ECLI:NL:HR:2010:BK6328
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlandse strafwet bij seksuele uitbuiting over landsgrenzen
De zaak betreft een verdachte die wordt vervolgd voor het dwingen en uitbuiten van een slachtoffer tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling, deels gepleegd in Nederland en deels in België. Het hof had geoordeeld dat de Nederlandse strafwet van toepassing is, ook op gedragingen buiten Nederland, en verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard voor het deel van de feiten gepleegd in België. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat op grond van artikel 2 Sr Pro vervolging in Nederland mogelijk is voor strafbare feiten die deels buiten Nederland zijn gepleegd, mits aan voorwaarden is voldaan.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze van 36 naar 34 maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan op 2 februari 2010 door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet op het strafbare feit deels gepleegd in België en vermindert de gevangenisstraf naar 34 maanden wegens termijnoverschrijding.