bij de rechter-commissaris nog nader uitgelegd dat hij niet meer wist welke familieleden hij heeft gebeld vanuit het kamp. Hij heeft vier of vijf telefoonnummers van familieleden aan de handlangers van verdachte doorgegeven. Eenmaal in Nederland hoorde hij dat hij zijn zus [getuige 6] ook heeft gebeld. [111]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 6] ’ in de tenlastelegging onder feit 4 (getuigennummer [nummer 6] ) is op 27 juli 2020 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Zij is de zus van getuige ‘ [getuige 5] ’ met getuigennummer [nummer 5] . De getuige [getuige 6] heeft niet in het kamp van verdachte verbleven, maar was woonachtig in Nederland toen haar minderjarige broer in het kamp verbleef. [112]
Haar broer ‘ [getuige 5] ’ heeft de getuige gebeld. Hij moest twee keer geld betalen aan de smokkelaar waar hij verbleef. ‘ [getuige 5] ’ werd hard geslagen terwijl hij haar belde. De getuige hoorde hem schreeuwen aan de telefoon, waarna er werd opgehangen. Hij zei tegen haar dat hij in Libië zat, werd gemarteld en dat ze moest betalen. De getuige heeft dit aan haar ouders verteld. Haar broer vertelde ook dat hij met de dood werd bedreigd en dat er zo snel mogelijk betaald moest worden. Als er werd betaald mocht ‘ [getuige 5] ’ pas doorreizen en de zee oversteken. Er moest $4.000,00 overgemaakt worden. De getuige had onvoldoende middelen om het bedrag te kunnen betalen. Haar ouders hebben uiteindelijk geregeld dat er werd betaald. Nog voordat haar broer een poging deed voor de oversteek, werd de getuige gebeld dat er nog een keer betaald moest worden. Wederom hebben haar ouders ervoor gezorgd dat er betaald werd. Uiteindelijk is er in totaal $8.000,00 of $9.000,00 betaald. Na betaling heeft haar broer de overtocht gemaakt. [113]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 13] ’ in de tenlastelegging onder feit 3 (getuigennummer [nummer 12] ) is op 23 november 2021, 7 december 2021, 8 december 2021 en 28 december 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij in 2017 ongeveer een maand in het kamp van verdachte heeft verbleven. [114] Hij heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij in 2018 in Nederland is aangekomen. Hij is vanuit Italië met de trein naar Frankrijk gereisd, waarna hij is doorgereisd naar Nederland. [115]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige als volgt verklaard. Het kamp waar de getuige verbleef heette ‘ [plaats 1] ’. Op het kampterrein in [plaats 1] zaten meerdere smokkelaars, waaronder verdachte. De getuige viel onder verdachte. [116] Toen de getuige aankwam in het kamp, kreeg hij direct van verdachte te horen dat hij aan hem moest betalen. Hij moest $3.600,00 betalen. De smokkelaars hadden ‘kapo’s’ die als een soort handlangers voor hen werkten. Dit waren migranten die de overtocht niet konden betalen en daarom werk voor de smokkelaars verrichtten. Zij kregen opdrachten van verdachte die zij moesten uitvoeren. De getuige kent vier handlangers (fonetisch) bij naam: [naam 10] , [naam 12] , [naam 13] en [naam 14] . Als zij iets wilden afdwingen sloegen ze de migranten. De getuige heeft gezien en gehoord dat [naam 10] migranten sloeg met een waterslang in opdracht van verdachte en water over ze goot voordat ze werden geslagen. Alles om te bereiken dat ze zouden betalen. De migranten die betaald hadden, werden niet meer geslagen. De migranten werden vooral geslagen als ze naar hun familieleden belden voor betaling van de overtocht. Ze schreeuwden van de pijn terwijl ze aan het bellen waren. De getuige is een keer door [naam 14] geslagen toen hij naar het toilet wilde. Regelmatig werden migranten ook zo maar geslagen. [naam 14] sloeg hem met een waterslang op zijn ogen, waardoor hij een tijdje met een dik oog heeft gelopen. Hij is ook een keer door verdachte zelf geslagen. Verdachte zei dat iedereen moest gaan zitten, maar de getuige had dit niet gehoord en stond op. Verdachte sloeg hem toen op zijn rug met een waterslang. [117] De migranten die nog niet hadden betaald voor de overtocht moesten soms uren achter elkaar in de rij gaan staan om familieleden te bellen voor de betaling. De getuige heeft zijn tante gebeld en toen is er betaald. Zijn nichtje in Soedan heeft dit geregeld. Als de betaling eenmaal was afgerond kreeg je een code van je familie die je moest doorgeven aan de smokkelaars of kapo’s. Hij moest een ‘ [getuige 3] ’ doorgeven als code. [118] De migranten kregen twee keer op een dag pasta te eten. Ze kregen te weinig te eten en soms werd een maaltijd overgeslagen. Verdachte bepaalde of en wanneer ze te eten kregen. [119] Het was erg onhygiënisch in het kamp. Mensen zaten erg dicht op elkaar en je mocht soms maar eens in de drie of vier dagen douchen. Onder de migranten heersten tuberculose, schurft en luizen. [120] Er zijn ook migranten gestorven in het kamp nadat ze erg ziek zijn geworden. [121]
Over
de zeereisheeft getuige als volgt verklaard. Als er was betaald mocht je richting de zee vertrekken. Je naam werd genoemd en iets later mocht je vertrekken. Verdachte vertelde dit samen met nog iemand. Ook mochten een aantal handlangers van verdachte vertrekken die lang genoeg gewerkt hadden in het kamp. De getuige vertrok met een grote vrachtwagen. Toen ze instapten zei verdachte dat ze zoveel mogelijk aan de binnenkant van de vrachtwagen moesten gaan zitten, zodat de vrachtwagen leeg zou ogen. [122] De groep werd eerst naar een groot huis gebracht. Vanuit dat huis zijn ze naar een magazijn in de buurt van Tripoli gereden en vervolgens met auto’s naar de kust gebracht. [123] De getuige werd met een groep van in totaal 117 reizigers naar de kust gebracht. Eenmaal bij de kust stonden er drie Libiërs klaar met een rubberboot bij de zee. De boot was niet groot. Ze zijn met de hele groep op één boot gestapt samen met één van de Libiërs. De andere twee Libiërs zaten op een andere boot. De boot met migranten werd tot midden op zee getrokken door die boot, waarna ze zijn losgemaakt. De Libiër uit hun boot is op de andere boot gestapt en heeft de boot, waarop de getuige zich bevond, achtergelaten. De migranten op de boot moesten voorzichtig doen, omdat de boot anders misschien zou kapseizen. Er was gevaar, want er kwam water de boot in. Ze hadden het koud. De migranten waren bang. De getuige kon niet zwemmen. Ze hebben geen reddingsvesten of andere attributen gekregen voor de oversteek. Ze hebben ongeveer drie uur op zee gedobberd voordat ze gered werden. [124] Verdachte regelde volgens de getuige alles en gaf ook aanwijzingen, terwijl zij bij de kust waren. [125]
Deze verklaringen komen overeen met de verklaring die deze getuige op 17 mei 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 9] ’ in de tenlastelegging onder feit 3 (getuigennummer [nummer 13] ) is op 31 januari 2022, 21 februari 2022 en 28 februari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij in 2017 ongeveer zeven maanden in de loods van verdachte heeft verbleven. [126] Hij heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij in 2018 in Nederland is aangekomen. [127]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige als volgt verklaard. Hij is tijdens zijn reis op een gegeven moment gegijzeld en naar het kamp ‘ [plaats 2] ’ gebracht. Het was een grote locatie met een omheining. Hij werd in het kamp van verdachte geplaatst. [128] Verdachte had een aantal handlangers in het kamp, ook wel ‘kapo’s’ genoemd. De getuige kent drie namen van handlangers, namelijk [naam 15] , [naam 10] en [naam 9] . Zij kregen verschillende taken van verdachte. Zo kregen [naam 15] en [naam 10] de opdracht om migranten te mishandelen en [naam 9] de opdracht om de namen te noteren van wie er wel en niet betaald hadden. [129]
Na twee weken in het kamp van verdachte verbleven te hebben, kreeg de getuige te horen dat hij $7.500,00 moest betalen. Er werd telkens een groep naar de binnenruimte geroepen die moesten bellen naar familie. Terwijl zij belden werden ze geslagen. [130] Als je het geld had betaald, kreeg je rust. Zolang je niet had betaald werd je elke dag naar buiten gehaald en mishandeld. [131] De getuige is hard geslagen en geschopt door de handlangers, waaronder [naam 10] . Hierdoor had hij veel last van zijn ribben en zijn de ribben scheef gaan staan. Hij moest gedurende vijf maanden elke dag bellen. De getuige heeft uiteindelijk $5.500,00 aan verdachte betaald via familieleden. Er werd na betaling een code verstrekt waarmee aangetoond kon worden dat er was betaald. [132] Er zaten meer dan 1000 migranten in de loods van verdachte. Er was erg weinig ruimte, waardoor de getuige slecht kon slapen. Het tapijt waar ze op sliepen was erg vies en vol met vlooien. Getuige heeft schurft opgelopen door de onhygiënische situatie. Er waren in totaal vijf toiletten. De getuige mocht één of twee keer per week douchen. Hij heeft dorst en honger geleden. Er was onvoldoende drinkwater en te weinig te eten. Je kreeg twee keer op een dag een beetje macaroni. [133] Verdachte gaf de werknemers opdrachten de migranten te mishandelen en bepaalde tevens dat ze niet naar buiten mochten wanneer er niet werd betaald. [134]
Over
de zeereisheeft de getuige “ [getuige 9] ” als volgt verklaard. Na betaling werd op een dag door [naam 9] een lijst namen afgeroepen, waaronder die van de getuige. Het was een groep van ongeveer 56 migranten die naar buiten moest, waar verdachte stond te wachten. Ze moesten met de hele groep in één gesloten vrachtwagen stappen. Ze zijn naar een huis dichtbij de kust gebracht waar ze elf of twaalf dagen moesten wachten tot ze lopend naar de kust mochten vertrekken. [135] Eenmaal bij de kust stonden er drie Libiërs met een boot klaar. Het was een houten vissersboot. Er waren ongeveer twaalf mensen die konden zwemmen. Zij moesten de migranten die niet konden zwemmen, op de boot helpen. De getuige werd zelfs nog geslagen terwijl hij mensen hielp. Eén van de Libiërs bestuurde hun boot, terwijl de andere twee in een motorboot ernaast voeren. Na drie uur varen, zagen ze in de verte een groot schip. De Libiërs hebben toen de motor van de houten boot afgehaald, de houten boot met een touw met daaraan een baksteen vastgelegd aan de zeebodem en zijn teruggekeerd met hun eigen boot. [136] De houten boot was niet geschikt voor de zeereis. De boot lekte en ze kregen drie emmers mee om onderweg het water eruit te scheppen. De boot was te klein voor 56 personen. Als iemand te veel bewoog dreigde de boot te kantelen. Er is ook iemand uit de boot gevallen, maar die hebben ze kunnen redden. Er zaten veel migranten op de boot die niet konden zwemmen. De zeereis was angstaanjagend. [137]
Deze verklaringen komen overeen met de verklaring die deze getuige op 23 oktober 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
5.4.2.3. Ten aanzien van de feiten 5 en 6: aankomst op 24 april 2018 in Messina en afpersing
Een andere aankomstlijst van migranten die per boot Italië hebben bereikt, die in het kader van het JIT door de Italiaanse autoriteiten te Palermo aan het onderzoeksteam Pearce is verstrekt, betreft de aankomstlijst op 24 april 2018. Op deze lijst staan de namen, met bijbehorende foto’s, van vijfennegentig (95) migranten die op die dag arriveerden in Messina (Italië). Uit het reddingsverslag is gebleken dat er op 21 april 2018 een reddingsoperatie plaatsvond op de Middellandse Zee. [138]
Op 21 april 2018 om ongeveer 15:17 uur is het schip [schip 7] 3 naar een locatie gevaren waar een vaartuig in problemen was gesignaleerd. Het bleek om een overvol vaartuig te gaan en niemand was uitgerust met een reddingsvest. Bij het zien van het schip ONG riepen veel opvarenden om hulp en het vaartuig hield zich met moeite drijvend. Het betrof een blauwe rubberboot van ongeveer 10 à 12 meter. Het merendeel van de migranten gaf aan de Eritrese nationaliteit te hebben. [139]
De aankomstlijst is in onderzoek Pearce geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. [140] Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van vier migranten, te weten:
1. [getuige 14] ’ (getuige [nummer 14] ), geboren op [geboortedatum 8] 2000, vrouw;
2. ‘ [getuige 7] ’ (getuige [nummer 7] ), geboren op [geboortedatum 9] 1994, man;
3. ‘ [getuige 13] ’ (getuige [nummer 15] ), geboren op [geboortedatum 10] 1994, man;
4. ‘ [getuige 12] ’ (getuige [nummer 16] ), geboren op [geboortedatum 11] 1990, man.
De eerste persoon aangeduid als ‘ [getuige 14] ’ in de tenlastelegging onder feit 5 (getuigennummer [nummer 14] ) is op 10 december 2020, 14 december 2020, 21 december 2020, 10 februari 2021 en 9 juli 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee en op 21 maart 2024 door de rechter-commissaris in strafzaken. Zij heeft verklaard dat zij van eind juli 2017 tot maart 2018 in een loods van verdachte in [plaats 1] heeft gezeten. [141] Ze heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij in oktober 2018 in Nederland is aangekomen. [142]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Getuige kwam in een groep van ongeveer 80 migranten in het kamp van verdachte terecht. De migranten werden in dit kamp met stokken en waterslangen geslagen door verdachte en zijn handlangers en met water besproeid. [143] De handlangers van verdachte heetten [naam 10] , [naam 16] , [naam 17] en [naam 18] . [144] De migranten in het kamp werden constant gedwongen om familieleden te bellen om geld te regelen voor hun reis. Zij werden geslagen en gemarteld zodat er betaald zou worden. [145] Verdachte gaf zijn handlangers daartoe opdracht. [146] Er is uiteindelijk door een neef $3.000,00 betaald aan verdachte. Nadat er betaald was voor de getuige, kreeg zij een code. [naam 18] was verantwoordelijk voor het beheer van de codes. [147] De getuige werd niet alleen door de handlangers geslagen, maar ze werd ook vaak door verdachte zelf geslagen. Zij werd op een dag heel erg geslagen door verdachte omdat ze niet dicht genoeg op haar buurvrouw zat. Hij sloeg haar vier keer met een waterslang. De slang kwam terecht rond haar kaken, waardoor ze veel last had van haar kiezen en van bloedend tandvlees. [148] De migranten in het kamp kregen onvoldoende eten. [149] Het was er heel vies, er was niet voldoende water, er waren onvoldoende wc’s aanwezig en er was geen medische zorg. [150] De getuige heeft het kamp herkend op een foto die haar getoond werd tijdens het verhoor. [151]
Over
de zeereisheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Zij werd door Libiërs naar de kust gebracht, waar de rubberboot werd klaargemaakt. [152] Na een maand aan de kust te hebben gezeten, vertrok zij met een groep van 98 personen in een rubberboot richting Italië. Deze boot was geschikt voor [nummer 18] personen en niet zeewaardig. Doordat er een gat in de boot zat, kwam er water in de boot. Een medepassagier had de leiding op de boot. Deze medepassagier had slechts een kompas meegekregen om te weten welke koers gevaren moest worden. Ze kregen wel een reddingsvest, maar getuige voelde toen ze aan het zwemmen was dat haar lichaam ondanks het reddingsvest naar beneden zakte en het vest juist naar boven ging. [153] Tijdens de bootreis hadden ze een telefoon, waarmee ze verdachte belden. [154]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die getuige op 21 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
De tweede persoon aangeduid als ‘ [getuige 7] ’ in de tenlastelegging onder feit 5 (getuigennummer [nummer 7] ) is op 29 maart 2021 en 6 april 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij vanaf november 2017 ongeveer zes maanden in het kamp van verdachte in [plaats 1] heeft verbleven. [155] Getuige is via Italië in Nederland aangekomen. [156]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Hij en de andere vluchtelingen werden elke dag geslagen met een houten stok of een plastic waterslang door handlangers van verdachte. Verder moesten ze over de grond rollen terwijl er water op hen werd gegooid. [157] De getuige heeft verklaard dat hij heel vaak geslagen is, en dat er smoesjes werden gezocht om te slaan, bijvoorbeeld als iemand toevallig opstond. Verder werd hij vaak geslagen tijdens het bellen met familieleden. [158] De handlangers van verdachte gaven aan dat zij niet vrijwillig sloegen, maar dit moesten doen van verdachte. [159] De getuige en de andere migranten in het kamp kregen niet voldoende eten en er was weinig water. [160] Bovendien was het water van slechte kwaliteit. [161] De toiletten waren in hele slechte staat en er was geen medische zorg in de loods. [162] De familie van de getuige heeft $5.500,00 moeten betalen aan verdachte zodat de getuige de overtocht kon maken naar Italië. [163]
Over
het aan hem toegebrachte letselheeft de getuige onder meer verklaard dat hij aan de mishandelingen door de handlangers van verdachte een litteken op zijn handen en een litteken op zijn bovenbenen heeft overgehouden. Hij heeft verklaard dat het litteken op zijn handen ontstaan is omdat hij met een houten stok op zijn handen werd geslagen. [164]
Over
de zeereisheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Nadat er betaald was voor hem, werd hij naar een kamp gebracht in de buurt van de kust. Hij heeft hier ongeveer twee maanden verbleven. Het kamp werd gerund en bewaakt door Libiërs en er zaten ongeveer 700 migranten in dit kamp. Ook hier werden de migranten geslagen. Op een gegeven moment moesten ze naar de kust lopen en met 90 personen in een rubberboot stappen. [165] De rubberboot werd bestuurd door een Afrikaan. Ze hadden wel zwemvesten, maar de getuige weet niet of het goede zwemvesten waren. [166] Ze zijn vanuit Libië richting Italië gevaren. Op 24 april 2018 zijn ze gered door een Italiaanse reddingsboot en naar Italië gebracht. [167]
Over
de afpersingheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. De migranten in het kamp moesten uren in de rij staan om te bellen met familieleden zodat zij zouden betalen aan verdachte. Als ze weigerden te bellen werden ze geslagen. De getuige belde naar zijn broer in Nederland en smeekte zijn broer of hij het geld voor hem kon regelen. Hij werd geslagen terwijl hij met zijn broer aan het bellen was. Soms pakten de handlangers van verdachte de telefoon af en zeiden tegen zijn broer dat de getuige vermoord zou worden als er niet betaald werd. Twee of drie maanden nadat voor hem betaald was, mocht de getuige vertrekken naar de kust. [168]
Op 8 november 2023 is de broer van ‘ [getuige 7] ’, de getuige ‘ [getuige 3] ’, voorzien van getuigennummer [nummer 17] , gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Deze getuige heeft verklaard dat hij twee keer telefonisch contact had met zijn broer toen zijn broer in het kamp van verdachte zat en dat zijn broer hem vertelde dat hij mishandeld werd. [169] Toen de getuige zijn broer aan de telefoon had, hoorde hij op de achtergrond veel mensen schreeuwen en huilen. De getuige bevond zich in Nederland toen hij telefonisch contact had met zijn broer. Zijn broer zei hem dat hij ontvoerd was en dat er $5.000,00 voor hem moest worden betaald. De getuige heeft contact opgenomen met twee ooms die woonachtig waren in Israël en één van deze ooms heeft via dorpsgenoten het geld bij elkaar kunnen krijgen, waarna is betaald. [170]
De derde persoon aangeduid als ‘ [getuige 13] ’ in de tenlastelegging onder feit 5 (met getuigennummer [nummer 15] ) is op 9 maart 2021, 1 april 2021, 12 april 2021 en 10 mei 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee en op 12 maart 2024 door de rechter-commissaris in strafzaken. Hij heeft verklaard dat hij negen maanden tot een jaar in het kamp van verdachte in [plaats 1] heeft verbleven. [171] Hij heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij in 2018 naar Nederland is gekomen. [172]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Hij en de andere migranten werden elke dag geslagen met een waterslang door de handlangers van verdachte. Ze sloegen in opdracht van verdachte. [173] Een van de handlangers die sloeg heette [naam 19] . [174] Ze kregen onvoldoende eten en onvoldoende water. Zo kregen ze maar drie hapjes macaroni per persoon per dag. Er waren slechts drie toiletten voor 1600 migranten en er was geen medische zorg. [175] Het kamp werd bewaakt door Libische bewakers. [176] De migranten in het kamp moesten bellen naar familieleden om geld te regelen. Verdachte en zijn handlangers vertelden dat het geld via hawala bankieren moest worden betaald. De getuige heeft gebeld naar zijn broer omdat hij aan verdachte $5.500,00 moest betalen voor de reis van Libië naar Italië. Hij heeft aan de telefoon tegen zijn broer gezegd dat hij werd geslagen en mishandeld en hij heeft gevraagd het geld over te maken. [177]
Over
de zeereisheeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Hij werd, nadat het geld betaald was, met een soort vrachtwagen naar de kust gebracht, waar hij twee tot drie maanden heeft gewacht op een plek met 700 personen. [178] Hij is in april 2018 met 95 migranten aan boord van een rubberboot gestapt, die bestuurd werd door een Afrikaanse man die ook de oversteek wilde maken naar Italië. Ze hadden alleen een zwemvest gekregen. Na een tijd varen ging het stuur van de boot kapot. Op een gegeven moment werden ze gered door een Italiaanse boot. [179]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 12 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
De halfbroer van ‘ [getuige 13] ’, met getuigennummer [nummer 18] , is op 28 april 2021 en op 8 mei 2021 gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Deze getuige heeft onder meer verklaard dat ‘ [getuige 13] ’ ongeveer zes maanden in de loods van verdachte heeft gezeten en dat de schoonvader van ‘ [getuige 13] ’ vanuit Libië werd gebeld door een handlanger van verdachte met de mededeling dat er $5.500,00 betaald moest worden. [180] De schoonvader van ‘ [getuige 13] ’ heeft samen met deze getuige het geld verzameld en in Israël overgedragen. [181]
De vierde persoon aangeduid als ‘ [getuige 12] ’ in de tenlastelegging onder feit 5 (met getuigennummer [nummer 16] ) is op 17 februari 2021, 24 februari 2021, 20 april 2021, 21 mei 2021, 25 juni 2021 en 15 maart 2023 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij van september 2017 tot januari 2018 in het kamp van verdachte in [plaats 1] verbleef. [182] De getuige is via Italië, Frankrijk en België in Nederland aangekomen. [183] Uit het uittreksel BRP blijkt dat hij in ieder geval sinds 10 november 2020 in Nederland is ingeschreven. [184]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Als migranten het reisgeld niet konden betalen werden ze mishandeld door handlangers van verdachte in diens opdracht. [185] Verdachte wilde dat de getuige $1.600,00 zou betalen voor de zeereis, maar nadat de getuige aangaf daartoe niet de middelen te hebben, zei verdachte dat hij dan $1.300,00 moest betalen. [186] De getuige heeft zijn broer gebeld in Soedan en die heeft vervolgens $1.300,00 voor hem betaald. [187] [naam 20] was een medewerker van verdachte die heel veel misdrijven heeft gepleegd in de loods. In het begin was zijn rol het mishandelen van migranten. Later ging hij de codes beheren en bijhouden of migranten betaald hadden. [188] Een handlanger genaamd [naam 21] sloeg migranten in het kamp met een stok. [189] Er waren twee tot drie toiletten voor 800 migranten en de wc’s waren steeds verstopt. De migranten konden één keer per week douchen. Ze kregen niet fatsoenlijk te eten, waardoor ze een tekort hadden aan vitaminen en proteïne. [190]
Over
de zeereisheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Eind december 2017 of begin januari 2018 ging hij met andere migranten richting de kust. Na enkele maanden werd hij naar een boot gebracht. Een Libiër die bij hen in de boot zat, ging met hen varen tot ongeveer 200 à 300 meter in de zee. Die is vervolgens van de boot gesprongen en terug gezwommen naar de kust. Op een gegeven moment werden ze opgepikt door een Duitse boot. Ze moesten toen de reddingsvesten die ze aan hadden weggooien en ze kregen andere reddingsvesten van de Duitsers. [191]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die deze getuige op 13 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
5.4.2.4. Ten aanzien van feit 7: aankomst op 1 augustus 2015 in Lampedusa
Een andere aankomstlijst van migranten die per boot Italië hebben bereikt, die in het kader van het JIT aan het onderzoeksteam Pearce door de Italiaanse autoriteiten te Palermo is verstrekt, betreft de aankomstlijst van 1 augustus 2015. Op deze lijst staan de namen, met bijbehorende foto’s, van migranten die op die dag arriveerden in Lampedusa (Italië). [192]
De aankomstlijst is in onderzoek Pearce geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van vijf migranten, te weten:
1. [getuige 12] ’ (getuige [nummer 19] ), vrouw, geboren op [geboortedatum 12] 1992;
2. ‘ [getuige 9] ’ (getuige [nummer 20] ), man, geboren op [geboortedatum 13] 1991;
3. ‘ [getuige 15] ’ (getuige [nummer 21] ), man, geboren op [geboortedatum 14] 1989;
4. ‘ [getuige 13] ’ (getuige [nummer 22] ), man, geboren op [geboortedatum 15] 1987;
5. ‘ [getuige 1] ’ (getuige [nummer 1] ), man, geboren op [geboortedatum 16] 1987. [193]
Naar aanleiding van het verhoor van de getuige ‘ [getuige 1] ’ is de getuige ‘ [getuige 2] ’ geïdentificeerd als medereiziger van deze overtocht. Nadien is ‘ [getuige 2] ’ als zesde persoon aan de tenlastelegging toegevoegd, als de persoon aangeduid als:
6. ‘ [getuige 2] ’ (getuige [nummer 2] ), man, geboren op [geboortedatum 17] 1987.
‘ [getuige 12] ’ heeft tijdens zijn getuigenverhoor op 15 december 2021 verdachte herkend als de persoon op het fotoblad met het nummer 18. [194]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 12] ’ in de tenlastelegging onder feit 7 (getuigennummer [nummer 19] ) is op 10 november 2021, 29 november 2021, 13 december 2021 en 15 december 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee en op 9 januari 2025 door de rechter-commissaris in strafzaken. De getuige heeft verklaard dat zij ongeveer twee weken in het kamp van verdachte in de buurt van Tripoli heeft verbleven. [195] Ze heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij eind augustus 2015 in Nederland is gekomen. [196]
Over
het verblijf in het kampheeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. In het kamp van verdachte waren Eritrese en Libische bewakers die sloegen de migranten met een houten stok. Zij heeft drie tot vier keer gezien dat er migranten werden geslagen. De migranten die er al lang zaten en niet betaald hadden, vertelden haar dat zij werden geslagen door de bewakers en door verdachte. [197] De man van de getuige heeft naar zijn neef in Israël gebeld, die vervolgens $1.800,00 per persoon heeft betaald voor de zeereis van haar en haar man. [198] De getuige kreeg niet genoeg voedsel, er waren maar drie of vier wc’s, ze mocht maar één keer douchen in de twee weken dat ze in het kamp was en er was geen medische zorg op het terrein. [199]
Over
de zeereisheeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Na twee weken in het kamp van verdachte te hebben gezeten, noemde een handlanger van verdachte de namen op van de migranten die mochten vertrekken naar zee. Verdachte stond erbij en keek toe of alles goed verliep. De groep met de getuige werd vervolgens met een vrachtwagen richting een locatie bij de zee vervoerd. [200] Na drie dagen werden ze in de nacht met meer dan 100 migranten naar de zee gebracht en stapten ze in een houten boot. Een Eritrese man heeft hen begeleid naar de zee, maar is niet met hen op de boot gegaan. Na een tijdje varen ging de motor kapot. Het schip dat met hen vertrok liet hen vervolgens achter. Er was geen eten en drinken aan boord en ze hadden geen reddingsvesten. Op een gegeven moment werden ze gered door een Italiaans schip. Ze kwamen in augustus 2015 aan in Italië. [201]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 9 januari 2025 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 9] ’ in de tenlastelegging onder feit 7 (getuigennummer [nummer 20] ) is op 26 november 2021, 3 december 2021 en 4 januari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij een tot twee weken of iets meer dan een maand in het kamp van verdachte in Tripoli heeft gezeten. [202] Hij heeft verklaard dat hij op 9 september 2015 in Ter Apel is aangekomen. [203]
Over
het verblijf in het kamp en het aan hem toegebrachte letselheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. In het kamp kregen de migranten weinig eten. Ze kregen gedroogd brood met tomatensaus, met heel veel water. [204] In de loods kreeg de getuige op een gegeven moment van een bewaker van achteren een klap op zijn hoofd. Nadat de getuige hier iets van zei, moest hij van verdachte op de grond gaan liggen en werd hij door verdachte geslagen met een dikke stok. Daarnaast kreeg hij zweepslagen van hem en moest hij over de grond rollen. Verdachte sloeg met heel veel kracht. De getuige had veel bloed verloren, maar kreeg geen medische behandeling. Hij heeft een litteken eraan overgehouden op zijn achterhoofd. Hij heeft ook een litteken op zijn kuit, omdat de randen van de stok waarmee verdachte sloeg heel scherp waren. Nadat de getuige aan verdachte vroeg waarom hij hem sloeg, kreeg hij weer een klap op zijn hoofd. Verdachte sloeg en mishandelde meer migranten in de loods. [205] In de loods werden veel Eritreeërs geslagen en mishandeld. [206] Bewakers sloegen migranten met een stok. [207] Verdachte verplichtte migranten om geld over te maken om de overtocht te kunnen maken. De getuige moest $2.000,00 betalen om naar de kust te mogen vertrekken. [208] Het reisgeld van de getuige werd door een vriend in Israël betaald, waar de getuige een bepaald bedrag had achtergelaten. Verdachte had aan de vriend van de getuige informatie gegeven hoe het geld betaald moest worden. Zijn vriend heeft het geld betaald aan een vertegenwoordiger van verdachte. Na enkele dagen kreeg de getuige te horen dat het geld betaald was en kreeg hij een code met 4 cijfers, waarmee de betaling werd bevestigd. [209] De getuige en de andere migranten mochten in de loods van verdachte maar één keer per week douchen. [210]
Over
de zeereisheeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Nadat hij het bedrag had betaald, werd hij naar de kust gebracht. De weg van de hal naar de kust was heel eng en gevaarlijk. Ze werden vervoerd in een overdekte ruimte van een vrachtwagen. Omdat het daar heel benauwd was, maakte getuige een gaatje in de tent aan de bovenkant om adem te halen. Hij kreeg vervolgens een klap op zijn hoofd van een Libiër. Hieraan heeft de getuige een litteken overgehouden. Ook andere reizigers kregen klappen. Bij de kust moest de getuige een week wachten. Daarna werden ze met een gesloten auto naar een houten boot gebracht. Er zaten ongeveer 150 migranten op de boot. Er waren geen veiligheidsvoorzieningen op de boot en er was geen eten en drinken. Er waren veel migranten aan boord die nog nooit hadden gezwommen. [211] Nadat ze dertien uur hadden gevaren, ging hun boot stuk. Twee uur later werden ze door Britten opgepikt en naar Lampedusa gebracht. [212]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 25 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 15] ’ in de tenlastelegging onder feit 7 (getuigennummer [nummer 21] ) is op 4 januari 2022 en 13 januari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee en op 22 januari 2025 door de rechter-commissaris in strafzaken. De getuige heeft verklaard dat hij in juli 2015 ongeveer een maand in het kamp van verdachte in de buurt van Tripoli heeft verbleven. [213] Hij heeft verklaard dat hij in augustus 2015 aankwam in Italië en vervolgens is doorgereisd naar Nederland. Tijdens zijn verhoor in januari 2022 was hij al zes jaar woonachtig in Nederland. [214]
Over
het verblijf in het kampheeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Hij moest aan verdachte $2.000,00 betalen voor de zeereis. Zijn neef die in Israël woont heeft dit bedrag betaald. [215] In de loods waar de getuige zat, werden de migranten vaak zonder reden geslagen. De migranten kregen alleen natte, papperige rijst of linzensoep met veel water. Aan het drinkwater was zout toegevoegd. Er waren te weinig wc’s en de wc’s waren bovendien heel vies. [216]
Over
de zeereisheeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Na twee tot vier weken in de loods bij verdachte te zijn geweest, werd hij met een vrachtauto richting een loods in de buurt van de zee gebracht. De dag erna werd hij naar een houten boot gebracht. De migranten werden geslagen om in de boot te gaan en ook in de boot werden ze geslagen. De migranten kregen geen reddingsvesten en er was geen eten en drinken aan boord. Er zaten 200 tot 350 migranten op de boot en de boot werd getrokken door een andere boot. De boot ging op een gegeven moment kapot. Ze werden gered door een Italiaans schip en naar Italië gebracht. [217]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 22 januari 2025 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. Aanvullend heeft de getuige bij de rechter-commissaris nog verklaard dat verdachte hun reis heeft geregeld nadat zij geld aan verdachte hadden betaald en dat “de onderdanen van verdachte” hen naar de kust hebben gebracht. [218]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 13] ’ in de tenlastelegging onder feit 7 (getuigennummer [nummer 22] ) is op 6 januari 2022 en 31 januari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij in juli 2015 vijf dagen in een loods van verdachte heeft gezeten in de buurt van Tripoli. [219] De getuige heeft aangegeven in 2015 in Nederland te zijn aangekomen. [220]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Toen hij op het terrein van verdachte arriveerde, stond verdachte hen al op te wachten. [221] De getuige moest $2.200,00 betalen voor de zeereis naar Europa. Dit geld is betaald in Israël door een vriend van de getuige. [222] De getuige heeft gezien dat verdachte, de migranten sloeg. Hij sloeg ook migranten die uit wanhoop buiten water gingen drinken, omdat ze dorst hadden. [223] Migranten moesten dan op de grond gaan liggen, waarna verdachte water over die personen gooide en hen vervolgens ging slaan. [224] Tussen de vluchtelingen zaten artsen, maar er waren geen medicijnen op het kamp. [225]
Over
de zeereisheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Eind juli 2015 is de getuige naar de kust gebracht. Hij verbleef met andere migranten ongeveer tien dagen in een vervallen fabriek. Toen het donker was stapten ze in een houten boot zonder motor. De boot werd getrokken door een andere boot, maar op een gegeven moment ging de motor van die boot stuk. Ze zaten met 200 tot 350 migranten in de boot. Ze kregen geen reddingsvest aan boord en ze kregen niets te eten of te drinken. Ze moesten met een machine het water dat in de boot kwam er uit pompen. De vrouwen en de kinderen in de boot konden niet zwemmen. Op 1 augustus 2015 kwamen ze aan in Lampedusa. [226]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 26 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. Aanvullend heeft de getuige bij de rechter-commissaris nog verklaard dat verdachte de migranten sloeg met een houten stok. [227]
De vijfde persoon aangeduid als ‘ [getuige 1] ’ in de tenlastelegging onder feit 7 (getuigennummer [nummer 1] ) is op 27 januari 2022 en 2 februari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij in juli 2015 ongeveer 10 tot 15 dagen in een loods van verdachte in Tripoli heeft verbleven en dat hij rond 28 augustus 2015 in Nederland is aangekomen. [228]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Toen hij in de hal van verdachte aankwam, begon verdachte direct migranten te slaan. [229] Verdachte sloeg met een houten stok. Een bewaker sloeg hen met een riem. [230] De omstandigheden op het kamp waren slecht, er was weinig eten en drinken en er waren geen medische voorzieningen. [231] Er werd gekookt, maar er was niet genoeg eten voor alle migranten. De migranten mochten pas reizen als er geld was overgemaakt. Totdat er was betaald, oefende verdachte druk op hen uit om te betalen. [232] De getuige moest $2.200,00 aan verdachte betalen voor de zeereis naar Europa. De broer van de getuige, die in Israël zat, kreeg van verdachte te horen dat hij het geld moest overmaken naar iemand in Soedan. Na het betalen van het geld kreeg de broer van de getuige een code die hij naar hem doorstuurde. Deze code diende als bewijs dat er betaald was. Verdachte was verantwoordelijk voor het controleren wie er wel en niet betaald had. [233] Verdachte was degene die bepaalde wat er gebeurde en regelde het vervoer. [234]
Over
de zeereisheeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Nadat er betaald was, ging de getuige met een groep andere migranten naar een loods dichtbij de kust. Hier hebben ze een dag en een nacht gezeten, alvorens ze naar de zee werden gebracht. [235] Toen de getuige met anderen naar de boten ging om de zeereis te maken, zag hij dat er twee boten waren: één boot met een motor en één boot die gesleept werd door de boot met de motor. De Arabieren beslisten wie in welke boot moest stappen. De getuige zat in de boot die gesleept werd. [236] De boten waren niet zeewaardig. [237] In de twee boten samen zaten ongeveer 320 personen. [238] Niemand droeg een zwemvest en er waren slechts vier of vijf waterjerrycans voor onderweg. De getuige kon niet goed zwemmen. [239] Na enkele uren ging de boot lek. Van de boot met motor viel de motor uit. Een Italiaans schip heeft hen gered. Op 1 augustus 2015 is de getuige in Italië aangekomen. [240]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die deze getuige op 28 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. Aanvullend heeft de getuige bij de rechter-commissaris nog verklaard dat verdachte bij de kust aanwezig was voordat de getuige en de andere migranten in de boten stapten en dat verdachte hierop toezicht hield. [241]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 2] ’ in de tenlastelegging onder feit 7 (getuigennummer [nummer 2] ) is op 16 december 2024 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee en op 16 september 2025 door de rechter-commissaris in strafzaken. De getuige heeft verklaard dat hij in juli 2015 vier of vijf dagen in een loods van verdachte heeft verbleven in Tripoli en daarna vier of vijf dagen bij de kust. [242] Uit het uittreksel BRP blijkt dat hij in ieder geval sinds 24 februari 2016 in Nederland is ingeschreven. [243]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Toen ze in de loods van verdachte zaten, gaf verdachte opdracht dat de migranten moesten bellen naar familieleden om de betaling voor de reis te regelen. [244] De getuige moest $4.000,00 betalen aan verdachte voor de reis over zee. Een vriend van de getuige in Israël heeft het geld aan een contactpersoon van verdachte gegeven die in Israël geld voor verdachte verzamelde. [245] Als de migranten belden voor geld, werden ze altijd onder druk gezet. Er waren vijf mannen die het telefoonwerk deden voor verdachte. [246] Alleen als het echt nodig was of als iemand het geld niet kon of wilde betalen, kwam verdachte langs. [247] Verdachte bedreigde de migranten en schold hen uit. [248] De getuige is een paar keer geslagen door verdachte met een waterslang op zijn rug. Hij sloeg zo hard, dat de huid van getuige ervan open lag en bloedde. Verdachte heeft een pistool tegen zijn hoofd gezet en gezegd dat hij de getuige zou doodschieten. [249] De migranten in de loods kregen maar twee keer per dag eten. Soms kregen ze pasta en soms saus met brood. Er was weinig doucheruimte. [250] Verdachte was degene die ervoor zorgde dat de migranten werden vervoerd van land naar land, dat ze verbleven in een land waar ze niet mochten zijn en uiteindelijk in Europa aankwamen. [251]
Over
de zeereisheeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Op een gegeven moment ging de getuige aan boord van een boot. Toen het licht begon te worden, zagen ze dat hun boot geen motor had, maar werd voortgetrokken door een andere boot. Midden op de zee werden ze gered door de Italiaanse kustwacht. [252]
5.4.2.5. Ten aanzien van feit 8: aankomst op 4 februari 2018 in Messina
Een andere aankomstlijst van migranten die per boot Italië hebben bereikt, die in het kader van het JIT door de Italiaanse autoriteiten te Palermo aan het onderzoeksteam Pearce is verstrekt, betreft de aankomstlijst van 4 februari 2018. Op deze lijst staan de nationaliteiten van honderdzevenenvijftig (157) migranten die op die dag arriveerden in de haven van Messina (Sicilië). [253]
Uit het reddingsverslag is gebleken dat er op 1 februari 2018 om 11:53 uur, na signalering vanuit het operatiecentrum te Rome, werd doorgegeven aan het schip [schip 7] 3 dat er op coördinaten 33°18.6' N - 011°53' E 13 mn (zeemijl) ten noorden van de Libische kust en 135 mn ten zuiden van Lampedusa een boot zou varen met migranten aan boord. Door de [schip 7] 3 werd een houten blauwe boot met ongeveer 157 migranten aan boord onderschept. De [schip 7] 3 heeft op 4 februari 2018 om 07:30 uur aangemeerd in de haven van Messina om de migranten te ontschepen. [254]
De aankomstlijst is in onderzoek Pearce geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van de volgende personen:
‘ [getuige 16] ’ geboren op [geboortedatum 18] 2002;
‘ [getuige 9] ’ geboren op [geboortedatum 19] 1994;
‘ [getuige 17] ’ geboren op [geboortedatum 20] 2001. [255]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 16] ’ in de tenlastelegging onder feit 8 (getuigennummer [nummer 23] ) is op 12 april 2021, 27 juni 2021 en 13 maart 2023 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Zij heeft verklaard in 2017 in het kamp van verdachte te zijn aangekomen en dat ze hier zes of zeven maanden heeft verbleven. [256] Zij heeft verklaard sinds 2018 in Nederland te zijn. [257] Blijkens documentatie in het dossier is de ingangsdatum van de verblijfstitel van getuige in Nederland 19 april 2018. [258]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige als volgt verklaard. Ze kwam na een reis vanuit Khartoem aan op een groot terrein met meerdere loodsen in Libië. Deze plek heette ‘ [plaats 2] ’. [259] De getuige kreeg van ‘kapo’s’ te horen dat ze moest betalen als ze verder naar de zee wilde reizen. Migranten mochten de loods niet verlaten voor het geld betaald was. [260] De migranten moesten familieleden bellen om te vragen het bedrag te betalen. De getuige moest zelf elke ochtend gedurende een week in de rij staan om te bellen. Ze moest 3.800 betalen, in euro’s denkt de getuige. [261] De getuige heeft verdachte zelf ter plaatse gezien. In het kamp kreeg zij te horen dat hij een mensensmokkelaar was. Verdachte had veel handlangers (kapo’s) voor hem werken. De getuige heeft verdachte zelf niets zien doen, maar zijn handlangers kregen opdracht van hem iets uit te voeren. De handlangers moesten de migranten slaan. Getuige heeft verdachte de opdracht zien en horen geven iemand te slaan die niet betaalde. [262] Ze kent de namen van twee handlangers, namelijk [naam 9] (fonetisch) en [naam 19] (fonetisch). [263] De handlangers kregen allerlei opdrachten van verdachte, waaronder het slaan van de migranten en het verzorgen van eten. Het kwam heel vaak voor dat migranten in opdracht van verdachte geslagen werden. [264] De getuige is zelf door de handlangers geslagen toen ze in de rij stond voor de douche. [265] Zij werd met een soort stok op haar rug geslagen. [266] De loods was één groot gebouw waarin ook douches en toiletten waren. [267] De hygiëne in het kamp was een groot probleem. De getuige kreeg geen of onvoldoende maandverband, dit was ook niet te koop in het kamp. Er was onvoldoende drinkwater of water om jezelf mee te wassen en er was te weinig eten. Ze kregen tweemaal per dag een lepel macaroni. [268] Ze hadden in het kamp ook veel last van ongedierte, zoals luizen. Iedereen had schurft door het gebrek aan hygiëne. Migranten in het kamp werden erg ziek en kregen infecties. [269] Ze heeft ook gezien dat Somalische migranten zijn komen te overlijden doordat ze te weinig eten kregen. [270] Zwangere vrouwen kregen geen medische hulp bij de bevalling. Soms overleefde de baby de bevalling niet. [271] De getuige was zelf bang dat ze dood zou gaan. [272]
Over
de zeereisheeft de getuige als volgt verklaard. Op een gegeven moment kreeg de getuige haar moeder te spreken. [naam 9] was bij dit gesprek aanwezig. Er werd haar verteld dat het bedrag was betaald en dat de handlangers hiervan op de hoogte waren. [273] [naam 9] , de belangrijkste handlanger van verdachte, vertelde op gegeven moment dat ze naar de zee mocht reizen. [274] Ze vertrokken met ongeveer zestig personen in één vrachtwagen. De vrachtwagen werd bedekt en ze moesten stil zijn. [275] Ze zijn eerst naar een plek gereden waar ze te eten kregen en moesten overnachten. De volgende dag zijn ze naar de kust gereden, waar ze in de avond rond negen uur aankwamen. [276] Aan de kust lag een rubberboot waar Arabieren op zaten. Verder in de zee lag een houten boot, waar ze steeds met een aantal heengebracht werden. De getuige kon niet zwemmen en kreeg geen reddingsvest of andere middelen om zichzelf mee te beschermen. De migranten op de boot hadden geen voeding bij zich. Ze kregen geen instructies over de zeereis. Ze zaten dicht op elkaar en hadden geen ruimte. [277] Tijdens de zeereis kwam er water in de boot vanuit een opening aan de onderkant. De zeereis was erg gevaarlijk. Als zij te water zou zijn geraakt zou ze zijn verdronken. De volgende dag rond acht uur ’s ochtends zagen ze de grote reddingsboot die hen gered heeft en naar de kust van Italië heeft gebracht. [278]
Deze verklaringen komen overeen met de verklaring die de getuige op 21 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
De geïdentificeerde in Nederland verblijvende persoon aangeduid als ‘ [getuige 9] ’ (getuigennummer [nummer 24] ) is op 23 juni 2021 en 28 juni 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Uit de analyse van de aankomstlijst is gebleken dat zij op dezelfde aankomstlijst stond als de hiervoor genoemde én in de tenlastelegging opgenomen persoon aangeduid als ‘ [getuige 16] ’. [279] De getuige “ [getuige 9] ” heeft verklaard niet in de loods van verdachte te hebben verbleven, maar wel in een loods van een andere smokkelaar op hetzelfde kampterrein, in 2017 voor ongeveer zes maanden. [280] De getuige heeft verklaard dat ze verdachte in die periode heeft gezien op het terrein. Verdachte was een smokkelaar en had een eigen groep migranten op het terrein. [281] Verdachte was het ergste. Hij mishandelde migranten en gooide koud water over hen heen. [282] De getuige heeft verklaard dat ze omstreeks januari 2018 richting de kust is vertrokken. [283] Bij de kust waren ook andere reizigers. Haar is verteld dat zij onder andere uit het kamp van verdachte kwamen. De boot waar ze op moesten, lag al klaar in het water. Het was een houten of metalen boot. [284] Ze zijn rond negen uur in de avond begonnen met de bootreis. De volgende ochtend zijn ze door de Italianen gered. [285]
Deze getuige heeft tijdens het verhoor door de rechter-commissaris op 27 mei 2025 verklaard dat ze verdachte één keer persoonlijk heeft gezien. Ze wist dat dit verdachte was, omdat de Libiërs hem riepen en zijn naam noemden. Hij vroeg bij welke smokkelaar ze zat en lachte haar uit. Verdachte had mensen die anderen voor hem mishandelden. Ze heeft gehoord dat migranten, die bij verdachte zaten en niet op tijd betaalden, werden mishandeld. Ze moesten bellen. [286] De personen die in de loods van verdachte verbleven, werden door verdachte naar de zee gestuurd. De smokkelaar bij wie je zat is ook de persoon die je naar de zee stuurde. [287]
De geïdentificeerde in Nederland verblijvende persoon hiervoor aangeduid als ‘ [getuige 17] ’ (getuigennummer [nummer 25] ) is op 10 mei 2021 en 28 mei 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Uit de analyse van de aankomstlijst is gebleken dat zij op dezelfde aankomstlijst stond als de hiervoor aangeduide en op de tenlastelegging opgenomen getuige ‘ [getuige 16] ’. [288] De getuige ‘ [getuige 17] ’ heeft verklaard niet in de loods van verdachte te hebben verbleven, maar wel in een magazijn van een andere smokkelaar op hetzelfde terrein. Dit was in 2017 gedurende ongeveer acht maanden. [289] Het terrein bevond zich in de plaats ‘ [plaats 4] ’ (fonetisch). [290] De getuige heeft verklaard dat er naast de loods waar zij zat nog twee loodsen waren, waaronder een van verdachte. [291] Ze heeft migranten horen bespreken dat verdachte hun smokkelaar was. [292] Zij heeft verklaard dat zij, nadat haar broer voor haar betaald had, samen met de anderen die betaald hadden, is vertrokken naar de kust. Onderweg moesten ze twee keer overnachten in een loods. [293] Ze heeft onderweg naar de kust twee meisjes gesproken die in het kamp van verdachte hadden gezeten. Toen de getuige bij de kust aankwam stonden daar al de migranten die in het kamp van verdachte hadden verbleven. Ze werden samen op de boot naar Italië gezet. [294] Ze zijn rond tien uur in de avond de zee op gegaan. Vroeg in de ochtend zijn ze door het grote schip gered. [295]
5.4.2.6. Ten aanzien van feit 9: aankomst op 12 maart 2018 in Pozzallo
Een andere aankomstlijst van migranten die per boot Italië hebben bereikt, die in het kader van het JIT door de Italiaanse autoriteiten te Palermo aan het onderzoeksteam Pearce is verstrekt, betreft de aankomstlijst van 12 maart 2018. Op deze lijst staan de namen, met bijbehorende foto’s, van eenennegentig (91) migranten die op die dag arriveerden in Pozzallo (Italië). [296]
Uit het reddingsverslag is gebleken dat er op 11 maart 2018 een reddingsoperatie plaatsvond op de Middellandse Zee. Op 11 maart 2018 om 00:10 uur is het schip [schip 4] naar een locatie gevaren waar een vaartuig dat in de problemen verkeerde, was gesignaleerd. Het ging om een witte rubberboot met een buitenboordmotor met aan boord 93 migranten. De migranten vertelden dat ze op 10 maart 2018 vanuit het kustgebied van [locatie 4] waren vertrokken. Het schip [schip 4] droeg vanwege gezondheidsredenen twee van de migranten over aan een andere patrouilleboot in de buurt van het eiland Lampedusa. [297]
De aankomstlijst is in onderzoek Pearce geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van onder meer twee in Nederland verblijvende migranten van deze aankomstlijst, te weten:
(…) 5. ‘ [getuige 15] ’, ( [getuige 13] ), geboren op [geboortedatum 21] 1996 en
(…) 7. ‘ [getuige 18] ’, ( [getuige 4] ), geboren op [geboortedatum 22] 2002. [298]
Getuige ‘ [getuige 15] ’ heeft tijdens het verhoor van 4 maart 2021 verdachte herkend van een fotoblad met het nummer 18. [299]
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 15] ’ in de tenlastelegging onder feit 9 (getuigennummer [nummer 26] ) is op 21 juni 2021, 13 oktober 2021, 8 november 2021, 3 februari 2022 en 4 maart 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij vanaf november of december 2016 ongeveer een jaar in het kamp van verdachte in [plaats 1] heeft verbleven. [300] De getuige is na aankomst in Italië via België naar Nederland gereisd. [301] Toen hij in Italië aankwam had hij tuberculose. [302] Ook toen de getuige in Nederland aankwam, had hij nog tuberculose. [303] Uit het uittreksel BRP blijkt dat hij sinds 10 februari 2021 in Nederland is ingeschreven. [304]
Over
het verblijf in het kamp en het door hem opgelopen letselheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Verdachte was de baas in het kamp. Hij gaf opdrachten aan zijn handlangers, de kapo’s. Drie van hen heetten [naam 9] , [naam 10] en [naam 21] . Een vierde kapo betrof een dikke man, door wie de getuige vaak is geslagen. [305] De getuige kreeg van [naam 9] te horen dat hij moest betalen. [306] Nadat er voor hem betaald was, kreeg hij een code. [naam 9] controleerde aan de hand van deze code of er daadwerkelijk betaald was. [307]
[naam 9] was verantwoordelijk voor het registeren van de migranten die op het kamp aankwamen en voor het bijhouden of men wel of niet betaald had. Hij werkte voor verdachte en had nauw contact met hem. Hij sloeg de migranten ook. [naam 10] liet de migranten in de rij staan en was belast met het slaan van de migranten. Hij sloeg met een zweep gemaakt van een soort rubber en een waterslang met een stuk metaal erin. Hij sloeg hen op het hoofd, op de rug of op de ogen. [308] [naam 21] sloeg ook. [309] Bij aankomst in het kamp van verdachte werden de migranten geslagen met een zweep door de handlangers van verdachte. Ze werden elke dag om 4 uur in de ochtend wakker gemaakt en moesten dan in de rij gaan staan om familieleden te bellen om zo snel mogelijk geld over te laten maken. Terwijl ze belden, werden ze geslagen zodat de familieleden hoorden dat ze mishandeld en gemarteld werden. [310] De getuige moest aanvankelijk $5.500,00 betalen, maar na een jaar heeft de familie van de getuige in Eritrea $2.500,00 betaald. De getuige werd elke dag geslagen omdat hij aanvankelijk een onjuist telefoonnummer had doorgegeven. Nadat hij het telefoonnummer van zijn opa had doorgegeven, hoorde getuige van zijn opa dat zijn moeder was flauwgevallen nadat de getuige met zijn moeder had gesproken. Omdat de getuige vervolgens zelf de verbinding verbrak, kreeg hij straf en werd hij vastgebonden door de handlangers van verdachte. De getuige werd gedurende 24 uur ondersteboven opgehangen met zijn handen en benen op zijn rug vastgebonden. Vervolgens werd er water over zijn lichaam gegooid en werd hij geslagen door voornoemde [naam 10] met een gummistok. De getuige heeft door het slaan en het vastbinden littekens overgehouden aan zijn armen en benen. [311] Hij was er een week ziek van, maar kreeg behalve paracetamol geen medische hulp. Er was geen medische verzorging in de loods. [312]
Verdachte heeft een vrouw in het kamp op een gegeven moment meegenomen. Zij weigerde met verdachte naar bed te gaan en daarom hij heeft bij haar gesmolten plastic op haar rug gedruppeld. [313]
De getuige en de andere migranten in het kamp kregen maar één keer per dag, slechts enkele hapjes pasta te eten. Pas als je bij de groep zat die het reisgeld had betaald, kreeg je twee maaltijden per dag. [314] Op sommige momenten was er geen water. Ze konden zich maar één keer per week douchen en wassen. [315] Ze mochten maar twee keer per dag naar het toilet. [316]
Over
de zeereisheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Drie tot vier maanden nadat het reisgeld betaald was door zijn familie in Eritrea, ging getuige met anderen richting de kust. [317] Na een maand op een locatie vlakbij de kust te hebben verbleven, is de getuige richting Italië vertrokken in een rubberboot. De boot had een kleine motor. Deze boot was niet geschikt voor de zee en er was niet genoeg plek in de boot. De migranten in de boot konden niet zwemmen en niemand droeg een reddingsvest. Er kwam water in de boot. De bestuurder van de boot was een Eritrese vluchteling. Op het moment dat ze gered werden, was de brandstof bijna op. [318]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 14 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
De persoon aangeduid als ‘S’ in de tenlastelegging onder feit 9 (getuigennummer [nummer 32] ) is op 22 september 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee en op 18 maart 2024 door de rechter-commissaris in strafzaken. Zij heeft verklaard dat zij vanaf januari 2017 een jaar in de loods van verdachte in [plaats 1] heeft verbleven. [319] De getuige is vanuit Italië naar Nederland gegaan. Ze is in 2018 in Nederland aangekomen. [320]
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. De getuige is door verdachte ontvoerd toen zij aankwam in Libië. Zij werd meegenomen door Libiërs die voor verdachte werkten. De omstandigheden in de loods waren moeilijk. De getuige en de andere migranten in de loods werden geslagen en mishandeld en ze kregen te weinig eten. Ze werden mishandeld door een Ethiopiër genaamd [naam 9] , een Ethiopiër genaamd [naam 22] en een Somaliër. Als migranten mishandeld werden, zat verdachte toe te kijken. Migranten die niet konden betalen, werden met koud water overgoten, moesten over de grond rollen en werden constant mishandeld en uitgehongerd. De getuige is heel vaak mishandeld. Er was geen medische hulp in de loods van verdachte. Alleen als verdachte zin had, werd iemand vervoerd voor een medische behandeling. Getuige moest 6000 (de rechtbank begrijpt $) aan verdachte betalen. [321] Het geld is betaald door een oom van de getuige in Israël. [322]
Over
de zeereisheeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Vier maanden nadat het geld betaald was, werd zij naar de kust gebracht. Daar verbleef zij in een magazijn van verdachte. Nadat zij daar twee weken had verbleven, werd zij, samen met andere migranten, door Libiërs, die samenwerkten met verdachte, naar zee gebracht. Ze werden door de Libiërs geholpen om aan boord te gaan van een rubberboot. Praktisch gezien was het niet mogelijk om met die boot Italië te bereiken. De getuige was heel ziek en zwak toen ze gered werd. [323]
Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 18 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd.
De persoon aangeduid als ‘ [getuige 2] ’ in de tenlastelegging onder feit 9 (getuigennummer [nummer 27] ) is op 10 maart 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee.
Over
het verblijf in het kampheeft de getuige verklaard dat hij hoorde dat de migranten in de loods van verdachte ’s ochtends werden geslagen met een slang. Hij hoorde de kapo’s dan zeggen “Sta op, sta op, anders ga ik je nog eens doodslaan”. [324]
Over
de zeereisheeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. De getuige werd door de Libiërs begeleid tot aan de kust, waar hij en de andere migranten in een boot moesten stappen. Het was een rubberboot met een motor op de achterkant van de boot. Het was geen zeewaardige boot. Ze zaten met teveel migranten opgepropt in de boot. De bodem van de boot ging op een gegeven moment kapot, waardoor er water in de boot kwam. [325]
5.4.2.7. Ten aanzien van feit 1: deelname aan een criminele organisatie
De deelname aan een criminele organisatie is, naar aanleiding van de genomen beslissingen onder hoofdstuk 3, reeds toegespitst op het plegen van de misdrijven mensensmokkel en afpersing. De hiervoor beschreven bewijsmiddelen onder 5.4.2.1. tot en met 5.4.2.6. zijn derhalve ook redengevend voor het onder 1 ten laste gelegde feit.
5.4.3.
De bewijsoverwegingen
5.4.3.1. Ten aanzien van de mensensmokkelfeiten ten laste gelegd onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9
5.4.3.1.1. Het beoordelingskader van artikel 197a Sr
Voor een bewezenverklaring van artikel 197a lid 1 Sr is vereist dat de verdachte behulpzaam is geweest een persoon toegang tot of doorreis te verschaffen door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, of dat de verdachte daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden, dat de toegang of doorreis of het verblijf wederrechtelijk is. Het bestanddeel ‘behulpzaam zijn’ dient in overeenkomstige zin te worden uitgelegd als in artikel 48 Sr. Het gaat erom of de verdachte de toegang en/of de doorreis van de vreemdeling in enigerlei opzicht bevordert of gemakkelijk maakt. [326] Het bestanddeel ‘toegang’ dient te worden gelezen als binnenkomst en ‘doorreis’ als transit of doortocht. [327] Het bestanddeel ‘wederrechtelijk’ moet in de delictsomschrijving van artikel 197a Sr worden uitgelegd als ‘zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid’. [328]
Een beroep of gewoonte maken als bedoeld in artikel 197a lid 4 Sr is aan de orde indien de verdachte zich vaker en met enige regelmaat, al dan niet beroepsmatig, schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel.
5.4.3.1.2.
Modus operandi
Het gebruik van aan andere soortgelijke feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als steunbewijs – in de vorm van zogenaamd schakelbewijs – is volgens de Hoge Raad onder bepaalde omstandigheden toegelaten. Voor de bewezenverklaring van een feit wordt in dat geval mede redengevend geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. [329] Het moet gaan om bewijsmateriaal ten aanzien van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit, zoals een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van de verdachte. Daarbij kan van belang zijn of en in hoeverre de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de onderscheidene feiten zijn begaan, op essentiële punten overeenkomen. [330] Dit wordt ook wel aangeduid als
modus operandi.
De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van de verschillende gesmokkelde personen, zoals opgenomen in paragraaf 5.4.2., volgt dat er sprake is geweest van een gelijksoortige handelwijze ten aanzien van de mensensmokkelfeiten. Er bestaan op essentiële punten kenmerkende overeenkomsten in de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de verschillende incidenten van mensensmokkel – zoals tenlastegelegd onder feit 2, 3, 5, 7, 8 en 9 – hebben plaatsgevonden. Er lijkt hierbij sprake te zijn geweest van een jarenlange praktijk waarin verdachte groepen migranten behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot Europa, via een overtocht over de Middellandse Zee. In de eerste plaats geldt dat het in alle gevallen gaat om mensensmokkel waarbij de gesmokkelde personen eerst langere tijd hebben verbleven in een kamp in Libië. Daarnaast geldt dat de handelwijze van verdachte specifieke overeenkomsten vertoont, zoals blijkt uit de getuigenverklaringen van de verschillende gesmokkelde personen. Er is door hen verklaard dat zij werden verzameld in een kamp in Libië (veelal rondom of in [plaats 1] ), waar zij werden mishandeld en gedwongen werden familieleden te bellen om te betalen voor de overtocht naar Europa. Tijdens het bellen werden de migranten ook mishandeld om familieleden tot betaling te bewegen. Verdachte gaf opdracht hiertoe aan zijn ‘handlangers’. De migranten kregen in het kamp weinig voedsel, vaak maar een of tweemaal per dag enkele lepels macaroni. Vervolgens werden zij – wanneer er voor hun overtocht was betaald – vervoerd, al dan niet per (afgedekte) vrachtwagen, naar een gebouw of plaats nabij de kust en vervolgens naar zee voor de overtocht. De overtocht vond plaats over de Middellandse Zee met een houten boot of rubberboot die (na enige tijd) zonder begeleiding, en in meerdere gevallen zonder motor, werd achtergelaten op zee.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan door de verdediging is betoogd, de getuigenverklaringen een solide fundament voor de bewezenverklaring van de mensensmokkelfeiten vormen, mede gelet op de vele overeenkomsten op essentiële punten in deze getuigenverklaringen. De verklaringen vinden bovendien bevestiging in vastgestelde concrete feiten, zoals de satellietbeelden en foto’s van de kampen en zelfs foto’s van de bewakers met stukken tuinslang als wapenstok in hun hand. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat er sprake is geweest van een herkenbaar en gelijksoortig patroon – een kenmerkende modus operandi – te herkennen in de aan verdachte verweten mensensmokkelfeiten. De bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de respectievelijk als 2, 3, 5, 7, 8 en 9 ten laste gelegde mensensmokkelfeiten zullen dan ook gebruikt worden als steunbewijs in de vorm schakelbewijs voor de andere mensensmokkelfeiten.
5.4.3.1.3. Behulpzaam bij het verschaffen van toegang en/of doorreis?
De rechtbank is op grond van de onder 5.4.2. uiteengezette bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk meerdere personen behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot en/of doorreis door meerdere landen van de Europese Unie. De rechtbank stelt vast dat door getuigen is verklaard dat zij in het kamp / de loods van verdachte verbleven, dat verdachte opdrachten gaf met betrekking tot het (laten) voldoen van de te betalen reissom en dat verdachte bepaalde wie op de vrachtwagen mocht om richting de kust gebracht te worden. [331] Verdachte is door getuigen telkens aangewezen als ‘de baas’ op het kamp ten behoeve van wie ze het bedrag voor de overtocht moesten betalen, waarna de gesmokkelde getuigen pas hun reis mochten vervolgen. [332] Door de getuigen is ook verklaard dat verdachte zich zodanig gedroeg en jegens hen uitliet dat zij daaruit afleidden dat hij verantwoordelijk was voor de gehele reis, waaronder de zeereis. [333]
De rechtbank overweegt dat het bestanddeel 'behulpzaam zijn bij' als bedoeld in artikel 197a Sr, zoals ook uit de wetsgeschiedenis blijkt, in overeenkomstige zin moet worden uitgelegd als in artikel 48 Sr. Het gaat er dus om of verdachte de gesmokkelde persoon, voor zover hier van belang, de toegang tot of de doorreis door een of meer Europese landen in enigerlei opzicht heeft bevorderd of gemakkelijk heeft gemaakt. Voor een bewezenverklaring van behulpzaamheid in de zin van artikel 197a lid 1 Sr is voldoende dat sprake is van behulpzaamheid bij een deel van het mensensmokkeltraject. Het land van aankomst of de (beoogde) eindbestemming of de plaats waar de handelingen van verdachte met betrekking tot de behulpzaamheid zich feitelijk hebben voltrokken, zijn elk op zichzelf beschouwd derhalve niet doorslaggevend.
De rechtbank is samenvattend van oordeel dat verdachte de onder de feiten 2, 3, 5, 7, 8, en 9 in de bewezenverklaring vermelde personen behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot Nederland, en/of doorreis door verschillende Europese landen, door daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, al dan niet via een tussenpersoon, door hen:
  • te vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp nabij de kust in Libië, en
  • te voorzien van een boot, al dan niet met buitenboordmotor en/of kapitein/stuurman/ begeleider, en
  • per boot te vervoeren van Libië naar Italië, en
  • instructies te geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan.
5.4.3.1.4.
Opzet op (eind)bestemming Nederland?
De rechtbank stelt vast dat, voor zover hier van belang, de in de tenlastelegging opgenomen gesmokkelde getuigen [334] tijdens de tocht over de Middellandse Zee zijn gered door Non Gouvernementele Organisaties (NGO’s) en/of de Italiaanse autoriteiten, waarna ze in Italië aan land zijn gebracht. Zoals reeds eerder is geconcludeerd onder onderdeel 3.3.2. is de rechtbank van oordeel dat deze getuigen als direct gevolg van het strafbare handelen van verdachte in de zin van artikel 197a Sr zijn doorgereisd naar Nederland. Zij zijn binnen afzienbare tijd na de aankomst in Italië doorgereisd en in Nederland aangekomen om asiel aan te vragen, en daarmee is in Nederland het rechtsbelang, dat wordt beschermd door artikel 197a Sr, geschonden.
Door de verdediging is aangevoerd dat de personen die de smokkel hebben georganiseerd opzet zouden hebben gehad op smokkel vanuit Afrika naar Italië als eindbestemming, en dat er geen opzet op toegang tot Nederland is geweest. De rechtbank overweegt dat, in het kader van het delict mensensmokkel als bedoeld in artikel 197a Sr, de opzet van verdachte gericht moest zijn op behulpzaamheid bij de wederrechtelijke toegang tot en/of doorreis door één van de in dat artikel genoemde (EU-)landen. Uit het dossier volgt dat de overtochten waren gericht op een tocht over de Middellandse Zee naar Italië. Voor bewezenverklaring van het telkens ten laste gelegde onderdeel “in Nederland” is voor toerekening aan verdachte voldoende dat er door de gesmokkelde personen uiteindelijk binnen afzienbare termijn is doorgereisd naar Nederland. Door het overbrengen van deze personen naar Italië is het immers, mede door de open Europese binnengrenzen, voor iedere migrant mogelijk naar andere Europese landen, waaronder Nederland, door te reizen. Gelet op de relatief korte periode tussen de aankomst in Italië en het zich verschaffen van toegang tot Nederland door de gesmokkelde personen, kan die toegang tot Nederland redelijkerwijs aan verdachte worden toegerekend. Door de bewezen verklaarde smokkelactiviteiten, ook al eindigden die wat verdachte betreft in Italië, heeft verdachte immers de doorreis door andere EU-landen én de toegang tot Nederland bevordert en/of gemakkelijk gemaakt.
5.4.3.1.5.
Tezamen en in vereniging met een of meer anderen?
De rechtbank zal aan de hand van het kader als uiteengezet onder 5.4.1. beoordelen of er sprake is geweest van medeplegen, door anderen dan de medeverdachte [medeverdachte 1] , waarover de rechtbank zich hiervoor in paragraaf 5.4.1.3 al heeft uitgelaten.
De rechtbank stelt vast dat door alle – onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 op de tenlastelegging opgenomen – gesmokkelde getuigen is verklaard over een samenwerking tussen verdachte en zijn handlangers op het kamp / in de loods. Door getuigen is verklaard dat verdachte opdrachten aan zijn handlangers gaf, waaronder opdrachten om de migranten op het kamp te mishandelen. [335] Getuigen hebben een handlanger (fonetisch) genaamd ‘ [naam 9] ’ aangewezen als de persoon die zich bezig hield met onder meer het financiële deel van de mensensmokkel. [naam 9] regelde de codes met betrekking tot de betalingen en hield een lijst bij met namen van de migranten voor wie de overtocht was betaald. [336] Daarnaast hebben verschillende getuigen een handlanger (fonetisch) genaamd ‘ [naam 10] ’ en een handlanger (fonetisch) genaamd ‘ [naam 11] ’ of ‘ [naam 21] ’ aangewezen als personen die zich voornamelijk bezig hielden met het bewaken en mishandelen van migranten op het kamp / in de loods. [337]
De rechtbank is op basis daarvan van oordeel dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn handlangers bij de gezamenlijke uitvoering van de smokkel van de mensen genoemd in de ten laste gelegde feiten 2, 3, 5, 7, 8 en 9. Er is sprake geweest van een intensieve en bewuste samenwerking, waarbij verdachte opdrachten gaf aan de handlangers ten behoeve van het laten voldoen van de reissom door de migranten, de (orde)bewaking op het kamp en het op transport zetten van migranten naar de kust. De handlangers van verdachte hebben daarmee een materiële en/of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht aan de mensensmokkelfeiten geleverd. Daarnaast blijkt uit de getuigenverklaringen dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van handlangers aan de kust, die tijdelijk onderdak aan de kust organiseerden en boten regelden waarmee de migranten vervolgens de zee op werden gevaren vanuit Libië richting Italië. Hoewel in het onderzoek geen zicht is gekregen op de precieze inhoud van de samenwerking en de onderling gemaakte afspraken, blijkt uit de verklaringen dat er tussen verdachte en deze handlangers aan de kust sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op de smokkel van de migranten van Libië naar Italië.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen de mensensmokkelfeiten ten laste gelegd onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 heeft gepleegd.
5.4.3.1.6.
Wetenschap?
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de in paragraaf 5.4.2. opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte steeds wist dat de onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 opgenomen personen wederrechtelijk naar of door een of meer van de in artikel 197a Sr opgenomen landen wilden reizen, terwijl die toegang en/of doorreis wederrechtelijk waren. De migranten werden immers gesmokkeld en in niet zeewaardige vaartuigen de Middellandse Zee opgestuurd, in de hoop en onzekere verwachting dat zij zouden worden gered en overgebracht naar het Europese vasteland, juist omdat zij geen geldige reispapieren hadden voor een reguliere inreis in de Europese Unie.
5.4.3.1.7.
Levensgevaar te duchten?
In artikel 197a lid 5 Sr is ‘levensgevaar voor een ander te duchten’ als strafverzwarende omstandigheid opgenomen. Voor de invulling van het begrip ‘levensgevaar’ in het kader van dit artikel, wordt in de jurisprudentie aansluiting gezocht bij de jurisprudentie die ziet op ‘levensgevaar’ zoals bedoeld in artikel 157 Sr. De Hoge Raad vult het te duchten gevaar in aan de hand van het vereiste van voorzienbaarheid. Daarbij wordt uitgegaan van voorzienbaarheid ten tijde van het handelen van de verdachte. Om het levensgevaar voor een ander als vaststaand te kunnen aannemen is in algemene zin vereist dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen volgt dat dat levensgevaar concreet te duchten was. Dit betekent dat het levensgevaar ten tijde van het behulpzaam zijn bij de toegang tot en/of doorreis naar de Europese Unie naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Dat de verdachte zelf dat gevaar wellicht niet heeft voorzien, is in dat verband niet van belang. [338] Door de verdediging is deze strafverzwarende omstandigheid van de ten laste gelegde mensensmokkelfeiten niet betwist.
De rechtbank is – gelet op het proces-verbaal dat ten behoeve van dit onderdeel door de Koninklijke Marechaussee is opgesteld, [339] de inhoud van de getuigenverklaringen, alsmede hetgeen algemeen bekend is over de Centrale Middellandse Zeeroute – van oordeel dat bij de mensensmokkelfeiten onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 telkens levensgevaar voor een ander te duchten was, zowel in de kampen als tijdens de reis naar de zee, als de zeereis zelf.
5.4.3.1.8.
Een beroep of gewoonte maken?
Gelet op de ten laste gelegde periodes, het aantal ten laste gelegde feiten en het aantal gesmokkelde personen die verdachte behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of doorreis door de in de bewezenverklaring opgenomen landen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het plegen van mensensmokkel, als onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 bewezen verklaard, een beroep of gewoonte heeft gemaakt.
5.4.3.1.9.
Conclusie
De rechtbank is resumerend van oordeel dat hiermee wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 ten laste gelegde mensensmokkelfeiten, zoals hierna in de bewezenverklaring in paragraaf 5.5. omschreven.
5.4.3.2. Ten aanzien van de afpersingsfeiten ten laste gelegd onder 4 en 6
5.4.3.2.1. Het beoordelingskader van artikel 317 Sr
Voor een bewezenverklaring van afpersing in de zin van artikel 317 lid 1 Sr moet vast komen te staan dat de verdachte, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld, iemand heeft bewogen tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort. Er moet een causaal verband zijn tussen het geweld of de bedreiging met geweld enerzijds en de afgifte van het goed anderzijds. Afgifte is in het algemeen de daad van hem op wie de dwang wordt uitgeoefend. Dat behoeft echter niet specifiek diens fysieke handeling te zijn, ook het doen afgeven kan er onder vallen. [340]
5.4.3.2.2. Ten aanzien van feit 4
-
De betrouwbaarheid van de verklaring van de getuige ‘ [getuige 6] ’
Door de verdediging is aangevoerd dat er ernstig moet worden getwijfeld aan de juistheid van de verklaring van getuige ‘ [getuige 6] ’, met getuigennummer [nummer 6] , dat de verklaring niet betrouwbaar is en dat de feiten op basis hiervan niet duidelijk kunnen worden vastgesteld. Er dient daarom vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde feit te volgen.
De getuige ‘ [getuige 6] ’ heeft bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat zij door haar destijds minderjarige broer ‘ [getuige 5] ’, met getuigennummer [nummer 5] , is gebeld vanuit een kamp in Libië, dat hij werd mishandeld tijdens de telefoongesprekken en dat haar broer tegen haar zei dat ze snel geld moest betalen voor de zeereis. Zij heeft de inhoud van dit gesprek verteld aan haar ouders, omdat zij zelf het bedrag niet kon voldoen. Haar ouders hebben uiteindelijk voor de reis van haar broer betaald. Zij woonde ten tijde van dit telefoongesprek in Nederland. [341]
De rechtbank stelt vast dat het dossier aanwijzingen bevat dat getuige ‘ [getuige 6] ’ wellicht niet naar waarheid heeft verklaard over wie de betaling uiteindelijk heeft verricht, wellicht ter bescherming van de hawala bankier in Nederland, maar dat kan in het midden blijven. De rechtbank overweegt dat indien de getuige ‘ [getuige 6] ’ op dit punt niet naar waarheid heeft verklaard, dit nog niet betekent dat haar volledige verklaring als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt. Daarnaast is het voor de bewezenverklaring van het onderhavige feit niet doorslaggevend dat kan worden vastgesteld wie uiteindelijk de betaling heeft verricht, maar wel dat sprake is van voldoende causaliteit tussen het bellen en bedreigen van familieleden, in dit geval getuige ‘ [getuige 6] ’, en het uiteindelijke overmaken van een geldbedrag. Dit is, evenals het verband met Nederland, reeds vastgesteld. [342]
De rechtbank overweegt daarnaast dat de verklaring van de getuige ‘ [getuige 6] ’ op essentiële punten steun vindt in de verklaring van de getuige ‘ [getuige 5] ’. Voor zover sprake is van tegenstrijdigheden of inconsistenties in de verklaringen over wie de getuige ‘ [getuige 5] ’ gebeld zou hebben vanuit het kamp, zijn die van ondergeschikte aard en ook verklaarbaar door het tijdsverloop en de werking van het geheugen én bovendien heeft de getuige ‘ [getuige 5] ’ hier een plausibele verklaring over afgelegd bij de rechter-commissaris. Hij heeft verklaard dat hij meerdere familieleden heeft moeten bellen en de te bellen telefoonnummers doorgaf aan de handlangers van verdachte, die vervolgens belden en hem de telefoon gaven. Hij werd vervolgens mishandeld, waardoor hij niet meer precies wist wie hij allemaal heeft gesproken. Bij aankomst in Nederland kreeg hij te horen dat hij ook zijn zus ‘ [getuige 6] ’ heeft gebeld. [343]
De rechtbank ziet, mede op basis van voornoemde overwegingen, geen aanleiding om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de voor de bewezenverklaring essentiële onderdelen van de door de getuige ‘ [getuige 6] ’ afgelegde verklaring te twijfelen. De rechtbank is daarom van oordeel dat ook de verklaring van de getuige ‘ [getuige 6] ’ voor het bewijs kan worden gebruikt.
-
Is er sprake van afpersing?
De rechtbank stelt – op basis van de bewijsmiddelen als uiteengezet in paragraaf 5.4.2. en onder verwijzing naar hetgeen is overwogen in paragraaf 3.3.2.2. – vast dat de getuige ‘ [getuige 5] ’ door verdachte werd gedwongen om zijn zus ‘ [getuige 6] ’ te bellen vanuit een kamp in Libië om haar te bewegen geld over te (laten) maken voor zijn overtocht. Getuige ‘ [getuige 5] ’ werd tijdens dit telefoongesprek mishandeld. Getuige ‘ [getuige 6] ’ heeft vervolgens contact opgenomen met haar ouders, waarna het geld voor de reis is betaald.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte derhalve met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld, de getuige ‘ [getuige 5] ’ en de getuige ‘ [getuige 6] ’ heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, dat geheel of ten dele aan de beide getuigen of aan een derde toebehoorde. De omstandigheid dat niet de getuige ‘ [getuige 5] ’ of de getuige ‘ [getuige 6] ’, maar hun ouders het geld hebben betaald aan een handlanger van verdachte maakt dit niet anders, nu ook doen afgeven valt onder afpersing. Voorts heeft de rechtbank in paragraaf 3.3.2.2. reeds het causaal verband vastgesteld tussen het geweld en het bedreigen met geweld en het afgeven van het geld door de ouders van de getuigen. De omstandigheid dat niet de ouders zelf zijn gebeld door hun zoon ‘ [getuige 5] ’, maar op de hoogte raakten via zijn zus, de getuige ‘ [getuige 6] ’, doet niet af aan het vereiste causaal verband.
Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld, de getuige ‘ [getuige 5] ’ en de getuige ‘ [getuige 6] ’ en/of hun familieleden heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag dat aan (een van) de getuigen en/of aan een derde toebehoort.
5.4.3.2.3. Ten aanzien van feit 6
-
Het gebruik van de verklaring van de getuige ‘ [getuige 7] ’ in het licht van artikel 6 EVRM
Door de verdediging is aangevoerd dat getuige ‘ [getuige 7] , met getuigennummer [nummer 7] , niet door de rechter-commissaris is gehoord en dat de verdediging daarom niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om ten aanzien van die getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, terwijl deze getuige een Keskin-getuige is wiens verklaring als “
sole or decisive” moet worden aangemerkt. Indien deze verklaring gebezigd wordt voor het bewijs zou volgens de verdediging geen sprake zijn van een eerlijk proces ex artikel 6 EVRM en daarom moet de verklaring worden uitgesloten van het bewijs. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er bij uitsluiting van de verklaring van deze getuige geen steunbewijs is voor de verklaring van getuige ‘ [getuige 3] ’, met getuigennummer [nummer 17] . Er dient daarom vrijspraak te volgen van het onder 6 ten laste gelegde feit.
Door de Hoge Raad is bepaald dat in gevallen waarin de rechter voor het bewijs gebruik wil maken van een door een getuige afgelegde verklaring, terwijl de verdediging – ondanks het nodige initiatief – niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om ten aanzien van die getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, de rechter moet nagaan of het proces als geheel eerlijk is verlopen. Hierbij zijn – met het oog op de beoordeling of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces – van belang (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid. In dit verband is van belang dat in geval een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om een getuige te ondervragen heeft ontbroken, het aan de rechtbank is om te beoordelen of een bewezenverklaring in beslissende mate op een door een getuige afgelegde verklaring wordt gebaseerd, in die zin dat die verklaring daarvoor "
the sole or decisive basis" is. [344]
De rechtbank stelt vast dat de verdediging geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen ten aanzien van de getuige ‘ [getuige 7] ’, aangezien de rechter-commissaris heeft beslist af te zien van het horen van deze getuige na diverse vergeefse pogingen hiertoe.
De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. De rechtbank overweegt dat de verklaringen van de getuige ‘ [getuige 7] ’ niet het enige of doorslaggevende bewijs vormen in deze zaak. Zo heeft ook getuige ‘ [getuige 3] ’, de broer van getuige ‘ [getuige 7] ’, een getuigenverklaring afgelegd. Ten aanzien van deze getuige heeft de verdediging haar ondervragingsrecht wel kunnen uitoefenen. Tevens passen de verklaringen van beide getuigen bij de hiervoor beschreven modus operandi en vinden de verklaringen steun in de verklaringen van andere getuigen ten aanzien van soortgelijke feiten.
De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de verklaringen van getuige ‘ [getuige 7] ’, afgelegd buiten aanwezigheid van de verdediging, niet "
the sole or decisive basis" zijn voor een bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde feit. Naar het oordeel van de rechtbank zijn geen nadere compenserende factoren vereist voor het ontbreken van de ondervragingsgelegenheid.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de procedure ten aanzien van dit feit voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de verklaringen van de getuige ‘ [getuige 7] ’ voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
-
Is er sprake van afpersing?
De rechtbank stelt – op basis van de bewijsmiddelen als uiteengezet in paragraaf 5.4.2. en onder verwijzing naar hetgeen is overwogen in paragraaf 3.3.2.2. – vast dat getuige ‘ [getuige 7] ’ door handlangers van verdachte in diens opdracht werd gedwongen om zijn broer (de getuige ‘ [getuige 3] ’) te bellen vanuit een kamp in Libië om hem te bewegen geld over te maken voor zijn overtocht, tijdens welk telefoongesprek de getuige ‘ [getuige 7] ’ werd mishandeld. De getuige ‘ [getuige 3] ’ heeft vervolgens contact opgenomen met twee ooms die woonachtig waren in Israël, waarna zij het geld voor de reis hebben betaald.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte daarmee, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld, getuige ‘ [getuige 7] ’ en getuige ‘ [getuige 3] ’ heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, dat geheel of ten dele aan (een van) beide getuigen en/of aan een derde toebehoorde. De omstandigheid dat niet een van de getuigen maar enkele ooms het geld hebben betaald aan een handlanger van verdachte maakt dit niet anders, nu – zoals hiervoor reeds is overwogen – ook het doen afgeven valt onder afpersing. Voorts heeft de rechtbank in paragraaf 3.3.2.2. reeds het causaal verband vastgesteld tussen het geweld en het bedreigen met geweld en het afgeven van het geld door de ooms van de getuigen. De omstandigheid dat de ooms niet rechtstreeks zijn gebeld, maakt niet dat geen sprake is van het vereiste causaal verband. Uit de verklaring van getuige ‘ [getuige 3] ’, in combinatie met de feitelijke betaling, blijkt genoegzaam het causaal verband.
Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld, de getuige ‘ [getuige 7] ’ en de getuige ‘ [getuige 3] ’ dan wel hun familieleden, heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag dat aan de getuigen en/of aan een derde toebehoort.
5.4.3.2.4. Tezamen en in vereniging met een of meer anderen?
De rechtbank zal aan de hand van het kader als uiteengezet in paragraaf 5.4.1. nader beoordelen of en in hoeverre er bij feit 4 en 6 sprake is geweest van medeplegen.
De rechtbank stelt vast, onder verwijzing naar hetgeen is overwogen in paragraaf 5.4.2.2. dat, bij het onder 4 ten laste gelegde feit, geld is betaald ten behoeve van verdachte voor de overtocht van de getuige ‘ [getuige 5] ’. De rechtbank stelt verder vast onder verwijzing naar hetgeen is overwogen in paragraaf 5.4.2.3. dat bij het onder 6 ten laste gelegde feit eveneens geld is betaald voor de overtocht van de getuige ‘ [getuige 7] ’. De rechtbank concludeert dat er een of meer handlangers moeten zijn geweest in Israël die het geld in ontvangst nam(en) voor verdachte. Verder overweegt de rechtbank onder verwijzing naar de in paragraaf 5.4.2. uiteengezette bewijsmiddelen dat getuigen een handlanger (fonetisch) genaamd ‘ [naam 9] ’ hebben aangewezen als de persoon die zich bezig hield met onder meer het financiële deel van de mensensmokkel. [naam 9] regelde de codes en hield een lijst bij met namen van migranten waarvoor de overtocht was betaald. Voorts volgt uit de bewijsmiddelen uiteengezet in paragraven 5.4.2.2. en 5.4.2.3. dat de getuige ‘ [getuige 5] ’ en ‘ [getuige 7] ’, terwijl zij moesten bellen met familieleden, werden geslagen en mishandeld door handlangers van verdachte.
De rechtbank is op basis daarvan van oordeel dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn hiervoor genoemde handlangers, waarbij sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering van de afpersingsfeiten en van een intensieve samenwerking. De genoemde handlangers van verdachte hebben daarmee een materiële en/of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht aan de afpersingsfeiten geleverd.
5.4.3.2.5. Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat hiermee wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich, tezamen en in vereniging met anderen, schuldig heeft gemaakt aan de onder 4 en 6 ten laste gelegde afpersingsfeiten, zoals hierna in de bewezenverklaring in paragraaf 5.5. omschreven.
5.4.3.3. Ten aanzien van deelname aan een criminele organisatie ten laste gelegd onder 1
5.4.3.3.1.
Het beoordelingskader van artikel 140 Sr
Voor een veroordeling voor deelneming aan een organisatie in de zin van artikel 140 Sr moet worden vastgesteld dat sprake is van een organisatie, die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen.
Er dient sprake te zijn van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één ander. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat iemand, om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt of bekend moet zijn geweest met alle anderen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest. [345] Voor duurzaamheid of bestendigheid is een zeker tijdsverloop van het samenwerkingsverband een aanwijzing. Het samenwerkingsverband moet in ieder geval een meer dan incidenteel karakter hebben. [346]
Voor deelneming aan de criminele organisatie is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet, in de zin van onvoorwaardelijk opzet (voorwaardelijk opzet is dus niet voldoende), dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Het opzet van verdachte moet gericht zijn op het deelnemen aan de criminele organisatie. Volgt uit de bewijsvoering dat verdachte een aan de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie bijdragende of ondersteunende handeling heeft verricht, dan ligt daarin zijn wetenschap met betrekking tot dat oogmerk besloten. Indien daarentegen uit de bewijsvoering slechts volgt dat verdachte voor deelnemers van een criminele organisatie hand- en spandiensten heeft verricht zonder dat daaruit kan worden afgeleid dat hij daarbij handelde in de wetenschap dat de organisatie het plegen van bovengenoemde misdrijven tot oogmerk had, dan staat daarmee niet vast dat de verdachte in zijn algemeenheid wist dat die organisatie bedoeld oogmerk had en levert het handelen van een verdachte geen deelneming aan die criminele organisatie op.
Uit de wetsgeschiedenis van artikel 140 Sr en de vaste jurisprudentie omtrent het begrip ‘leider’ volgt dat dit duidt op een bijzondere kwaliteit van de dader, als degene die een centrale rol speelt binnen de organisatie. De leider hoeft niet de hoogste leider te zijn of het meest te verdienen. Doorslaggevend is uiteindelijk of de betrokkene binnen de organisatie een bepaalde macht heeft of een bepaald gezag bezit. De leider onderscheidt zich van de overige deelnemers door gedragingen als het nemen van initiatieven, het verdelen van taken, het geven van opdrachten, het (eventueel) sanctioneren van overtredingen van binnen de organisatie geldende regels of afspraken of het verdelen van de opbrengst van de criminele activiteiten.
5.4.3.3.2.
De criminele organisatie en haar deelnemers
De rechtbank stelt vast dat het dossier aanwijzingen bevat voor meerdere vormen van samenwerking tussen verdachte en anderen. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of daarbij sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband.
-
Verdachte en andere mensensmokkelaars
De rechtbank stelt vast dat er in het dossier aanwijzingen zijn dat er enige vorm van samenwerking is geweest tussen verdachte en andere mensensmokkelaars. Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte en (door het Openbaar Ministerie veronderstelde mensensmokkelaars) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] een crimineel samenwerkingsverband gevormd zouden hebben.
Door verschillende getuigen is onder meer het volgende verklaard over deze personen en de samenwerking tussen hen en verdachte. [medeverdachte 1] en verdachte zouden op een soortgelijke wijze opereren, verdelingen maken van de migranten die aankwamen in [plaats 1] en zij zouden op hetzelfde ommuurde terrein loodsen hebben gehad. [medeverdachte 3] zou een mensensmokkelaar zijn en migranten van [medeverdachte 1] en/of verdachte ontvoeren om hen opnieuw af te persen en/of terug te verkopen aan hun oorspronkelijke smokkelaar. [medeverdachte 2] zou bovenaan in de organisatie staan en de baas van [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn. Daarnaast zijn door het Openbaar Ministerie ter ondersteuning hiervan meerdere berichten vanuit de Facebook-accounts ‘ [accountnaam 4] ’ en ‘ [accountnaam 1] ’ met en/of over (de veronderstelde Facebook-accounts van) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op de terechtzitting naar voren gebracht.
De rechtbank is van oordeel dat er weliswaar aanwijzingen bestaan voor enige vorm van samenwerking, maar dat op basis van de inhoud van het dossier niet kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een ‘organisatie’ met een zekere duurzaamheid of gestructureerd karakter van samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] [347] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] . De rechtbank kan niet vaststellen dat sprake is van een (zichtbare) onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten met het oog op het bereiken van een gemeenschappelijk doel. Hiervoor bevat het onderzoeksdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. In zoverre kan geen bewezenverklaring van feit 1 volgen.
-
Verdachte en de in de tenlastelegging opgenomen veronderstelde geldkoeriers
De rechtbank kan op basis van het dossier evenmin vaststellen dat er enige vorm van directe samenwerking heeft bestaan tussen verdachte enerzijds en de in de tenlastelegging opgenomen en in Nederland woonachtige ‘geldkoeriers’ en/of hawala bankiers [348] anderzijds. Onder meer nu de rechtbank heeft vastgesteld dat er geen bewijsbaar crimineel samenwerkingsverband tussen verdachte en andere mensensmokkelaars heeft bestaan, kunnen deze personen ook niet in het kader van een overkoepelende organisatie aan verdachte worden verbonden. Uit het dossier blijkt niet van een rechtstreeks verband tussen verdachte en (een van) deze geldkoeriers en/of hawala bankiers. Ook wat die door het Openbaar Ministerie veronderstelde samenwerking betreft, kan derhalve geen bewezenverklaring van feit 1 volgen.
-
Verdachte en zijn handlangers in het kamp / de loods
De rechtbank stelt – op basis van de bewijsmiddelen als uiteengezet in paragraaf 5.4.2. en hetgeen is overwogen in paragraaf 5.4.3.1.5. – vast dat verdachte zich samen met meerdere handlangers (in wisselende samenstelling) gedurende een aantal jaren stelselmatig en vrijwel dagelijks bezig heeft gehouden met georganiseerde mensensmokkel. Door meerdere getuigen, over verschillende jaren, zijn met name [naam 9] , [naam 10] en [naam 11] of [naam 21] (fonetisch) aangewezen als handlangers van verdachte. De rechtbank overweegt dat door meerdere getuigen verklaard is over een onderlinge rolverdeling op het kamp. Binnen de organisatie was sprake van een hiërarchie, waarbinnen de handlangers werden aangestuurd door verdachte en aan hem ook verantwoording aflegden. In deze langere periode is sprake geweest van een repeterend patroon.
De rechtbank is op basis daarvan van oordeel dat er tussen verdachte en zijn handlangers, waaronder de drie met name genoemde, een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband heeft bestaan.
5.4.3.3.3.
Het oogmerk van de organisatie
De rechtbank overweegt dat door vrijwel alle getuigen is verklaard dat handlangers van verdachte – in opdracht van verdachte – orde moesten houden in het kamp waar de migranten in het kader van mensensmokkel van Libië naar Europa verbleven. [349] Daarnaast moesten de handlangers de migranten in het kamp mishandelen terwijl zij telefoneerden met familieleden, om zo te bewerkstelligen dat er betaald werd voor de smokkel van de migranten. [350] De rechtbank stelt op basis van die verklaringen vast dat de samenwerking van verdachte met zijn handlangers was gericht op het runnen van het kamp van waaruit zij opereerden ten behoeve van de mensensmokkel naar Europa en het afpersen van (familieleden van) de migranten.
De rechtbank is op basis van de in paragraaf 5.4.2. uiteengezette bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de organisatie (bestaande uit verdachte en zijn handlangers in het kamp / de loods) het oogmerk heeft gehad om de misdrijven mensensmokkel en afpersing te plegen.
5.4.3.3.4.
De rol en deelname van verdachte
Verdachte maakte deel uit van de kern van het samenwerkingsverband en heeft binnen de criminele organisatie een zeer actieve en leidende rol vervuld. De rechtbank stelt op basis van de in paragraaf 5.4.2. uiteengezette bewijsmiddelen vast dat het verdachte is geweest die opdrachten heeft gegeven aan anderen, die betrekking hadden op het bewaken, mishandelen en afpersen van de migranten (en hun familieleden). Ook nam verdachte zelf deel aan de mishandelingen. [351] Verdachte gaf daarnaast het bevel voor de (minder dan) minimale hoeveelheden voedsel die de migranten in het kamp/de loods te eten kregen. [352] Ook bepaalde verdachte wie uiteindelijk op een vrachtwagen werd gezet om naar de kust te worden gebracht, voor de overtocht naar Europa. [353] Veel getuigen kregen bij aankomst in het kamp te horen dat verdachte hun mensensmokkelaar was en dat ze zich in zijn loods bevonden. Hij was de centrale persoon aan wie iedereen binnen het kamp / in de loods verantwoording moest afleggen en die uiteindelijk bepaalde wat er gebeurde. [354]
Dat verdachte op de hoogte was van het criminele oogmerk van de organisatie is, mede gelet op zijn coördinerende rol, evident. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte wist dat hij deelnam aan een organisatie en is van oordeel dat hij handelingen heeft verricht die hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, zodat daarin zijn wetenschap met betrekking tot dat oogmerk besloten ligt.
Alle hiervoor genoemde vaststellingen leiden de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich in de gehele ten laste gelegde periode binnen de organisatie bezig heeft gehouden met de georganiseerde smokkel van migranten van Libië over de Middellandse Zee naar Europa en dat hij daarin een actieve, bepalende en sturende rol heeft gehad, waardoor het strafverzwarende element van artikel 140, derde lid, Sr van toepassing is.
5.4.3.3.5.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte als leider heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van de misdrijven mensensmokkel (artikel 197a Sr) en afpersing (artikel 317 Sr).
5.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1 - criminele organisatiehij
op (een of meer) tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 januari 2015 tot en met 1 juli 2018, te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten
medeverdachte [medeverdachte 1] en/of medeverdachte [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] en/of medeverdachte [medeverdachte 5] en/of medeverdachte [medeverdachte 6] en/of medeverdachte [medeverdachte 7] en/of medeverdachte [medeverdachte 8] en/of medeverdachte [medeverdachte 9] en/of medeverdachte [medeverdachte 10] en/ofeen of meer (onbekend gebleven
) (andere) persoon/personen,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk telkens het plegen van
- mensensmokkel, als bedoeld in artikel 197a, lid 1,
lid 2,lid 4
,en lid 5
en lid 6, van het Wetboek van Strafrecht, met betrekking tot migranten uit Afrika via de Middellandse Zeeroute vanuit Libië naar Europa, terwijl verdachte
(n
)daarvan een beroep en/of gewoonte
vanmaken en
/of met zwaar lichamelijk letsel als gevolg ofdaarvan levensgevaar te duchten is
en/of de dood ten gevolge heeft,en
/of- afpersing, als bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht, namelijk (de familie van)
voornoemde persoon/personen,
althans een ander,dwingen door geweld of bedreiging met geweld tot de afgifte van een geldbedrag, met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
terwijl hij, verdachte, leider
en/of oprichter en/of bestuurdervan voormelde organisatie
is/was/is geweest;
Feit 2 - ZAAKDOSSIER 003 / aankomst 12-12-2017 Augustahij
op (een of meer) tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 augustus 2017 tot en met 31 maart 2018,
althans de periode van 1 augustus 2017 tot en met 9 maart 2022,te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, (telkens)een ander of anderen, te weten, (in elk geval)de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),
1. [getuige 11] (v), geboren op [geboortedatum 23] 1984 (getuige [nummer 8] ), en
/of2. [getuige 12] ( m ), geboren op [geboortedatum 24] 1982 (getuige [nummer 9] ), en/of
3. [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum 25] 2002 (getuige [nummer 10] ),
en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door
(lid 1), en/ofItalië en
/ofNederland en
/ofeen andere lidstaat van de Europese Unie
en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië,en
/ofvoornoemde
persoon/personen
(telkens)daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde
persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te
(laten)vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp
op of(nabij de kust) van Libië, en
/of- te voorzien van
(een
of meerdere)bo
(o
)t
(en),al dan niet met
(een
of meerdere)buitenboordmotor
(en)en/of kapitein
(s)/stuurman
(nen)/begeleider
(s),en
/of- per boot te
(laten)vervoeren van Libië naar Italië, en
/of- instructies te
(laten)geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en
/ofzijn medeverdachte
(n
)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoedendat die toegang en
/ofdoorrei
(s
)z(en)telkens wederrechtelijk
was/waren, en
/ofterwijl door dit feit
(telkens)levensgevaar voor die voornoemde
persoon/personen te duchten was
en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf in het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard
gaatging met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of
(een) stok
(ken),en
/of- er onvoldoende voedsel en
/ofschoon drinkwater/drinken en
/ofmedische verzorging aanwezig
iswas in het kamp, en
/of(letsel)- voornoemde [getuige 2] littekens aan zijn benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en
/of- voornoemde [getuige 2] voor enige tijd verlamd is geweest aan zijn rechterhand ten gevolge van de mishandelingen, en/of(zeereis)- de reis over zee
plaatsvindtplaatsvond met
(een
of meerder) kleinehouten
en/of rubberbo
(o
)t
(en)via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute is met
(een hoog risico op
) (vele)(dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen,
althans een hoog risico daarop,en
/of- de gebruikte boten niet geschikt
zijnwaren om de Middellandse Zee over te steken, en
/of- de gebruikte boten gevuld/beladen
wordenwerden met meer mensen dan waarvoor deze boten geschikt
zijnwaren, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn was of lek raken raakte tijdens de overtocht en/of- er geen reddingsvesten
wordenwerden verstrekt, en
/of- de boten met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en
/ofbuitenboordmotor
(en)achtergelaten
wordenwerden op zee, en
/of- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden
hebbenhadden,
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit
(al dan niet)een beroep of gewoonte heeft gemaakt;
Feit 3 - ZAAKDOSSIER 004 / aankomst 28-12-2017 Augustahij
op (een of meer) tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 mei 2017 tot en met
28 december 201731 december 2018,
althans in de periode van 1 mei 2017 tot en met 31 januari 2022,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,(telkens)een ander of anderen, te weten,de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),
1. [getuige 5] ( m ), geboren op [geboortedatum 26] 2002 (getuige [nummer 5] ), en
/of2. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum 27] 1991 (getuige [nummer 12] ) en
/of3. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum 28]
19871997 (getuige [nummer 13] ),
en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door
(lid 1), en/ofItalië en
/ofNederland en
/ofeen andere lidstaat van de Europese Unie
en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/ofen
/ofvoornoemde
persoon/personen
(telkens)daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde
persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te
(laten)vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp
op of(nabij de kust
van) in Libië, en
/of- te voorzien van
(een
of meerdere)bo
(o
)t
(en),al dan niet met
(een
of meerdere)buitenboordmotor
(en)en/of kapitein
(s)/stuurman
(nen)/begeleider
(s),en
/of- per boot te
(laten)vervoeren van Libië naar Italië, en
/of- instructies te
(laten)geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte
(n
)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoedendat die toegang en
/ofdoorrei
(s
)z(en)telkens wederrechtelijk
was/waren, en
/ofterwijl door dit feit
(telkens)levensgevaar voor die voornoemde
persoon/personen te duchten was
en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf in het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard
gaatging met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of elektriciteit en/of zweep en/of andere voorwerpen, en
/of- er onvoldoende voedsel en
/ofschoon drinkwater/drinken en
/ofmedische verzorging en
/ofsanitaire voorzieningen aanwezig
was/waren in het kamp, en
/of(zeereis)- de reis over zee
plaatsvindtplaatsvond met
(een
of meerder) kleinehouten
en/of rubberbo
(o
)t
(en)via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute is met
(een hoog risico op
) (vele)(dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen,
althans een hoog risico daarop,en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en)niet geschikt
zijnwas om de Middellandse Zee over te steken, en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en)gevuld/beladen
wordenwerd met meer mensen dan waarvoor deze bo
(o
)[getuige 11]
(en)geschikt
zijnwas, en/of
- de gebruikte bo
(o
)t
(en)lek
zijnwas of lek
rakenraakte tijdens de overtocht en
/of- er geen reddingsvesten
wordenwerden verstrekt, en
/of- de bo
(o
)t
(en)met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en
/ofbuitenboordmotor
(en)achtergelaten
wordenwerd op zee, en
/of- er geen tot weinig voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden
hebbenhadden,
en/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit
(al dan niet)een beroep of gewoonte heeft gemaakt
(lid 4);
Feit 4 - ZAAKDOSSIER 004 / afpersing [getuige 6]hij
op (een of meer) tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 mei 2017 tot en met 28 december 2017,
te Nederland
en te Italiëen te Libië,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en
/ofbedreiging met geweld
[getuige 5] en
/ofdiens zus [getuige 6] en
/of een of meer (andere
)familieleden
en/of vrienden en/of kennissenvan die [getuige 5] heeft gedwongen tot de afgifte van
(in totaal) 9.000,- US dollar, althans 8.000, US dollar-, althans (tweemaal) 4.000, US dollar-, althanseen of meer geldbedrag
(en
),
in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan die [getuige 6] en/of
een of meer (andere
)familieleden
en/of vrienden en/of kennissen, in elk geval aan een derdetoebehoorde( n ),
door
- die [getuige 5] vanuit Libië te laten bellen met zijn in Nederland woonachtige zus [getuige 6] en/of (andere) familieleden, en
/of- die [getuige 5] ten tijde van
dat/die telefoongesprek
(ken
)te slaan en/of
te martelen en/ofte mishandelen, waarbij die [getuige 5] schreeuwde van de pijn en/of angst, en
/of- waarbij die [getuige 5] schreeuwde, en/of- die [getuige 5] te bedreigen met de dood, als zijn familie
en/of vrienden en/of kennissenniet (snel genoeg) een of meer geldbedrag(en) zou(den) betalen;
Feit 5 - ZAAKSDOSSIER 008 / aankomst 24-04-2018 Messinahij
op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 24 april 2018, althansin
of omstreeksde periode van 1 juli 2017 tot en met 21 juli 2021,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,(telkens)een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),
l . [getuige 14] (v), geboren op [geboortedatum 29] 2000 (getuige [nummer 14] ), en
/of2. [getuige 7] ( m ), geboren op [geboortedatum 30] 1994 (getuige [nummer 7] ), en
/of3. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum 31] 1994 (getuige [nummer 15] ), en
/of4. [getuige 12] ( m ), geboren op [geboortedatum 32] 1990 (getuige [nummer 16] ),
en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door
(lid 1), en/ofItalië en
/ofNederland en
/ofeen andere lidstaat van de Europese Unie
en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en
/ofvoornoemde
persoon/personen
(telkens)daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde
persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te
(laten)vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp
op of(nabij de kust) in Libië, en
/of- te voorzien van
(een
of meerdere)bo
(o
)t
(en), al dan niet met
(een of meerdere)buitenboordmotor
(en)en/of kapitein
(s)/stuurman
(nen)/begeleider
(s), en
/of- per boot te
(laten)vervoeren van Libië naar Italië, en
/of- instructies te
(laten)geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en
/ofzijn medeverdachte
(n
)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoedendat die toegang en
/ofdoorrei
(s
)z(en)wederrechtelijk
was/waren, en
/ofterwijl door dit feit
(telkens)levensgevaar voor die voornoemde
persoon/personen te duchten was
en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf in het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard
gaatging met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of andere voorwerpen, en
/of- er onvoldoende voedsel en
/ofschoon drinkwater/drinken en
/ofmedische verzorging en
/ofsanitaire voorzieningen aanwezig
iswaren in het kamp, en
/of(letsel)- voornoemde
[getuige 11][getuige 7] littekens aan zijn handen en
/ofbovenbenen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/
of- voornoemde [getuige 4] open wonden en/of ontvelde huid heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen, en/of(zeereis)- de reis over zee plaatsv
indtond met
(een
of meerder)rubberbo
(o
)t
(en)via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute is met
(een hoog risico op
) (vele)(dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen,
althans een hoog risico daarop,en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en)niet geschikt was
zijnom de Middellandse Zee over te steken, en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en)gevuld/beladen we
ord
enmet meer mensen dan waarvoor deze bo
(o
)t
(en)geschikt was
zijn, en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en)lek was of lek raakte of volliep met water tijdens de overtocht en
/of- er
geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althansreddingsvesten van onvoldoende kwaliteit w
oerden verstrekt, en
/of- de bo
(o
)[getuige 11]
(en)met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider
en/of buitenboordmotor(en)achtergelaten w
oerd
enop zee,
en/of- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit
(al dan niet)een beroep of gewoonte heeft gemaakt
(lid 4);
Feit 6 - ZAAKDOSSIER 005 / afpersing ‘ [getuige 7] ’hij
op (een of meer) tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 mei 2017 tot en met 24 april 2018,
te Nederland
en te Italiëen te Libië,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en
/ofbedreiging met geweld ‘ [getuige 7] ’ en
/ofdiens broer en
/of een of meer (andere
)familieleden
en/of vrienden en/of kennissenvan die ‘ [getuige 7] ’ heeft gedwongen tot de afgifte van
(in totaal) € 1.700,-, althanseen
of meergeldbedrag
(en), in elk geval enig goed,dat
/diegeheel of ten dele aan die ‘ [getuige 7] ’ en/of
een of meer (andere
)familieleden
en/of vrienden en/of kennissen, in elk geval aan een derdetoebehoorde( n ), door
- die ‘ [getuige 7] ’ vanuit Libië te laten bellen met zijn in Nederland woonachtige broer en/of
(andere
)familieleden, en
/of- die ‘ [getuige 7] ’ ten tijde van dat/die telefoongesprek(ken) te slaan en/
of te martelen en/ofte mishandelen, waarbij die ‘ [getuige 7] ’ schreeuwde van de pijn en/of angst, en
/of- waarbij die ‘ [getuige 7] ’ schreeuwde, en/of- die ‘ [getuige 7] ’ te bedreigen met de dood, als zijn familie
en/of vrienden en/of kennissenniet (snel genoeg) een
of meergeldbedrag
(en)zou
(den)betalen;
Feit 7 - ZAAKDOSSIER 001 / aankomst 01-08-2015 Lampedusahij
op (een of meer) tijdstippenin
of omstreeksde periode van april 2015 tot en met
1 augustus 2015, althans de periode van april 2015 tot en met 27 januari 202224 februari 2016 te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,(telkens)een ander of anderen, te weten,de personen die gebruik maken van de navolgende personalia,
1. [getuige 12] (v), geboren op [geboortedatum] 1992 (getuige [nummer 19] ), en
/of2. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1991 (getuige [nummer 20] ), en
/of3. [getuige 15] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1989 (getuige [nummer 21] ), en
/of4. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 22] ), en
/of5. [getuige 1] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 1] ), en
/of6. [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 2] / procesverbaalnr 3627),
en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door
(lid 1),
en/ofItalië en
/ofNederland en
/ofeen andere lidstaat van de Europese Unie
en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië,en
/ofvoornoemde
persoon/personen
(telkens)daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde
persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te
(laten)vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp
op of(nabij de kust) in Libië, en
/of- te voorzien van
(een
of meerdere)bo
(o
)t
(en), al dan niet met
(een of meerdere)buitenboordmotor
(en)en/of kapitein
(s)/stuurman
(nen)/begeleider
(s), en
/of- per boot te
(laten)vervoeren van Libië naar Italië, en
/of- instructies te
(laten)geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en
/ofzijn medeverdachte
(n
)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoedendat die toegang en
/ofdoorrei
(s
)z(en)telkens wederrechtelijk
was/waren, en
/ofterwijl door dit feit
(telkens)levensgevaar voor die voornoemde
persoon/personen te duchten was
en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf in het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard
gaatging met vele en/of dagelijkse mishandelingen,
al dan nietmet gebruik van (water/tuin)slangen en
/ofstokken en/of andere (scherpe) voorwerpen,
- er onvoldoende voedsel en
/ofschoon drinkwater/drinken en
/ofmedische verzorging aanwezig
iswas op het kamp, en
/of(letsel)- voornoemde
[getuige 13][getuige 9] een bloedende hoofdwond heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen en
/ofblijvende littekens op zijn achterhoofd en
/ofkuit, en
/of(zeereis)- de reis over zee plaats
vindtvond met
(een of meerdere)twee kleine houten
en/of rubberbo
(o)t
(en
)via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute met
(een hoog risico op
) (vele)(dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen,
althans een hoog risico daarop,en
/of- de gebruikte bo
(o)t
(en
)niet geschikt
zijn was/waren om de Middellandse Zee over te steken, en
/of- de gebruikte bo
(o)t
(en
)gevuld/beladen
wordenwerden met meer mensen dan waarvoor deze bo
(o)[getuige 11]
(en
)geschikt
zijnwaren, en
/of- de gebruikte bo
(o)t
(en
)lek
zijnwaren of lek
rakenraakten tijdens de overtocht en
/of- er geen reddingsvesten
wordenwerden verstrekt, en
/of- de bo
(o)t
(en
)met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor
(en)achtergelaten
wordenwerden op zee, en
/of- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hadden, en
/of- er geen voedsel en/of drinkwater op de bo
(o)t
(en
)aanwezig
iswas,
en/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit
(al dan niet)een beroep of gewoonte heeft gemaakt
(lid 4);
Feit 8 - ZAAKSDOSSIER 006 / aankomst 04-02-2018 Messinahij
op (een of meer) tijdstippenin
of omstreeksde periode van januari 2017 tot en met
4 februari 201819 april 2018,
althans in de periode van januari 2017 tot en met 12 april 2021,te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,(telkens)een ander of anderen, te weten, de minderjarige persoon die gebruik maakt van de navolgende personalia,
1. [getuige 16] (v), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 23] )
, en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door
(lid 1), en/ofItalië en
/ofNederland en
/ofeen andere lidstaat van de Europese Unie
en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië,en/of
voornoemde persoon
/personen (telkens)daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde persoon
/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te
(laten)vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp
op of(nabij de kust) in Libië, en
/of- te voorzien van
(een
of meerdere)bo
(o
)t
(en),al dan niet met
(een
of meerdere)buitenboordmotor
(en)en/of kapitein
(s)/stuurman
(nen)/begeleider
(s),en
/of- per boot te
(laten)vervoeren van Libië naar Italië, en
/of- instructies te
(laten)geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte
(n
)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoedendat die toegang en
/ofdoorrei
(s
)z(en)telkens wederrechtelijk was
/waren, en
/ofterwijl door dit feit
(telkens)levensgevaar voor die voornoemde persoon te duchten was
en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf in het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard
gaatging met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of
(een) stok
(ken)en/of andere voorwerpen, en
/of- er onvoldoende voedsel en
/ofschoon drinkwater/drinken en
/ofmedische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig
is/zijn was/waren in het kamp, en
/of(zeereis)- de reis over zee
plaatsvindtplaatsvond met
(een
of meerder) kleine houten en/ofrubberbo
(o
)t
(en)via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute met
(een hoog risico op
) (vele)(dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen,
althans een hoog risico daarop,en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en)niet geschikt
zijnwas om de Middellandse Zee over te steken, en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en)gevuld/beladen
wordenwerd met meer mensen dan waarvoor deze bo
(o
)t
(en)geschikt
zijnwas, en/of
- de gebruikte bo
(o
)t
(en)lek
zijnwas of lek
rakenraakte en/of
vollopenvolliep met water tijdens de overtocht en
/of- er geen
, althans onvoldoendereddingsvesten
wordenwerden verstrekt
, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt,en
/of- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/ofbuitenboordmotor(en) achtergelaten worden werd op zee, en/of- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden
hebbenhadden, en
/of- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig
iswas tijdens de overtocht,
en/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit
(al dan niet)een beroep of gewoonte heeft;
Feit 9 - ZAAKSDOSSIER 007 / aankomst 12-03-2018 Pozzallohij
op (een of meer) tijdstippenin
of omstreeksde periode van november 2016 tot en met
12 maart 2018, althans in de periode van november 2016 tot en met 12 januari 202210 februari 2021,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,(telkens)een ander of anderen, te weten,de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een
of meerkind
(eren)/minderjarige
( n )),
1. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige [nummer 28] ), en/of2. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige [nummer 29] ), en/of3. [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige [nummer 27] ), en/of4. [getuige 1] (V), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 30] ), en/of5. [getuige 15] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1996 (getuige [nummer 26] ), en
/of6. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2003 (getuige [nummer 31] ), en/of7. [getuige 8] (v), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 32] ),
en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door
(lid 1),
en/ofItalië en
/ofNederland en
/ofeen andere lidstaat van de Europese Unie
en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië,en
/ofvoornoemde
persoon/personen
(telkens)daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde
persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te
(laten)vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp
op of(nabij de kust) in Libië, en
/of- te voorzien van
(een
of meerdere)bo
(o
)t
(en), al dan niet met
(een of meerdere)buitenboordmotor
(en)en/of kapitein
(s)/stuurman
(nen)/begeleider
(s), en
/of- per boot te
(laten)vervoeren van Libië naar Italië, en
/of- instructies te
(laten)geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en
/ofzijn medeverdachte
(n
)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoedendat die toegang en
/ofdoorrei
(s
)z(en)telkens wederrechtelijk was
/waren, en
/ofterwijl door dit feit
(telkens)levensgevaar voor die voornoemde
persoon/personen te duchten was
en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf in het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard ging
aatmet vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, te weten door (onder meer):
- het slaan van
een of meerderemigranten, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen, waarin al dan niet een stuk metaal zat en/of andere voorwerpen, en
/of- het druppelen van gesmolten plastic over de blote rug van een persoon, en/of- het ondersteboven ophangen van voornoemde
[getuige 13][getuige 15] met zijn handen op zijn rug en benen bij elkaar gebonden en
/ofdaarbij al dan niet met een stok werd geslagen en
/ofmet water werd overgoten, en
/of- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en
/ofmedische verzorging en
/ofsanitaire voorzieningen aanwezig
iswas in het kamp, en
/of(letsel)- voornoemde
[getuige 13][getuige 15] littekens op zijn armen en
/ofbenen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en
/of(zeereis)- de reis over zee plaats
vindtvond met
(een
of meerder) kleine houten en/ofrubberbo
(o
)t
(en)via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute met
(een hoog risico op
) (vele)(dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen,
althans een hoog risico daarop,en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en)niet geschikt
zijnwas om de Middellandse Zee over te steken, en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en)gevuld/beladen
wordenwerd met meer mensen dan waarvoor deze bo
(o
)t
(en)geschikt was, en
/of- de gebruikte bo
(o
)t
(en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopenvolliep met water tijdens de overtocht en
/of- er
geen, althansonvoldoende reddingsvesten worden verstrekt,
althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt,en
/of- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit
(al dan niet)een beroep of gewoonte heeft gemaakt
(lid 4).
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

6.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder feit 1 bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 140 Sr, het onder feit 2, 3, 5, 7, 8 en 9 bewezen verklaarde in artikel 197a Sr en het onder feit 4 en 6 bewezen verklaarde in de artikelen 312 en 317 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1:
het misdrijf:
als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
feit 2, 3, 5, 7, 8, 9,telkens:
het misdrijf:
mensensmokkel, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt en terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;
feit 4, 6,telkens:
het misdrijf:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

8.De op te leggen straf of maatregel

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft – onder meer gelet de ernst en omvang van de feiten – gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van twintig (20) jaren met aftrek van voorarrest op te leggen. Dit betreft het wettelijk strafmaximum in de onderhavige strafzaak. De officier van justitie heeft aangevoerd dat de rechtbank, in het kader van artikel 63 Sr, geen rekening hoeft te houden met de Ethiopische veroordeling en dat nog onduidelijk is of verdachte het resterende strafdeel van deze veroordeling zal ondergaan in Nederland. Dit is weliswaar verzocht door de Ethiopische autoriteiten, maar de uiteindelijke beslissing hierover zal door de Minister van Justitie en Veiligheid genomen moeten worden.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft met betrekking tot de strafmaat verzocht de straf te matigen, aangezien zij de maximale gevangenisstraf niet passend vindt. De verdediging heeft hiertoe allereerst aangevoerd dat de lezing van het Openbaar Ministerie, dat verdachte het kopstuk zou zijn van een internationaal smokkelnetwerk, onjuist is en hem niet de centrale rol in dit netwerk kan worden toegerekend. De verdediging heeft daarnaast verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met het Ethiopisch vonnis van 14 juni 2021, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien jaar en een geldboete van 200.000,00 Birr. Verdachte moet nog ruim vijftien jaar van deze gevangenisstraf ondergaan, mogelijk in Nederland. Een gevangenisstraf van twintig jaar zou betekenen dat verdachte in totaal vijfendertig jaar in detentie moet doorbrengen, hetgeen volgens de verdediging een onwenselijke en disproportionele bestraffing zou opleveren.
8.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
8.3.1.
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan een zeer ernstige, grootschalige én gewelddadige vorm van mensensmokkel. Verdachte was leider van een criminele organisatie die zich op grote schaal bezig hield met het op mensonterende wijze smokkelen van mannen, (zwangere) vrouwen en kinderen vanuit Libië via de gevaarlijke Centrale Middellandse Zeeroute per boot naar Europa. Verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin de migranten zich bevonden. Zij waren bereid grote risico’s te nemen en moesten – onder dreiging en dwang – forse bedragen betalen voor de overtocht. Daarnaast werd er op inhumane wijze met hen omgegaan. Migranten werden, in het kamp waar verdachte de leiding had, en tijdens de levensgevaarlijke overtocht naar Europa, blootgesteld aan erbarmelijke en levensgevaarlijke omstandigheden. Grote groepen migranten werden zonder reddingsvesten op overbeladen en vaak lekke en ondeugdelijke boten op de Middellandse Zee aan hun lot overgelaten. Voordat zij deze afschuwelijke zeereis moesten doorstaan, werden zij ondergebracht in een kamp, een loods en/of een magazijn in Libië, waar grote aantallen migranten in een voor dat aantal mensen te kleine loods verbleven. Hier werden zij onderworpen aan (dagelijkse) mishandelingen, afpersing en uithongering. De migranten in het kamp stonden doodsangsten uit. De getuigen hebben uitgesproken dat ze dachten dat ze het verblijf in het kamp dan wel de zeereis niet zouden overleven. Door een aantal van hen – waaronder twee spreekgerechtigden ter terechtzitting – is indringend verklaard over hun persoonlijke ervaringen en over hetgeen andere migranten, met wie zij in het kamp hebben verbleven, is overkomen. Sommige anderen hebben hun wens voor vrijheid en veiligheid met de dood moeten bekopen. Uit de verklaringen van de migranten is gebleken dat zij jaren later nog steeds veel last en (mentale) pijn ondervinden van wat zij toen hebben meegemaakt. Voor verdachte was dit alles kennelijk ondergeschikt aan zijn financiële gewin.
Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake de bestrijding van het verschaffen van illegale toegang en verblijf in Nederland, alsmede de illegale doorreis door landen van de Europese Unie. De handelwijze van de verdachte heeft het beleid van de Nederlandse overheid om een gereguleerd asielbeleid te voeren, en het daarvoor benodigde maatschappelijk draagvlak, ernstig ondermijnd. Een criminele organisatie als de onderhavige vormt – gelet op de macht die zij uitoefent op haar leden en op delen van de (internationale) samenleving in het algemeen – mede een bedreiging voor de veiligheid van de Nederlandse samenleving. Verdachte heeft hierin een leidende rol gehad. Ook zijn er aanwijzingen dat verdachte zich vanuit detentie heeft ingespannen om valse documenten te verkrijgen en getuigen te (laten) beïnvloeden, hetgeen de rechtbank zeer kwalijk en verontrustend vindt. Het illustreert de gevaren voor de Nederlandse samenleving van criminele samenwerkingsverbanden met internationale vertakkingen en contacten, zoals hier aan de orde.
8.3.2.
De persoonlijke omstandigheden van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 28 augustus 2025. Hieruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Verdachte is – zoals reeds benoemd in onderdeel 3.3.3. van dit vonnis – op 14 juni 2021 bij Ethiopisch vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien jaren en een geldboete van 200.000,00 Birr voor meerdere mensensmokkelfeiten.
Verdachte is, naar aanleiding van het trajectconsult van 14 maart 2023, zes weken door het Pieter Baan Centrum (hierna: het PBC) geobserveerd. Het PBC heeft in het rapport van 4 januari 2024, op basis van gegevens die door verdachte zijn verstrekt, de levensloop van verdachte geschetst. Verdachte heeft in het PBC verteld dat hij door zijn moeder is opgevoed en dat zijn vader Ethiopisch militair was. Vanaf zijn zevende levensjaar is verdachte bij een boer gaan werken. Hij moest als kind vroeg zelfstandig zijn. Toen hij achttien jaar oud was moest hij het leger in. In 2004 werd hij vader van een dochter en in 2006 vader van een zoon. In het leger heeft hij heftige dingen gezien en meegemaakt. Hij besloot in 2014 samen met een vriend te vluchten tijdens een patrouille en is richting Soedan gegaan, waar hij gewerkt heeft als een taxichauffeur en later een café heeft geopend. Hij raakte bevriend met een opposant van de Eritrese regering, waardoor verdachte zelf doelwit werd voor de Eritrese regering en moest onderduiken. Hij kon geen officieel legitimatiebewijs verkrijgen en heeft daarom een vals document geregeld onder de naam waaronder hij is gedagvaard. Hiermee is hij ook naar Dubai gereisd en vervolgens naar Ethiopië. Daar is hij in 2018 opgepakt wegens verdenking van het veroorzaken van een auto-ongeluk en het verlaten van de plaats delict. In 2021 is hij schuldig bevonden aan mensensmokkel en gevangen genomen. In 2022 is hij naar Nederland gebracht. Hij heeft in het PBC herhaaldelijk aangegeven iemand anders te zijn en de feiten niet te hebben gepleegd.
Het PBC heeft gerapporteerd dat – mede door de taalbarrière – gedurende de observatieperiode weinig zicht is verkregen op wie verdachte is en wat hij denkt en beleeft. Verdachte komt over als een bedeesde, zelfredzame en coöperatieve man die gedisciplineerd en terughoudend is.
Het PBC heeft geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn voor een psychiatrische aandoening, een verstandelijke beperking of een andersoortige stoornis bij verdachte. Ook zijn er geen aanwijzingen voor een posttraumatische stressstoornis of een andere trauma gerelateerde stoornis. Een stoornis in de persoonlijkheid kan niet formeel worden uitgesloten, maar hier zijn geen evidente kenmerken van gezien. Het is niet mogelijk geweest om te komen tot een gestructureerd professioneel oordeel over het gevaar op herhaling.
Alles afwegende adviseert het PBC verdachte bij een bewezenverklaring volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen.
8.3.3.
De strafoplegging
De rechtbank stelt vast dat de onderhavige zaak, door zowel de omvang als de aard van de feiten, van een uitzonderlijke ernst is, enerzijds vanwege de ondermijning van het Nederlandse en Europese vreemdelingenbeleid, maar anderzijds en vooral vanwege de bijzonder wrede, gewelddadige en mensonterende behandeling waaraan de verdachte en zijn mededaders de migranten hebben blootgesteld. Verdachte en zijn mededaders hebben gewetenloos, zonder mededogen en zonder oog voor de menselijke waardigheid gehandeld. Naar het lijkt enkel en alleen om zoveel mogelijk geld af te persen van kwetsbare en hulpeloze mensen die op zoek zijn naar een betere toekomst.
De maximaal op te leggen gevangenisstraf voor het misdrijf mensensmokkel bedraagt vijftien jaren. Nu sprake is van meerdaadse samenloop, wordt dit strafmaximum op grond van artikel 57 Sr met een derde verhoogd. De maximaal op te leggen gevangenisstraf is derhalve twintig jaren. Het Openbaar Ministerie heeft oplegging van deze straf geëist.
De rechtbank is van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten oplegging van de geëiste straf rechtvaardigen. Weliswaar hebben niet alle onderdelen van de tenlastelegging tot een bewezenverklaring geleid, maar wat bewezen is verklaard rechtvaardigt zonder twijfel eveneens oplegging van de maximale gevangenisstraf.
In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding een lagere straf op te leggen. Verdachte is volledig toerekeningsvatbaar geacht, heeft geen verantwoordelijkheid genomen of zelfs maar spijt betuigd voor zijn gedragingen.
De rechtbank houdt geen rekening met de Ethiopische veroordeling. Artikel 63 Sr is niet van toepassing op buitenlandse strafrechtelijke veroordelingen. Door de verdediging is uitdrukkelijk verzocht niet het strafmaximum op te zoeken. Dit omdat het in concreto zou betekenen dat nu het Ethiopisch vonnis door Nederland is overgenomen, het strafmaximum fors zou worden overschreden. De rechtbank volgt de verdediging hierin niet, omdat niet is komen vast te staan dat de straf is of zal worden overgenomen. Uit de uitleveringsstukken blijkt dat de Ethiopische autoriteiten weliswaar om overname van de tenuitvoerlegging van de straf hebben verzocht, maar niet is gebleken dat de Minister van Justitie en Veiligheid – de in Nederland bevoegde autoriteit – daarin heeft bewilligd. De rechtbank laat hiermee de vraag nadrukkelijk onbeantwoord of zij daarmee rekening zou hebben gehouden indien de straf wél zou zijn overgenomen. Mocht de straf in de toekomst wel worden overgenomen door Nederland, dan staat voor de verdachte een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang open.
De rechtbank zal daarom een gevangenisstraf voor de duur van twintig (20) jaren aan verdachte opleggen, met aftrek van de reeds ondergane tijd in voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting.

9.De schade van benadeelden

9.1
De vordering van de benadeelde partijen
9.1.1.
De vordering van benadeelde partij ‘ [getuige 1] ’ met getuigennummer [nummer 1]
Slachtoffer ‘ [getuige 1] ’ heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van een totaalbedrag van €22.506,02 (tweeëntwintigduizend vijfhonderd en zes euro en twee eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.
De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post:
- restitutie “reisgeld” betaald aan verdachte voor een bedrag van €2.006,02.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van €10.500,00 gevorderd. De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:
- omstandigheden in het kamp voor een bedrag van €1.500,00;
- mishandelingen, martelingen en bedreigingen in het kamp voor een bedrag van €1.500,00;
- zeereis/te duchten levensgevaar voor een bedrag van €7.500,00.
Verder wordt een bedrag van €10.000,00 gevorderd voor toekomstige schade.
9.1.2.
De vordering van benadeelde partij ‘ [getuige 3] ’ met getuigennummer [nummer 3]
Slachtoffer ‘ [getuige 3] ’ heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van een totaalbedrag van €35.956,40 (vijfendertigduizend negenhonderdzesenvijftig euro en veertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.
De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post:
- restitutie “reisgeld” betaald aan verdachte voor een bedrag van €2.456,40.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van €22.500,00 gevorderd. De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:
- omstandigheden in het kamp voor een bedrag van €5.000,00;
- mishandelingen, martelingen en bedreigingen in het kamp voor een bedrag van €10.000,00;
- zeereis/te duchten levensgevaar voor een bedrag van €7.500,00.
Verder wordt een bedrag van €10.000,00 gevorderd voor toekomstige schade.
9.1.3.
De vordering van benadeelde partij ‘ [getuige 2] ’ met getuigennummer [nummer 2]
Slachtoffer ‘ [getuige 2] ’ heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van een totaalbedrag van €27.647,31 (zevenentwintigduizend zeshonderdenzevenenveertig euro en eenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.
De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post:
- restitutie “reisgeld” betaald aan verdachte voor een bedrag van €3.647,31.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van €14.000,00 gevorderd. De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:
- omstandigheden in het kamp voor een bedrag van €1.500,00;
- mishandelingen, martelingen en bedreigingen in het kamp voor een bedrag van €5.000,00;
- zeereis/te duchten levensgevaar voor een bedrag van €7.500,00.
Verder wordt een bedrag van €10.000,00 gevorderd voor toekomstige schade.
9.1.4.
De vordering van benadeelde partij ‘ [getuige 4] ’ met getuigennummer [nummer 4]
Slachtoffer ‘ [getuige 4] ’ heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van een totaalbedrag van €80.000,00 (tachtigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van €55.000,00 gevorderd.
De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:
- omstandigheden in het kamp voor een bedrag van €7.500,00;
- mishandelingen, martelingen en bedreigingen in het kamp voor een bedrag van
€20.000,00;
- seksueel geweld voor een bedrag van €20.000,00;
- zeereis/te duchten levensgevaar voor een bedrag van €7.500,00.
Verder wordt een bedrag van €25.000,00 gevorderd voor toekomstige schade.
9.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van ‘ [getuige 1] ’, ‘ [getuige 3] ’, ‘ [getuige 2] ’ en ‘ [getuige 4] ’ – met uitzondering van de toekomstige schade – inclusief de wettelijke rente toewijsbaar zijn.
9.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, omdat de rechtbank niet toekomt aan een beoordeling van de vorderingen gelet op de bepleitte niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Subsidiair dienen de benadeelde partijen niet ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen wegens de bepleitte integrale vrijspraak. Meer subsidiair dienen de benadeelde partijen niet ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen wegens het gebrek aan deskundigheid van de deskundigen Ibrahim en Otto, waardoor het onmogelijk is om in het strafgeding tot een zorgvuldige beoordeling van de civiele vorderingen te komen. Uiterst subsidiair dienen de benadeelde partijen niet ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen, aangezien behandeling van de vorderingen in dit strafgeding onevenredig belastend is.
9.4
Het oordeel van de rechtbank
9.4.1.
Ten aanzien van de vorderingen van ‘ [getuige 3] ’ en ‘ [getuige 4] ’
De rechtbank is van oordeel dat benadeelde partijen ‘ [getuige 3] ’ en ‘ [getuige 4] ’ niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen. De rechtbank komt niet toe aan een beoordeling van de civiele vorderingen gelet op de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, ten aanzien van de onderdelen van de tenlastelegging die op ‘ [getuige 3] ’ en ‘ [getuige 4] ’ zien, wegens het ontbreken van rechtsmacht. De rechtbank zal deze benadeelde partijen daarom in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat zij de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.
9.4.2.
Ten aanzien van de vorderingen van ‘ [getuige 1] ’ en ‘ [getuige 2] ’
De rechtbank heeft bij de behandeling van de voorvragen geoordeeld dat de Nederlandse strafwet toepasselijk is op de strafzaak tegen verdachte op grond van artikel 2 Sr. Nu de strafzaak tegen verdachte naar de regels van het Nederlandse strafrecht wordt gevoerd, is in deze zaak ook artikel 51f Sv van toepassing. De benadeelde partij wordt de mogelijkheid geboden zich met een civiele vordering als benadeelde partij in het strafproces te voegen. De vraag die nu ambtshalve beantwoord moet worden, is naar welk nationaal burgerlijk recht de vorderingen dienen te worden beoordeeld; Nederlands of Libisch recht.
De advocaten van de benadeelde partijen hebben zich op het schriftelijk onderbouwde standpunt gesteld dat de beoordeling van de vorderingen, aan de hand van de regels uit de zogenaamde Rome II-verordening [355] , naar Libisch recht dient plaats te vinden. Zij hebben het juridisch kader naar Libisch recht in een schriftelijk standpunt van 26 juni 2025 uiteengezet.
Het Openbaar Ministerie heeft zich hierbij aangesloten.
De verdediging heeft zich in de schriftelijke reactie van 25 augustus 2025 op het standpunt gesteld dat dient te worden uitgegaan van toepassing van het Libisch recht, nu de partijen niet uitdrukkelijk zijn overeenkomen dat het Nederlands recht van toepassing is. De verdediging heeft daarnaast de juistheid en volledigheid van het door de advocaten van de benadeelde partijen geschetste kader betwist bij gebrek aan wetenschap.
9.4.2.1. De deskundigheid inzake Libisch burgerlijk recht van [naam 23] en [naam 24]
De rechtbank heeft, naar aanleiding van het voorgaande en de pro-formazitting van 22 september 2025, op 1 oktober 2025 de zaak naar de rechter-commissaris verwezen voor de benoeming van [naam 23] en [naam 24] als deskundigen met betrekking tot het vraagstuk van de toepassing van Libisch recht op de civiele vorderingen van de benadeelde partijen.
De rechtbank heeft dit deskundigenbericht op 27 oktober 2025 ontvangen. De deskundigen Otto en Ibrahim hebben een aantal door de rechtbank, verdediging en advocaten van de benadeelde partijen, geformuleerde vragen over hun academische achtergrond en (de toepassing van) het Libisch recht beantwoord. Zij hebben onder meer gerapporteerd dat de weergave van het Libisch recht, als uiteengezet door de advocaten van de benadeelde partijen, juist is en hebben aangevuld hoe de vaststelling van de aansprakelijkheid en de vaststelling van de schade naar Libisch recht moet plaatsvinden.
De verdediging heeft de expertise van de door de rechtbank aangewezen deskundigen Otto en Ibrahim betwist en aangevoerd dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het door hen geschetste Libisch civiel aansprakelijkheidskader daadwerkelijk correspondeert met de Libische wetgeving en rechtspraktijk. Dit zou tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in de vorderingen moeten leiden.
De rechtbank is – op basis van de curricula vitae, hetgeen op de terechtzitting naar voren is gebracht én de inhoud van het uitgebrachte rapport – van oordeel dat de deskundigen [naam 23] en [naam 24] als duo over voldoende deskundigheid beschikken om op te treden in de onderhavige zaak. De rechtbank heeft op de zittingen van 22 september 2025 en 1 oktober 2025 reeds geoordeeld dat zij de deskundigen als duo voldoende deskundig acht inzake het Libisch burgerlijk recht om een deskundigenbericht hierover uit te brengen. De deskundigen hebben als duo gerapporteerd en hebben hetgeen door de advocaten van de benadeelde partijen uiteen is gezet, bevestigd en nader toegelicht. Dit correspondeert tevens met wat er in openbare bronnen gevonden kan worden over de Libische civiele aansprakelijkheidswetgeving en rechtspraktijk. De rechtbank heeft dan ook geen reden te twijfelen aan de deskundigheid van [naam 23] en [naam 24] op de punten waarover zij een deskundigenbericht hebben uitgebracht.
De rechtbank zal het deskundigenbericht en hetgeen is ingebracht door de advocaten van de benadeelde partijen gebruiken bij de beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen.
9.4.2.2. Het op de vorderingen toepasselijk recht
De vraag naar het toepasselijke recht op de vorderingen (uit onrechtmatige daad) van de benadeelde partijen in de onderhavige zaak dient, op grond van artikel 10:159 Burgerlijk Wetboek, te worden beantwoord aan de hand van de regels uit de zogenoemde Rome II-verordening. De Rome II-verordening (Verordening EG nr. 864/2007, hierna: Rome II) is vanaf 11 januari 2009 van toepassing in alle lidstaten van de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken) en dus ook in Nederland. De vorderingen van de benadeelde partijen betreffen immers niet-contractuele vorderingen in de betekenis van artikel 1 Rome II. Rome II heeft op grond van artikel 3 een universeel formeel toepassingsgebied. Dit betekent dat deze verordening ook van toepassing is op zaken die aan de Nederlandse rechter worden voorgelegd, waarin een onrechtmatige daad aan de orde is die buiten de Europese Unie is gepleegd.
Artikel 4 lid 1 van Rome II geeft de algemene regel voor de vaststelling van het toepasselijke recht. Het recht van het land waar de schade zich voordoet (
lex loci damni) is het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad. Dit is ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Deze hoofdregel leidt in het geval van de onderhavige zaak naar het Libisch recht, aangezien de benadeelde partijen op kampen in Libië zaten en in Libië zijn aangevangen met de overtocht over zee.
Artikel 15 van Rome II geeft de werkingssfeer met betrekking tot de materieelrechtelijke kwesties die door dat toepasselijk Libisch recht worden geregeld, waaronder de grond en de omvang van de aansprakelijkheid, het vaststellen wie voor een handeling aansprakelijk gesteld kan worden, het bestaan, de aard en de begroting van de schade of het gevorderde en het bepalen wie recht heeft op vergoeding van de persoonlijk geleden schade.
De rechtbank is op basis van het vorenstaande van oordeel dat de beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen naar Libisch burgerlijk recht dient plaats te vinden.
9.4.2.3. Onevenredige belasting van het strafgeding?
De verdediging heeft – uiterst subsidiair – gesteld dat de behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen een onevenredige belasting zou opleveren voor het strafgeding, en dat dit tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in hun vorderingen zou moeten leiden.
De rechtbank is van oordeel dat wanneer buitenlands recht van toepassing is op een vordering, dit niet direct maakt dat deze vordering een onevenredige belasting oplevert voor het strafgeding. De rechtbank overweegt dat er – gelet op de internationale aspecten van de vorderingen – op voorhand schriftelijk debat is gevoerd over de vorderingen en over welk recht zou moeten worden toegepast. Daarnaast is er een deskundigenbericht uitgebracht over dit vraagstuk. De verdediging is in de gelegenheid gesteld inhoudelijke vragen te stellen met betrekking tot de toepassing van het Libisch recht, maar heeft – met uitzondering van de vraag of er richtlijnen bekend zijn voor de hoogte van schadevergoedingen in Libië – hier geen gebruik van gemaakt.
De rechtbank overweegt dat het gaat om twee relatief overzichtelijke vorderingen. Ten aanzien van beide vorderingen bestaat de gevorderde materiële schade maar uit één post, namelijk restitutie van het bedrag dat voldaan is met betrekking tot de overtocht en de immateriële schade zou in beide gevallen een direct gevolg zijn van de aan verdachte ten laste gelegde handelingen. Overige aspecten als causaliteit, schade en verjaring zijn in die zin van eenvoudige aard, of niet aan de orde. De vaststelling van het strafrechtelijke verwijt heeft reeds plaatsgevonden, waardoor – net als bij Nederlands civiel recht – naar het Libisch burgerlijk recht ervan kan worden uitgegaan dat er sprake is van een onrechtmatigheid of ‘fout’.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van een onevenredige belasting van het strafgeding, zodat er evenmin reden is de benadeelde partijen om die reden (kennelijk) niet-ontvankelijkheid te verklaren in hun vorderingen.
9.4.2.4. De beoordeling van de vorderingen
Gelet op het bepaalde in artikel 15 van Rome II dient de grond en omvang van de aansprakelijkheid alsook de aard en begroting van de schade naar Libisch recht te geschieden.
9.4.2.4.1. Grondslag van de vorderingen
Het Libisch burgerlijk recht is neergelegd in het Libisch Burgerlijk Wetboek (hierna: LBW) uit 1954. Het aansprakelijkheidsrecht is sinds 1954 ongewijzigd gebleven. De artikelen 166 en 167 LBW geven de grondslag van de vorderingen van de benadeelde partijen weer, namelijk de onrechtmatige daad. Strafbare feiten worden beschouwd als onrechtmatige daad (“
wrongful act”), behalve wanneer er daardoor geen schade wordt veroorzaakt. [356]
Het Libische Hooggerechtshof heeft in zijn arrest van 20 april 2002 de regels betreffende de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad samengevat. [357] Artikel 166 LBW bepaalt dat elke fout die schade veroorzaakt aan een ander leidt tot een verplichting tot schadevergoeding door de persoon door wie de daad is begaan. Voor de vaststelling van aansprakelijkheid en schadeplichtigheid, moet voldaan zijn aan drie elementen. Er moet sprake zijn van:
een
foutdoor inbreuk op een juridische verplichting ofwel door afwijking van het gedrag dat normalerwijze wordt verwacht van een normaal persoon;
schade, dit kan zowel bestaan uit materiele schade, bestaande uit een aantasting van het lichaam of eigendom van de gelaedeerde, als morele schade, bestaande uit schade betreffende gevoelens en emoties;
causaliteit, in die zin dat een direct verband bestaat tussen de fout begaan door de aansprakelijke persoon en de schade geleden door het slachtoffer.
9.4.2.4.2. Aansprakelijkheid
Het Libische Hooggerechtshof heeft geoordeeld dat elke fout die schade veroorzaakt bij een ander, een verplichting tot schadevergoeding oplegt aan de persoon door wie de fout is begaan. [358] De maatstaf van de
“ordinary person”naar Libisch aansprakelijkheidsrecht is vergelijkbaar met die van de gemiddelde, redelijk handelend persoon naar Nederlands civielrecht, en naar Libisch recht geldt net als in Nederland de leer van de redelijke toerekening.
Voor aansprakelijkheid is vereist dat sprake is van een toerekenbare gedraging (
“fault”). Naar Libisch recht kan een
“fault”bestaan uit een doen (
“act”) of nalaten (
“omission”). Onderscheidingsvermogen (“
discretion”) is een essentieel element van een fout onder Libisch recht en is een moreel onderdeel van de fout, zonder welke de fout niet bestaat, en de fout is de basis van aansprakelijkheid van een persoon voor zijn of haar handelingen. Artikel 167 lid 1 LBW geeft aan dat iemand slechts dan aansprakelijk is uit onrechtmatige daad als die over
“discretion”beschikt, oftewel in staat is om te onderscheiden tussen goed en fout. De toerekenbare gedraging moet schade bij een ander (
“causes injury to another”) hebben veroorzaakt, hetgeen inhoudt dat de geleden schade in causaal verband moet staan met de verweten handeling. Wanneer de elementen van een fout zijn vastgesteld en de schade die daaruit voortvloeit, dan ontstaat aansprakelijkheid van de persoon, tenzij er een uitzonderingsgrond van toepassing is. De uitzonderingsgronden zijn: overmacht (artikel 168 LBW), een rechtvaardigingsgrond (artikel 169 LBW), handelen in de hoedanigheid van een overheidsfunctionaris (artikel 170 LBW) of indien er is gehandeld uit noodzaak (artikel 171 LBW).
Indien aan voornoemde vereisten is voldaan en er geen sprake is van een uitzonderingsgrond, is degene die de handeling pleegt schadeplichtig jegens de ander (
“obligation to make reparation”).
Artikel 172 LBW bepaalt dat, als meerdere partijen verantwoordelijk zijn voor dezelfde schade (
“injury”), zij individueel én gezamenlijk aansprakelijk zijn voor de vergoeding van de totale schade. Hiervoor is wel vereist dat eerst de aansprakelijkheid wordt vastgesteld door fout, schade en causaliteit te bewijzen. [359]
9.4.2.4.3. Schade
Schade kan in twee typen bestaan naar Libisch aansprakelijkheidsrecht.
Ten eerste kan de schade ‘materieel’ van aard zijn, in de zin van financieel verlies bij de gelaedeerde. De compensatie van materiële schade is afhankelijk van het plaatsvinden van een aantasting van een financieel belang van de getroffen partij. De schade moet reëel zijn en daadwerkelijk hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden in de toekomst. Ten tweede kan de schade ‘moreel’ van aard zijn, in de zin van immateriële schade, hetgeen niet valt onder financieel verlies. De locus van immateriële schade met het oog op schadevergoeding ligt in emoties, gevoel, en affectie. Indien aan de wettelijke eisen is voldaan, kunnen zowel vorderingen van materiële als morele aard leiden tot een gegronde eis tot schadevergoeding.
Artikel 173 LBW bepaalt de schadebegroting door de rechter. De rechter heeft veel vrijheid bij de begroting van de schade en mag alle omstandigheden van het geval meewegen.
De wettelijke rente wordt naar Libisch recht berekend vanaf de datum waarop de vordering is ingesteld.
9.4.2.4.4. De beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder 7 bewezen verklaarde feit (zijnde de fout of “
fault”) aan de benadeelde partijen ‘ [getuige 1] ’ (getuige [nummer 1] ) en ‘ [getuige 2] ’ (getuige [nummer 2] ) rechtstreeks schade heeft toegebracht.
Door de benadeelde partijen is vergoeding gevorderd van door hen geleden materiële schade, bestaande uit het totaalbedrag van de door hen betaalde reissommen. [360] Dit betreft €2.006,02 ten aanzien van ‘ [getuige 1] ’ [361] en €3.647,31 ten aanzien van ‘ [getuige 2] ’ [362] . Dit zijn materiële schades die rechtstreeks geleden zijn als gevolg van het onder 7 bewezen verklaarde feit. Deze schadeposten zijn niet betwist, voldoende onderbouwd en ‘reëel’. De rechtbank zal deze posten daarom toewijzen.
Door de benadeelde partijen is daarnaast vergoeding gevorderd van door hen geleden immateriële schade, die zij hebben geleden als gevolg van het onder 7 ten laste gelegde. De benadeelde partijen hebben gemotiveerd dat zij – door de onmenselijke omstandigheden op het kamp, het te duchten levensgevaar tijdens de reis en de martelingen, mishandelingen en bedreigingen – schade hebben geleden en hebben verzocht deze schade vast te stellen op in totaal €10.500 ten aanzien van ‘ [getuige 1] ’ en €14.000,00 ten aanzien van ‘ [getuige 2] ’. Dát door de benadeelde partijen immateriële schade is geleden, is door de verdediging niet betwist. De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat de benadeelde partijen immateriële schade oftewel morele schade hebben geleden. De rechtbank slaat daarbij acht op de uitgebreide en grondige onderbouwing van de vorderingen én de bewijsmiddelen die reeds uiteen zijn gezet ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde. De rechtbank stelt vast dat het ten aanzien van zowel ‘ [getuige 1] ’ als ‘ [getuige 2] ’ om een schending van de lichamelijke en geestelijke integriteit van de benadeelden gaat. Bovendien stelt de rechtbank vast dat het een feit van algemene bekendheid is dat delicten als de onderhavige een ernstige inbreuk op de integriteit en persoonlijke levenssfeer van slachtoffers opleveren en dat slachtoffers nog geruime tijd met de psychische gevolgen daarvan te kampen (kunnen) hebben. De rechtbank zal de omvang van de immateriële schade vaststellen aan de hand van de voornoemde Libische aansprakelijkheidsrechtbepaling van artikel 173 LBW en zal de bedragen vaststellen conform hetgeen door de benadeelde partijen is gevorderd.
De rechtbank zal de vordering van ‘ [getuige 1] ’ toewijzen tot een bedrag van €12.506,02, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025, zijnde de datum van het instellen van de vordering.
De rechtbank zal de vordering van ‘ [getuige 2] ’ toewijzen tot een bedrag van €17.647,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025, zijnde de datum van het instellen van de vordering.
De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte en zijn mededaders ieder afzonderlijk tegenover de benadeelde partijen voor het gehele bedrag aansprakelijk zijn.
De rechtbank zal de benadeelde partijen ‘ [getuige 1] ’ en ‘ [getuige 2] ’ ten aanzien van de gevorderde toekomstige schade in de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partijen de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. Weliswaar voorziet het Libisch recht ook in toekenning van toekomstige schade, maar de rechtbank begrijpt die bepaling zo dat daarvoor, op het moment van toekenning, dient vast te staan dat die schade in de toekomst daadwerkelijk zal worden geleden. Dat is hier niet het geval, althans ontbreekt een onderbouwing waaruit dat blijkt.
9.5
De schadevergoedingsmaatregel
De raadslieden van de benadeelde partijen hebben namens ‘ [getuige 1] ’ en ‘ [getuige 2] ’ verzocht, en de officier van justitie heeft gevorderd, ook de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de benadeelde partijen ‘ [getuige 1] ’ en ‘ [getuige 2] ’ naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.
Als door verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met respectievelijk:
  • 97 (zevenennegentig) dagen gijzeling ten aanzien van de vordering van ‘ [getuige 1] ’;
  • 123 (honderddrieëntwintig) dagen gijzeling ten aanzien van de vordering van ‘ [getuige 2] ’;
waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

10.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen.

11.De beslissing

De rechtbank:
nietigheid van de dagvaarding
- verklaart de dagvaarding nietig voor wat betreft het onderdeel
‘(in elk geval)’ en ‘
en/of althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen’in de feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10;
niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
- verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van de onder 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging voor het onderdeel
‘uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)’;
- verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging van de mensensmokkel van de in de tenlastelegging opgenomen personen ‘ [getuige 4] ’ met getuigennummer [nummer 4] en ‘ [getuige 3] ’ met getuigennummer [nummer 3] ;
- verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging voor het oogmerk op de onderdelen:
‘-gijzeling, als bedoeld in artikel 282 en/of 282a van het Wetboek van Strafrecht, namelijk een of meer personen wederrechtelijk van de vrijheid beroven en/of beroofd houden, al dan niet met het oogmerk de familie van die persoon/personen te dwingen om te betalen voor de overtocht naar Europa, en/of(..)-geweldsdelicten, als bedoeld in artikel 285 en/of artikel 300 en/of artikel 302 en/of artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht, namelijk bedreiging met (dodelijk) geweld en/of mishandeling(en), al dan niet met zwaar lichamelijk letsel en/of de dood ten gevolg en/of doodslag, begaan jegens voornoemde persoon/personen en/of-seksuele geweldsdelicten, als bedoeld in artikel 242 en/of 246 van het Wetboek van Strafrecht, te weten verkrachting en/of aanranding van een of meerdere migranten, en/of’;
- verklaart het Openbaar Ministerie, wegens schending van het specialiteitsbeginsel, niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van feit 11 (witwassen) en de daarmee samenhangende onderdelen van feit 1 (deelname aan een criminele organisatie) voor zover dit ziet op de onderdelen:
‘-witwassen, als bedoeld in artikel 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, namelijk grote geldbedragen van familieleden in Nederland in contanten ophalen en die opbrengsten over te dragen, te verplaatsen, om te zetten, te verwerven, voorhanden te hebben, te verbergen en te verhullen en ze hierdoor veilig te stellen, en/of-hawala (ondergronds) bankierendoor het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning als bedoeld in artikel 2:3a wet op het financieel toezicht,terwijl hij, verdachte, leider en/of oprichter en/of bestuurder van voormelde organisatie is/was/is geweest;’;
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 10 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 tot en met 9 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:
het misdrijf:
als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
feit 2, 3, 5, 7, 8, 9,telkens:
het misdrijf:
mensensmokkel, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt en terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;
feit 4, 6,telkens:
het misdrijf:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 tot en met 9 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) jaren;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij
[getuige 3]
[getuige 3]’ (getuigennummer [nummer 3] ) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;
- bepaalt dat de benadeelde partij
[getuige 4]
[getuige 4]’ (getuigennummer [nummer 4] ) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
[getuige 1]
[getuige 1]’ (getuigennummer [nummer 1] ) toe tot een bedrag van €12.506,02 (twaalfduizendvijfhonderd en zes euro en twee eurocent), bestaande uit €2.006,02 aan materiële schade en €10.500,00 immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij ‘ [getuige 1] ’ van een bedrag van €12.506,02, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van €12.506,02 (twaalfduizendvijfhonderd en zes euro en twee eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
97 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij ‘ [getuige 1] ’ ten aanzien van de gevorderde toekomstige schade van €10.000,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
[getuige 2]
[getuige 2]’ (getuigennummer [nummer 2] ) toe tot een bedrag van €17.647,31 (zeventienduizend zeshonderdenzevenenveertig euro en eenendertig eurocent), bestaande uit €3.647,31 aan materiële schade en €14.000,00 immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij ‘ [getuige 2] ’ van een bedrag van €17.647,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van €17.647,31 (zeventienduizend zeshonderdenzevenenveertig euro en eenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
123 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij ‘ [getuige 2] ’ ten aanzien van de gevorderde toekomstige schade van €10.000,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M . Melaard, voorzitter, mr. M .J. A . L . Beljaars en mr. A .J. de Loor, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C . C . van Druten en mr. K . Drenth, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.
Leeswijzer
Deze bijlagen maken deel uit van het vonnis en bevatten een opgave van de oorspronkelijke tenlastelegging en een opgave van de tenlastelegging na de beslissingen op de voorvragen zoals uiteengezet in hoofdstuk 3 van dit vonnis.
Bijlage I – de oorspronkelijke tenlastelegging
Feit 1 - criminele organisatiehij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 juli 2018,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten medeverdachte [medeverdachte 1] en/of medeverdachte [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] en/of medeverdachte [medeverdachte 5] en/of medeverdachte [medeverdachte 6] en/of medeverdachte [medeverdachte 7] en/of medeverdachte [medeverdachte 8] en/of medeverdachte [medeverdachte 9] en/of medeverdachte [medeverdachte 10] en/of
een of meer (onbekend gebleven) (andere) persoon/personen,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk telkens het plegen van
- mensensmokkel, als bedoeld in artikel 197a, lid 1, lid 2, lid 4, lid 5 en lid 6, van het Wetboek van Strafrecht, met betrekking tot migranten uit Afrika via de Middellandse Zeeroute vanuit Libië naar Europa, terwijl verdachte( n ) daarvan een beroep en/of gewoonte van maken en/of met zwaar lichamelijk letsel als gevolg of daarvan levensgevaar te duchten is en/of de dood ten gevolge heeft, en/of
- gijzeling, als bedoeld in artikel 282 en/of 282a van het Wetboek van Strafrecht, namelijk een of meer personen wederrechtelijk van de vrijheid beroven en/of beroofd houden, al dan niet met het oogmerk de familie van die persoon/personen te dwingen om te betalen voor de overtocht naar Europa, en/of
- afpersing, als bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht, namelijk de familie van voornoemde persoon/personen, althans een ander, dwingen door geweld of bedreiging met geweld tot de afgifte van een geldbedrag, met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, en/of
- geweldsdelicten, als bedoeld in artikel 285 en/of artikel 300 en/of artikel 302 en/of artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht, namelijk bedreiging met (dodelijk) geweld en/of mishandeling(en), al dan niet met zwaar lichamelijk letsel en/of de dood ten gevolg en/of doodslag, begaan jegens voornoemde persoon/personen en/of
- seksuele geweldsdelicten, als bedoeld in artikel 242 en/of 246 van het Wetboek van Strafrecht, te weten verkrachting en/of aanranding van een of meerdere migranten, en/of
- witwassen, als bedoeld in artikel 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, namelijk grote geldbedragen van familieleden in Nederland in contanten ophalen en die opbrengsten over te dragen, te verplaatsen, om te zetten, te verwerven, voorhanden te hebben, te verbergen en te verhullen en ze hierdoor veilig te stellen, en/of
- hawala (ondergronds) bankieren door het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning als bedoeld in artikel 2:3a wet op het financieel toezicht,
terwijl hij, verdachte, leider en/of oprichter en/of bestuurder van voormelde organisatie is/was/is geweest;
Feit 2 - ZAAKDOSSIER 003 / aankomst 12-12-2017 Augustahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2017 tot en met 12 december 2017, althans de periode van 1 augustus 2017 tot en met 9 maart 2022,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten (in elk geval), de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),
1. [getuige 11] (v), geboren op [geboortedatum] 1984 (getuige [nummer 8] ), en/of
2. [getuige 12] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1982 (getuige [nummer 9] ), en/of
3. [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 10] ), en/of
een of meer (andere) onbekend gebleven personen,
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)
Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of (een) stok(ken), en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 2] littekens aan zijn benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of
- voornoemde [getuige 2] voor enige tijd verlamd is geweest aan zijn rechterhand ten gevolge van de mishandelingen, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn of lek raken tijdens de overtocht en/of
- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben,
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 3 - ZAAKDOSSIER 004 / aankomst 28-12-2017 Augustahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 28 december 2017, althans in de periode van 1 mei 2017 tot en met 31 januari 2022,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten (in elk geval), de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),
1. [getuige 5] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 5] ), en/of
2. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1991 (getuige [nummer 12] ) en/of
3. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 13] ), en/of
althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen,
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)
Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of elektriciteit en/of zweep en/of andere voorwerpen, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- er geen tot weinig voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of
- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 4 - ZAAKDOSSIER 004 / afpersing [getuige 6]hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 28 december 2017,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[getuige 5] en/of diens zus [getuige 6] en/of een of meer (andere) familieleden en/of vrienden en/of kennissen van die [getuige 5] heeft gedwongen tot de afgifte van (in totaal) 9.000,- US dollar, althans 8.000, US dollar-, althans (tweemaal) 4.000, US dollar-, althans een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [getuige 6] en/of een of meer (andere) familieleden en/of vrienden en/of kennissen, in elk geval aan een derde toebehoorde( n ),
door
- die [getuige 5] vanuit Libië te laten bellen met zijn in Nederland woonachtige zus [getuige 6] en/of (andere) familieleden, en/of
- die [getuige 5] ten tijde van dat/die telefoongesprek(ken) te slaan en/of te martelen en/of te mishandelen, waarbij die [getuige 5] schreeuwde van de pijn en/of angst, en/of
- waarbij die [getuige 5] schreeuwde, en/of
- die I te bedreigen met de dood, als zijn familie en/of vrienden en/of kennissen niet (snel genoeg) een of meer geldbedrag(en) zou(den) betalen;
Feit 5 - ZAAKSDOSSIER 008 / aankomst 24-04-2018 Messinahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 24 april 2018, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 21 juli 2021,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten (in elk geval), de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),
l . [getuige 14] (v), geboren op [geboortedatum] 2000 (getuige [nummer 14] ), en/of
2. [getuige 7] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1994 (getuige [nummer 7] ), en/of
3. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1994 (getuige [nummer 15] ), en/of
4. [getuige 12] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1990 (getuige [nummer 16] ), en/of
5. [getuige 4] (v), geboren op [geboortedatum] 1993 (getuige [nummer 4] ) en/of
6. [getuige 3] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 3] ), en/of
althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen,
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2) Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot
aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of andere voorwerpen, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 11] littekens aan zijn handen en/of bovenbenen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of
- voornoemde [getuige 4] open wonden en/of ontvelde huid heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 6 - ZAAKDOSSIER 005 / afpersing [naam 25]hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 24 april 2018,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 25] en/of diens broer en/of een of meer (andere) familieleden en/of vrienden en/of kennissen van die [naam 25] heeft gedwongen tot de afgifte van (in totaal) € 1.700,-, althans een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [naam 25] en/of een of meer (andere) familieleden en/of vrienden en/of kennissen, in elk geval aan een derde toebehoorde( n ),
door
- die [naam 25] vanuit Libië te laten bellen met zijn in Nederland woonachtige broer en/of (andere) familieleden, en/of
- die [naam 25] ten tijde van dat/die telefoongesprek(ken) te slaan en/of te martelen en/of te mishandelen, waarbij die [naam 25] schreeuwde van de pijn en/of angst, en/of
- waarbij die [naam 25] schreeuwde, en/of
- die [naam 25] te bedreigen met de dood, als zijn familie en/of vrienden en/of kennissen niet (snel genoeg) een of meer geldbedrag(en) zou(den) betalen;
Zie onder andere:
- processen-verbaal van verhoor getuige [naam 25] (bijlage 58 en 59 bij pv vgl)
(Artikel art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 3171id 1 Wetboek van Strafrecht, art 3171id 3 Wetboek van Strafrecht)
Feit 7 - ZAAKDOSSIER 001 / aankomst 01-08-2015 Lampedusahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van april 2015 tot en met 1 augustus 2015, althans de periode van april 2015 tot en met 27 januari 2022,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten (in elk geval), de personen die gebruik maken van de navolgende personalia,
1. [getuige 12] (v), geboren op [geboortedatum] 1992 (getuige [nummer 19] ), en/of
2. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1991 (getuige [nummer 20] ), en/of
3. [getuige 15] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1989 (getuige [nummer 21] ), en/of
4. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 22] ), en/of
5. [getuige 1] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 1] ), en/of
6. [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (procesverbaalnr 3627), en/of
een of meer (andere) onbekend gebleven personen,
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2) Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of stokken en/of andere (scherpe) voorwerpen,
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 13] een bloedende hoofdwond heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen en/of blijvende littekens op zijn achterhoofd en/of kuit, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerdere) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn of lek raken tijdens de overtocht en/of
- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben, en/of
- er geen voedsel en/of drinkwater op de bo(o) t (en) aanwezig is, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 8 - ZAAKSDOSSIER 006 / aankomst 04-02-2018 Messinahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2017 tot en met 4 februari 2018, althans in de periode van januari 2017 tot en met 12 april 2021,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten (in elk geval), de minderjarige persoon die gebruik maakt van de navolgende personalia,
1. [getuige 16] (v), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 23] ), en/of
althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen,
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2) Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot
aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door
die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf óp het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of stokken en/of andere voorwerpen, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of fiberglas en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele)(dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben, en/of
- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 9 - ZAAKSDOSSIER 007 / aankomst 12-03-2018 Pozzallohij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van november 2016 tot en met 12 maart 2018, althans in de periode van november 2016 tot en met 12 januari 2022,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten (in elk geval), de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een of meer kind(eren) /minderjarige( [getuige 1] )),
1. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige [nummer 28] ), en/of
2. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige [nummer 29] ), en/of
3. [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige [nummer 27] ), en/of
4. [getuige 1] (V), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 30] ), en/of
5. [getuige 15] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1996 (getuige [nummer 26] ), en/of
6. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2003 (getuige [nummer 31] ), en/of
7. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 32] ), en/of
althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen,
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2) Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot
aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, te weten door (onder meer):
x. het slaan van een of meerdere migranten, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen, waarin al dan niet een stuk metaal in (water/tuin)slang zit en/of andere voorwerpen, en/of
x. het druppelen van gesmolten plastic over de blote rug van een persoon genaamd S, en/of
x. het ondersteboven ophangen van voornoemde [getuige 13] met zijn handen op zijn rug en benen bij elkaar gebonden en/of daarbij al dan niet met een stok werd geslagen en/of met water werd overgoten, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 13] littekens op zijn armen en/of benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonderkapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 10 — ZAAKSDOSSIER 009 / aankomst 14 mei 2018 Augustahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2017 tot en met 14 mei 2018, althans in de periode van januari 2017 tot en met 19 november 2020,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten (in elk geval), de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een of meer kind(eren) /minderjarige( n )),
1. [getuige 7] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1991 (getuige [nummer 33] ), en/of
2. [getuige 11] (v), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige), en/of
3. [getuige 3] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1999 (getuige [nummer 34] ), en/of
4. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1996 (getuige [nummer 35] ), en/of
5. [getuige 12] (v), geboren op [geboortedatum] 1999 (getuige [nummer 36] ), en/of
althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen,
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2) Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot
aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s) / stuurman(nen) / begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, te weten door (onder meer):
x. het slaan van een of meerdere migranten, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen, waarin al dan niet een stuk metaal in (water/tuin)slang zit en/of andere voorwerpen, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 7] blijvend letsel aan zijn hand(en) heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of
- voornoemde [getuige 8] open wonden en/of ontvelde huid heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerdere) kleine rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of
en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 11 — ZAAKSDOSSIER 013 / financieelhij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 juli 2018 in Nederland en in Libië en/of Soedan en/of Eritrea,
tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,
(telkens) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,
althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen immers heeft hij, verdachte (telkens) (een) voorwerp(en), te weten
- een of meerdere contante geldbedragen zoals verwoord in zaaksdossier 13 / pagina 471 / tabel 2 betalingen voor migranten aan [verdachte] die blijken uit ZD-001 t / m ZD-012,
tot een totaal van ongeveer 76.600 dollar althans enig geldbedrag, althans enig goed, verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of
van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere contante geldbedragen zoals verwoord in zaaksdossier 13 / pagina 471 / tabel 2 betalingen voor migranten aan [verdachte] die blijken uit ZD-001 t / m ZD-012, tot een totaal van ongeveer 76.600 dollar, gebruik gemaakt en/of
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of
verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie dit/deze voorwerp(en) voorhanden had,
terwijl hij/zij wist dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/ waren uit enig misdrijf.
subsidiair schuldwitwassen
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 juli 2018 in Nederland en in Libië en/of Soedan en/of Eritrea,
tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,
(telkens) zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen, immers heeft hij, verdachte (telkens) (een) voorwerp(en), te weten:
- een of meerdere contante geldbedragen zoals verwoord in zaaksdossier 13 / pagina 471 / tabel 2 betalingen voor migranten aan [verdachte] die blijken uit ZD-001 t / m ZD-012, tot een totaalbedrag van 76.600 dollar althans enig geldbedrag, althans enig goed, verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere contante geldbedragen zoals verwoord in zaaksdossier 13 / pagina 471 / tabel 2 betalingen voor migranten aan [verdachte] die blijken uit ZD-001 t / m ZD-012, tot een totaal van ongeveer 76.600 dollar), gebruik gemaakt
en/of
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of
verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie dit/deze voorwerp(en) voorhanden had, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -(mede) afkomstig was/ waren uit enig misdrijf.
Bijlage II – de tenlastelegging na de beslissingen op de voorvragen
Feit 1 - criminele organisatiehij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 juli 2018,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten medeverdachte [medeverdachte 1] en/of medeverdachte [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] en/of medeverdachte [medeverdachte 5] en/of medeverdachte [medeverdachte 6] en/of medeverdachte [medeverdachte 7] en/of medeverdachte [medeverdachte 8] en/of medeverdachte [medeverdachte 9] en/of medeverdachte [medeverdachte 10] en/of
een of meer (onbekend gebleven) (andere) persoon/personen,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk telkens het plegen van
- mensensmokkel, als bedoeld in artikel 197a, lid 1, lid 4, lid 5 en lid 6, van het Wetboek van Strafrecht, met betrekking tot migranten uit Afrika via de Middellandse Zeeroute vanuit Libië naar Europa, terwijl verdachte( n ) daarvan een beroep en/of gewoonte van maken en/of met zwaar lichamelijk letsel als gevolg of daarvan levensgevaar te duchten is en/of de dood ten gevolge heeft, en/of
- afpersing, als bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht, namelijk de familie van voornoemde persoon/personen, althans een ander, dwingen door geweld of bedreiging met geweld tot de afgifte van een geldbedrag, met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
terwijl hij, verdachte, leider en/of oprichter en/of bestuurder van voormelde organisatie is/was/is geweest;
Feit 2 - ZAAKDOSSIER 003 / aankomst 12-12-2017 Augustahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2017 tot en met 12 december 2017, althans de periode van 1 augustus 2017 tot en met 9 maart 2022,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),
1. [getuige 11] (v), geboren op [geboortedatum] 1984 (getuige [nummer 8] ), en/of
2. [getuige 12] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1982 (getuige [nummer 9] ), en/of
3. [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 10] ), en/of
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of (een) stok(ken), en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 2] littekens aan zijn benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of
- voornoemde [getuige 2] voor enige tijd verlamd is geweest aan zijn rechterhand ten gevolge van de mishandelingen, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn of lek raken tijdens de overtocht en/of
- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben,
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 3 - ZAAKDOSSIER 004 / aankomst 28-12-2017 Augustahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 28 december 2017, althans in de periode van 1 mei 2017 tot en met 31 januari 2022,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),
1. [getuige 5] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 5] ), en/of
2. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1991 (getuige [nummer 12] ) en/of
3. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 13] ), en/of
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of elektriciteit en/of zweep en/of andere voorwerpen, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- er geen tot weinig voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of
- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 4 - ZAAKDOSSIER 004 / afpersing [getuige 6]hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 28 december 2017,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[getuige 5] en/of diens zus [getuige 6] en/of een of meer (andere) familieleden en/of vrienden en/of kennissen van die [getuige 5] heeft gedwongen tot de afgifte van (in totaal) 9.000,- US dollar, althans 8.000, US dollar-, althans (tweemaal) 4.000, US dollar-, althans een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [getuige 6] en/of een of meer (andere) familieleden en/of vrienden en/of kennissen, in elk geval aan een derde toebehoorde( n ),
door
- die [getuige 5] vanuit Libië te laten bellen met zijn in Nederland woonachtige zus [getuige 6] en/of (andere) familieleden, en/of
- die [getuige 5] ten tijde van dat/die telefoongesprek(ken) te slaan en/of te martelen en/of te mishandelen, waarbij die [getuige 5] schreeuwde van de pijn en/of angst, en/of
- waarbij die [getuige 5] schreeuwde, en/of
- die I te bedreigen met de dood, als zijn familie en/of vrienden en/of kennissen niet (snel genoeg) een of meer geldbedrag(en) zou(den) betalen;
Feit 5 - ZAAKSDOSSIER 008 / aankomst 24-04-2018 Messinahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 24 april 2018, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 21 juli 2021,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),
l . [getuige 14] (v), geboren op [geboortedatum] 2000 (getuige [nummer 14] ), en/of
2. [getuige 7] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1994 (getuige [nummer 7] ), en/of
3. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1994 (getuige [nummer 15] ), en/of
4. [getuige 12] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1990 (getuige [nummer 16] ), en/of
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot
aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of andere voorwerpen, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 11] littekens aan zijn handen en/of bovenbenen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of
- voornoemde [getuige 4] open wonden en/of ontvelde huid heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 6 - ZAAKDOSSIER 005 / afpersing [naam 25]hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 24 april 2018,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 25] en/of diens broer en/of een of meer (andere) familieleden en/of vrienden en/of kennissen van die [naam 25] heeft gedwongen tot de afgifte van (in totaal) € 1.700,-, althans een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [naam 25] en/of een of meer (andere) familieleden en/of vrienden en/of kennissen, in elk geval aan een derde toebehoorde( n ),
door
- die [naam 25] vanuit Libië te laten bellen met zijn in Nederland woonachtige broer en/of (andere) familieleden, en/of
- die [naam 25] ten tijde van dat/die telefoongesprek(ken) te slaan en/of te martelen en/of te mishandelen, waarbij die [naam 25] schreeuwde van de pijn en/of angst, en/of
- waarbij die [naam 25] schreeuwde, en/of
- die [naam 25] te bedreigen met de dood, als zijn familie en/of vrienden en/of kennissen niet (snel genoeg) een of meer geldbedrag(en) zou(den) betalen;
Feit 7 - ZAAKDOSSIER 001 / aankomst 01-08-2015 Lampedusahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van april 2015 tot en met 1 augustus 2015, althans de periode van april 2015 tot en met 27 januari 2022,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia,
1. [getuige 12] (v), geboren op [geboortedatum] 1992 (getuige [nummer 19] ), en/of
2. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1991 (getuige [nummer 20] ), en/of
3. [getuige 15] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1989 (getuige [nummer 21] ), en/of
4. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 22] ), en/of
5. [getuige 1] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 1] ), en/of
6. [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (procesverbaalnr 3627), en/of
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of stokken en/of andere (scherpe) voorwerpen,
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 13] een bloedende hoofdwond heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen en/of blijvende littekens op zijn achterhoofd en/of kuit, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerdere) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn of lek raken tijdens de overtocht en/of
- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben, en/of
- er geen voedsel en/of drinkwater op de bo(o) t (en) aanwezig is, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 8 - ZAAKSDOSSIER 006 / aankomst 04-02-2018 Messinahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2017 tot en met 4 februari 2018, althans in de periode van januari 2017 tot en met 12 april 2021,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten, de minderjarige persoon die gebruik maakt van de navolgende personalia,
1. [getuige 16] (v), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 23] ), en/of
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot
aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door
die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf óp het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of stokken en/of andere voorwerpen, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of fiberglas en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele)(dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben, en/of
- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 9 - ZAAKSDOSSIER 007 / aankomst 12-03-2018 Pozzallohij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van november 2016 tot en met 12 maart 2018, althans in de periode van november 2016 tot en met 12 januari 2022,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een of meer kind(eren) /minderjarige( n )),
1. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige [nummer 28] ), en/of
2. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige [nummer 29] ), en/of
3. [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige [nummer 27] ), en/of
4. [getuige 1] (V), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 30] ), en/of
5. [getuige 15] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1996 (getuige [nummer 26] ), en/of
6. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2003 (getuige [nummer 31] ), en/of
7. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 32] ), en/of
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot
aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, te weten door (onder meer):
x. het slaan van een of meerdere migranten, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen, waarin al dan niet een stuk metaal in (water/tuin)slang zit en/of andere voorwerpen, en/of
x. het druppelen van gesmolten plastic over de blote rug van een persoon genaamd S, en/of
x. het ondersteboven ophangen van voornoemde [getuige 13] met zijn handen op zijn rug en benen bij elkaar gebonden en/of daarbij al dan niet met een stok werd geslagen en/of met water werd overgoten, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 13] littekens op zijn armen en/of benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of
- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonderkapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of
- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4);
Feit 10 — ZAAKSDOSSIER 009 / aankomst 14 mei 2018 Augustahij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2017 tot en met 14 mei 2018, althans in de periode van januari 2017 tot en met 19 november 2020,
te Nederland en te Italië en te Libië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens)
een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een of meer kind(eren) /minderjarige( n )),
1. [getuige 7] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1991 (getuige [nummer 33] ), en/of
2. [getuige 11] (v), geboren op [geboortedatum] 2001 (getuige), en/of
3. [getuige 3] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1999 (getuige [nummer 34] ), en/of
4. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1996 (getuige [nummer 35] ), en/of
5. [getuige 12] (v), geboren op [geboortedatum] 1999 (getuige [nummer 36] ), en/of
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of
Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot
aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/of
voornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,
- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of
- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of
- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s) / stuurman(nen) / begeleider(s), en/of
- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of
- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,
althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,
terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of
terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat
(verblijf op het kamp)
- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, te weten door (onder meer):
x. het slaan van een of meerdere migranten, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen, waarin al dan niet een stuk metaal in (water/tuin)slang zit en/of andere voorwerpen, en/of
- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of
(letsel)
- voornoemde [getuige 7] blijvend letsel aan zijn hand(en) heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of
- voornoemde [getuige 8] open wonden en/of ontvelde huid heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen, en/of
(zeereis)
- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerdere) kleine rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of
- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of
- er onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of
en/of
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4).

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van onderzoek 27Pearce met onderzoeksnummer 27FBH170002, opgemaakt door de Koninklijke Marechaussee, verdeeld onder verschillende ( E -)mappen waarin zich de documenten van het dossier bevinden. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
2.PHR 18 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:413 (concl. [naam 26] ) en HR 2 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6328,
3.PHR 27 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:261 (concl. [naam 27] ) en PHR 18 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:413 (concl. [naam 26] ) en HR 7 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:AB9821,
5.Zie hoofdstuk 5.4.2. voor de nadere uitwerking van de verklaringen van de migranten.
6.Het proces-verbaal van verhoor getuige 79 door de rechter-commissaris d . d . 23 oktober 2025, pagina 10.
7.Map E .13, document 7, pagina 6430.
8.Het proces-verbaal van verhoor getuige 78 door de rechter-commissaris d . d . 15 mei 2024, pagina 8.
9.Dit betreffen de getuigen [getuigen] .
10.Het proces-verbaal van verhoor getuige 45 door de rechter-commissaris d . d . 20 maart 2024, pagina 8 en 9.
11.Map E .08, document 9, pagina 4079 en 4080.
12.Map E .11, document 13, pagina 5495 en 5496.
13.Proces-verbaal van verhoor getuige [nummer 17] , proces-verbaalnummer 202311080930.27288990.GET, pagina 2, 4.
16.HR 14 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1559, r.o. 2.5.
17.Map E .48, document 24, pagina 21207 en map E .29, document 15 (AMB-486A), pagina 1 t / m 3 en AMB-486 (bijlage bij map E .29, document 15 pagina 9 t / m 16).
18.Map E .24, document 5, pagina 11517.
19.Map E .48, document 15, pagina 21024 t / m 21026.
20.Map E .23, document 4, pagina 11013 t / m 11014 en map E .23, document 6 pagina 11065 t / m 11070 en map E .23, document 7, pagina 11182.
21.Map E .33, document 1, pagina 15571 t / m 15576.
22.Map E .33, document 1, pagina 15580.
23.Map E .26, document 2, pagina 12326.
24.Map E .35, document 5, inclusief bijlagen.
25.Map E .26, document 2, pagina 12325 t / m 12334.
26.Map E .35, document 5, pagina 16195 t / m 16196.
27.Map E .24, document 5, pagina 11486 t / m 11562 en map E .29, document 3, pagina 13670 t / m 13688.
28.Map E .24, document 5, pagina 11486 t / m 11562 en map E .29, document 3, pagina 13670 t / m 13688.
29.Map E .32, document 20, pagina 15148.
30.Map E .36, document 14, pagina 16756.
31.Onder nummer S/201 8/812.
32.Map E .28, document 24, pagina 13656 t / m 13660.
33.Map E .31, document 3, pagina 14697 t / m 14721 en map E .31, document 4, pagina 14722 t / m 14735.
34.Map E .33, document 6, pagina 15678 t / m 15690 en map E .31, document 45 pagina 14736 t / m 14754.
35.Map E .31, document 20, pagina 15149.
36.Map E .36, document 2, pagina 16572.
37.HR 2 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474,
38.Map E .46, document 7, pagina 20292 t / m 20298.
39.Map E .33, document 10, pagina 15716.
40.Organisation Non Gouvernementale.
41.Map E .33, document 10, pagina 15714, 15715.
42.Map E .32, document 11, pagina 15102 t / m 15106.
43.Map E .15, document 3, pagina 7347.
44.Map E .18, document 7, pagina 8910, 8919.
45.Map E .14, document 14, pagina 7123 en 7127.
46.Map E .14, document 14, pagina 7114.
47.Map E .14, document 14, pagina 7117, 7118, 7120.
48.Map E .14, document 14, pagina 7135.
49.Map E .14, document 14, pagina 7121.
50.Map E .14, document 14, pagina 7128.
51.Waar in het dossier gesproken wordt over ‘dollar’ begrijpt de rechtbank dat dit ziet op United States Dollar (USD).
52.Map E .14, document 14, pagina 7123, 7124.
53.Map E .14, document 14, pagina 7126.
54.Map E .14, document 14, pagina 7123, 7124.
55.Map E .14, document 14, pagina 7127, 7128.
56.Map E .14, document 14, pagina 7133, 7136.
57.Map E .14, document 14, pagina 7137.
58.Map E .14, document 14, pagina 7138, 7139.
59.Map E .14, document 14, pagina 7140.
60.Map E .15, document 2, pagina 7323.
61.Map E .15, document 2, pagina 7323 en map E .15, document 3, pagina 7341.
62.Map E .32, document 11, pagina 15104.
63.Map E .15, document 2, pagina 7324, 7325, 7327.
64.Map E .15, document 3, pagina 7337, 7341.
65.Map E .15, document 3, pagina 7336.
66.Map E .15, document 2, pagina 7324 en Map E .15, document 3, pagina 7336.
67.Map E .15, document 2, pagina 7328, 7329.
68.Map E .15, document 3, pagina 7342, 7343.
69.Map E .18, document 6, pagina 8876.
70.Map E .32, document 11, pagina 15104.
71.Map E .18, document 6, pagina 8876.
72.Map E .18, document 6, pagina 8880 t / m 8882.
73.Map E .18, document 6, pagina 8881, 8882.
74.Map E .18, document 6, pagina 8881.
75.Map E .18, document 6, pagina 8883.
76.Map E .18, document 7, pagina 8961.
77.Map E .18, document 6, pagina 8884.
78.Map E .18, document 7, pagina 8955, 8957.
79.Map E .18, document 7, pagina 8957, 8958.
80.Map E .18, document 6, pagina 8880, 8881.
81.Map E .18, document 7, pagina 8957.
82.Map E .18, document 7, pagina 8960.
83.Map E .18, document 7, pagina 8961.
84.Map E .18, document 7, pagina 8962.
85.Map E .18, document 7, pagina 8962, 8963.
86.Map E .18, document 7, pagina 8963, 8964
87.Map E .18, document 7, pagina 8965.
88.Map E .18, document 12, pagina 9051.
89.Uit openbare bronnen blijkt dat de wisselkoers (per 1 augustus 2018) van de Eritrese Nakfa naar USD 0.067 bedroeg. Naar omrekening volgens die wisselkoers zou het overgemaakte bedrag $5.025,00 betreffen.
90.Map E .18, document 12, pagina 9045, 9046, 9050.
91.Naar omrekening volgens die wisselkoers zou het overgemaakte bedrag $11.390,00 of $12. 060 ,00 betreffen.
92.Map E .18, document 12, pagina 9051, 9052.
93.Map E .30, document 19, pagina 14537 t / m 14569.
94.Map E .30, document 19, pagina 14535.
95.Map E .30, document 19, pagina 14534 t / m 14536 en map E .33, document 9, pagina 15709 t / m 15711 en map E .15.14, pagina 7638 en map E .17.02, pagina 8381.
96.Het proces-verbaal van verhoor getuige op 20 maart 2024, pagina 7 en Map E .12, pagina 6147.
97.Map E .30, document 9, pagina 14345 t / m 14349.
98.Map E .08, document 8, pagina 4037, 4084 en 4085.
99.Map E .15, document 17, pagina 7772, 7792, 7793.
100.Map E .17, document 5, pagina 8439, 8440 en 8470.
101.Map E .08, document 4, pagina 3998.
102.Map E .08, document 4, pagina 3992.
103.Het schriftelijk bescheid: registratie GBA-V, pagina 5.
104.Map E .08, document 4, pagina 3992 t / m 3996, 3998.
105.Map E .08, document 5, pagina 4011 t / m 4013, 4018, 4019, 4025, 4026, 4028 en 4030.
106.Map E .08, document 5, pagina 4026, 4027, 4034, 4036.
107.Map E .08, document 4, pagina 3996.
108.Map E .08, document 5, pagina 4037 t / m 4039.
109.Map E .08, document 5, pagina 4042 t / m 4046, 4050.
110.Map E .08, document 4, pagina 3998, 3999.
111.Het proces-verbaal van verhoor getuige [nummer 37] door de rechter-commissaris d . d . 20 maart 2024, pagina 8 en 9.
112.Map E .08, document 8, pagina 4076, 4077 en 4079.
113.Map E .08, document 8, pagina 4079, 4080 en 4081.
114.Map E .15, document 14, pagina 7642.
115.Het proces-verbaal van verhoor getuige op 17 mei 2024, pagina 3, 6.
116.Map E .15, document 14, pagina 7645, 7646 en 7648.
117.Map E .15, document 14, pagina 7645 t / m 7648.
118.Map E .15, document 14, pagina 7646 en 7647.
119.Map E .15, document 14, pagina 7652 t / m 7654.,
120.Map E .15, document 14, pagina 7654 t / m 7655.
121.Map E .15, document 14, pagina 7656.
122.Map E .15, document 16, pagina 7703.
123.Map E .15, document 16, pagina 7705, 7708.
124.Map E .15, document 16, pagina 7709, 7710, 7712, 7713.
125.Map E .15, document 16, pagina 7714
126.Map E .17, document 3, pagina 8417.
127.Het proces-verbaal van verhoor getuige op 23 oktober 2024, pagina 3.
128.Map E .17, document 2, pagina 8391, 8392, 8395, 8396.
129.Map E .17, document 2, pagina 8399, 8400.
130.Map E .17, document 2, pagina 8396 t / m 8398, 8405.
131.Map E .17, document 3, pagina 8423.
132.Map E .17, document 2, pagina 8404,8405, 8406.
133.Map E .17, document 2, pagina 8396, 8398 t / m 8402.
134.Map E .17, document 2, pagina 8404, 8406.
135.Map E .17, document 3, pagina 8425, 8426.
136.Map E .17, document 3, pagina 8428 t / m 8430.
137.Map E .17, document 3, pagina 8430 t / m 8433.
138.Map E .32, document 9, pagina 15072.
139.Map E .32, document 9, pagina 15072 t / m 15073.
140.Map E .31, document 13, pagina 14819 t / m 14823.
141.Map E .09, document 5, pagina 4482 en 4485.
142.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 21 maart 2024, pagina 2.
143.Map E .09, document 4, pagina 4470 t / m 4471 en Map E .09, document 5, pagina 4485 en Map E .09, document 7, pagina 4519.
144.Map E .09, document 7, pagina 4518.
145.Map E .09, document 5, pagina 4484 t / m 4485.
146.Map E .09, document 5, pagina 4483.
147.Map E .09, document 7, pagina 4522.
148.Map E .09, document 5, pagina 4487 t / m 4488.
149.Map E .09, document 5, pagina 4483 t / m 4484.
150.Map E .09, document 6, pagina 4504 t / m 4505.
151.Map E .09, document 7, pagina 4520.
152.Map E .09, document 7, pagina 4528.
153.Map E .09, document 7, pagina 4528 t / m 4529.
154.Map E .09, document 7, pagina 4530 t / m 4531.
155.Map E .11, document 13, pagina 5494 en 5496.
156.Map E .11, document 13, pagina 5497.
157.Map E .11, document 13, pagina 5496.
158.Map E .11, document 14, pagina 5520.
159.Map E .11, document 14, pagina 5521.
160.Map E .11, document 14, pagina 5506 t / m 5508 en map E .11, document 14, pagina 5513.
161.Map E .11, document 14, pagina 5513.
162.Map E .11, document 14, pagina 5514 en 5519.
163.Map E .11, document 13, pagina 5496.
164.Map E .11, document 13, pagina 5496 en map E .11, document 14, pagina 5521 t / m 5522.
165.Map E .11, document 14, pagina 5525 t / m 5526.
166.Map E .11, document 14, pagina 5527.
167.Map E .11, document 13, pagina 5497 en map E .11, document 14, pagina 5528.
168.Map E .11, document 14, pagina 5515 t / m 5517.
169.Proces-verbaal van verhoor getuige [nummer 17] , documentcode [code] , proces-verbaalnummer 202311080930.27288990.GET, pagina 2 en 6.
170.Proces-verbaal van verhoor getuige [nummer 17] , documentcode [code] , proces-verbaalnummer 202311080930.27288990.GET, pagina 3, 4 en 6.
171.Map E .11, document 7, pagina 5414.
172.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 12 maart 2024, pagina 2.
173.Map E .11, document 7, pagina 5414 t / m 5415 en pagina 5420 en pagina 5423.
174.Map E .11, document 8, pagina 5445.
175.Map E .11, document 7, pagina 5416 t / m 5418.
176.Map E .11, document 7, pagina 5418 t / m 5419.
177.Map E .11, document 7, pagina 5420 t / m 5421.
178.Map E .11, document 7, pagina 5432.
179.Map E .11, document 7, pagina 5431 en pagina 5434 t / m 5436.
180.Map E .11, document 28, pagina 5700 en pagina 5708 t / m 5710.
181.Map E .11, document 28, pagina 5708 t / m 5711.
182.Map E .10, document 09, pagina 4932 en map E .10, document 10, pagina 4944.
183.Map E .10, document 09, pagina 4924.
184.Het schriftelijk bescheid: registratie GBA-V, pagina 11.
185.Map E .10, document 10, pagina 4951 t / m 4952.
186.Map E .10, document 10, pagina 4954.
187.Map E .10, document 11, pagina 4986 t / m 4987.
188.Map E .10, document 09, pagina 4928 en map E .10, document 10, pagina 4951 en pagina 4955 en map E .10, document 11, pagina 4994.
189.Map E .10, document 10, pagina 4953 en 4965.
190.Map E .10, document 10, pagina 4959 t / m 4963.
191.Map E .10, document 09, pagina 4929.
192.Map E .35, document 10, pagina 16300.
193.Map E .36, document 26, pagina 16829 t / m 16830.
194.Map E .15, document 10, pagina 7513.
195.Map E .15, document 8, pagina 7423 en map E .15, document 9, pagina 7437 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 22 januari 2025, pagina 4.
196.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 9 januari 2025, pagina 2.
197.Map E .15, document 9, pagina 7431 t / m 7432 en pagina 7442.
198.Map E .15, document 9, pagina 7435 t / m 7536.
199.Map E .15, document 9, pagina 7437 t / m 7439.
200.Map E .15, document 10, pagina 7447.
201.Map E .15, document 10, pagina 7448 t / m 7452.
202.Map E .16, document 2, pagina 7811 en 7814.
203.Map E .16, document 2, pagina 7866.
204.Map E .16, document 1, pagina 7806.
205.Map E .16, document 2, pagina 7818 en pagina 7822 t / m 7824.
206.Map E .16, document 1, pagina 7807 en map E .16, document 2, pagina 7811.
207.Map E .16, document 2, pagina 7818.
208.Map E .16, document 2, pagina 7811 en 7819.
209.Map E .16, document 3, pagina 7833.
210.Map E .16, document 2, pagina 7818.
211.Map E .16, document 3, pagina 7835 t / m 7837.
212.Map E .16, document 1, pagina 7806 t / m 7808 en map E .16, document 2, pagina 7823.
213.Map E .16, document 16, pagina 8141 en 8145 en Map E16, document 17, pagina 8124 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 22 januari 2025, pagina 4.
214.Map E .16, document 16, pagina 8148 t / m 8149.
215.Map E .16, document 16, pagina 8146 t / m 8147.
216.Map E .16, document 17, pagina 8154 t / m 8155.
217.Map E .16, document 16, pagina 8147 t / m 8148 en map E .16, document 17, pagina 8154 t / m 8158.
218.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 22 januari 2025, pagina 4.
219.Map E .16, document 19, pagina 8226.
220.Map E .16, document 19, pagina 8221.
221.Map E .16, document 20, pagina 8237.
222.Map E .16, document 20, pagina 8244.
223.Map E .16, document 19, pagina 8224 t / m 8225.
224.Map E .16, document 20, pagina 8242.
225.Map E .16, document 19, pagina 8224 t / m 8225.
226.Map E .16, document 19, pagina 8226 en 8228 en map E .16, document 20, pagina 8245 t / m 8246.
227.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 26 maart 2024, pagina 6.
228.Map E .17, document 6, pagina 8547 en 8551.
229.Map E .17, document 6, pagina 8545 t / m 8546 en map E .17, document 7, pagina 8565.
230.Map E .17, document 6, pagina 8558.
231.Map E .17, document 7, pagina 8565.
232.Map E .17, document 6, pagina 8549.
233.Map E .17, document 6, pagina 8554 t / m 8556.
234.Map E .17, document 6, pagina 8556 en 8558.
235.Map E .17, document 7, pagina 8578.
236.Map E .17, document 6, pagina 8553 en pagina 8571 t / m 8572.
237.Map E .17, document 7, pagina 8574.
238.Map E .17, document 7, pagina 8570.
239.Map E .17, document 7, pagina 8572 t / m 8573.
240.Map E .17, document 6, pagina 8545 t / m 8546 en 8548.
241.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 28 maart 2024, pagina 7.
242.Proces-verbaal van verhoor getuige, proces-verbaalnummer 3627, documentcode Verh, pagina 3 en 8 Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 16 september 2025, pagina 4.
243.Het schriftelijk bescheid: registratie GBA-V, pagina 24 en 25.
244.Proces-verbaal van verhoor getuige, proces-verbaalnummer 3627, documentcode Verh, pagina 6 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 16 september 2025, pagina 6.
245.Proces-verbaal van verhoor getuige, proces-verbaalnummer 3627, documentcode Verh, pagina 6 t / m 7 en 9 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 16 september 2025, pagina 9 en 12.
246.Proces-verbaal van verhoor getuige, proces-verbaalnummer 3627, documentcode Verh, pagina 10.
247.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 16 september 2025, pagina 3.
248.Proces-verbaal van verhoor getuige, proces-verbaalnummer 3627, documentcode Verh, pagina 10.
249.Proces-verbaal van verhoor getuige, proces-verbaalnummer 3627, documentcode Verh, pagina 8 t / m 9 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 16 september 2025, pagina 3 t / m 4.
250.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 16 september 2025, pagina 5.
251.Proces-verbaal van verhoor getuige, proces-verbaalnummer 3627, documentcode Verh, pagina 10.
252.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 16 september 2025, pagina 6.
253.Map E .33, document 11, pagina 15730 t / m 15736.
254.Map E .33, document 11, pagina 15727, 15728, 15731, 15733.
255.Map E .31, document 18, pagina 14898 t / m 14900.
256.Map E .11, document 20, pagina 5617, 5618, 5651, 5652.
257.Map E .11, document 19, pagina 5581.
258.Map E .32, document 5, pagina 15004.
259.Map E .11, document 19, pagina 5606, 5607.
260.Map E .11, document 19, pagina 5607, 5608, 5610.
261.Map E .11, document 20, pagina 5628, 5629
262.Map E .11, document 19, pagina 5608, 5610.
263.Map E .11, document 20, pagina 5640.
264.Map E .11, document 19, pagina 5611.
265.Map E .11, document 19, pagina 5612.
266.Map E .11, document 19, pagina 5630.
267.Map E .11, document 20, pagina 5623.
268.Map E .11, document 20, pagina 5631, 5632.
269.Map E .11, document 20, pagina 5633, 5636.
270.Map E .11, document 20, pagina 5634.
271.Map E .11, document 20, pagina 5636, 5637.
272.Map E .11, document 20, pagina 5634.
273.Map E .11, document 20, pagina 5642.
274.Map E .11, document 20, pagina 5644.
275.Map E .11, document 20, pagina 5645.
276.Map E .11, document 20, pagina 5646, 5647.
277.Map E .11, document 20, pagina 5647, 5648, 5649, 5651.
278.Map E .11, document 20, pagina 5650, 5651.
279.Map E .31, document 18, pagina 14898 t / m 14900.
280.Map E .12, document 13, pagina 6206, 6208.
281.Map E .12, document 13, pagina 6209.
282.Map E .12, document 13, pagina 6212.
283.Map E .12, document 13, pagina 6206.
284.Map E .12, document 13, pagina 6247, 6248, 6251, 6252
285.Map E .12, document 13, pagina 6206, 6207.
286.Het proces-verbaal van verhoor getuige op 27 mei 2025, pagina 3, 4, 6.
287.Het proces-verbaal van verhoor getuige op 27 mei 2025, pagina 7.
288.Map E .31, document 18, pagina 14898 t / m 14900.
289.Map E .11, document 30, pagina 5723, 5731 en map E .11, document 31, pagina 5749.
290.Map E .11, document 31, pagina 5762.
291.Map E .11, document 31, pagina 5749.
292.Map E .11, document 31, pagina 5755.
293.Map E .11, document 30, pagina 5731.
294.Map E .11, document 31, pagina 5761, 5762.
295.Map E .11, document 30, pagina 5731.
296.Map E .30, document 18, pagina 14529 t / m 14531 en map E .32, document 18, pagina 15131 t / m 15140.
297.Map E .27, document 18, pagina 13187 t / m 13196.
298.Map E .30, document 18, pagina 14530 t / m 14531 en map E .35, document 25, pagina 16532 t / m 16533 en map E .35, document 26, pagina 16534 t / m 16535.
299.Map E .12, document 11, pagina 5976 en 5990 en map E .27, document 15, pagina 13119 en loopproces-verbaal zaaksdossier 007 pagina 21.
300.Map E .12, document 7, pagina 5875 en 5877, map E .12, document 8, pagina 5908 en map E .12, document 10, pagina 5950.
301.Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 14 maart 2024, pagina 3, 8 en 11.
302.Map E .12, document 10, pagina 5943.
303.Map E .12, document 6, pagina 5904.
304.Het schriftelijk bescheid: registratie GBA-V, pagina 34.
305.Map E .12, document 8, pagina 5911 t / m 5913 en map E .12, document 9, pagina 5924.
306.Map E .12, document 7, pagina 5884.
307.Map E .12, document 10, pagina 5952.
308.Map E .12, document 9, pagina 5926 t / m 5929.
309.Map E .12, document 9, pagina 5931.
310.Map E .12, document 8, pagina 5911 t / m 5913 en map E .12, document 9, pagina 5924.
311.Map E .12, document 11, fotomap pagina 6162 t / m 6168.
312.Map E .12, document 8, pagina 5914 en 5917 t / m 5918 en map E .12, document 11, pagina 5965 en pagina 5982.
313.Map E .12, document 8, pagina 5916.
314.Map E .12, document 7, pagina 5894 t / m 5896 en map E .12, document 9, pagina 5942.
315.Map E .12, document 8, pagina 5919.
316.Map E .12, document 7, pagina 5891.
317.Map E .12, document 11, pagina 5965.
318.Map E .12, document 11, pagina 5967 t / m 5970.
319.Map E .14, document 18, pagina 7167 t / m 7168 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 18 maart 2024, pagina 4.
320.Map E .14, document 18, pagina 7166 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 18 maart 2024, pagina 3.
321.Map E .14, document 18, pagina 7166 t / m 7169.
322.Map E .14, document 18, pagina 7170.
323.Map E .14, document 18, pagina 7170.
324.Map E .10, document 18, pagina 5227.
325.Map E .10, document 18, pagina 5230 t / m 5235.
326.HR 7 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1001,
329.HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1455.
330.HR 26 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1303.
331.Zie onder meer: map E .18, document 7, pagina 8962 en map E .17, document 6, pagina 8556 en 8558.
332.Zie onder meer: map E .18, document 6, pagina 8876 en map E .11, document 19, pagina 5608, 5610 en map E .15, document 2, pagina 7324, 7325, 7327.
333.Zie onder meer map E .15, document 16, pagina 7714 en map E .17, document 3, pagina 8430 t / m 8433 en map E .17, document 6, pagina 8554 t / m 8556 en 8558.
334.Dit betreffen de getuigen [getuigen] .
335.Zie onder meer: map E .08, document 5, pagina 4011 t / m 4013, 4018, 4019, 4025, 4026, 4028, 4030 en map E .17, document 2, pagina 8399, 8400 en map E .11, document 19, pagina 5611.
336.Zie onder meer: map E .15, document 3, pagina 7337, 7341 en map E .11, document 20, pagina 5644 en map E .12, document 10, pagina 5952.
337.Zie onder meer: map E .15, document 3, pagina 7337, 7341 en map E .17, document 2, pagina 8399, 8400 en map E .12, document 9, pagina 5926 t / m 5929 en 5931.
338.HR 17 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG1653,
339.Map E .36, document 2, pagina 16567 t / m 16584.
340.HR 27 maart 1933, ECLI:NL:HR:1933:47,
341.Map E .08, document 9, pagina 4079, 4080.
342.Zie onderdeel 3.3.2. van het onderhavige vonnis voor het reeds uiteengezette oordeel hieromtrent.
343.Het proces-verbaal van verhoor getuige 45 door de rechter-commissaris d . d . 20 maart 2024, pagina 8 en 9.
344.HR 4 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:181 vgl. HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576 ([naam 28]).
345.HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:378.
346.HR 16 oktober 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1248.
347.Zie ook paragraaf 5.4.1. van dit vonnis.
348.[medeverdachte 4] [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 10] .
349.Zie onder meer: map E .08, document 4, pagina 3992 t / m 3996, 3998 en map E .15, document 14, pagina 7645 t / m 7648 en map E .11, document 19, pagina 5611.
350.Zie onder meer: map E .17, document 2, pagina 8396 t / m 8398, 8423 en map E .12, document 7, pagina 5884.
351.Zie onder meer: map E .15, document 14, pagina 7645 t / m 7648 en map E .08, document 4, pagina 3992 t / m 3996, 3998 en map E .14, document 14, pagina 7126 en map E .18, document 6, pagina 8880 t / m 8882.
352.Zie onder meer: map E .15, document 14, pagina 7652 t / m 7654.
353.Zie onder meer: map E .18, document 7, pagina 8962 en map E .17, document 6, pagina 8556 en 8558.
354.Zie onder meer: map E .18, document 6, pagina 8876 en map E .11, document 19, pagina 5608, 5610 en map E .15, document 2, pagina 7324, 7325, 7327.
355.EG-verordening nr. 864/2007 van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen, PbEU 2007 L 199.
356.Deskundigenrapport [naam 24] en [naam 23] , pagina 3
357.Hooggerechtshof, Civiele Cassatie, Beroep No 184/44, zitting van 30 april 2002.
358.Hooggerechtshof, Civiele Cassatie, Beroep No 9/34, zitting van 18 januari 1988.
359.Hooggerechtshof, Strafrecht Cassatie, Beroep no. 366/41, zitting van 11 januari 1995.
360.H .01.19, pagina 2 (dagkoers zaaksdossier 1: dagkoers €1 = US $1,0967).
361.Map E .17, document 6, pagina 8554, 8555 en 8565.
362.Proces-verbaal van verhoor getuige, proces-verbaalnummer 3627, documentcode Verh, pagina 9.