Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het hof heeft verder overwogen dat deze andere bewijsmiddelen voor de betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde oplichting, in onderlinge samenhang beschouwd, de verklaring van de getuige [medeverdachte 3] ondersteunen. Daarbij heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verklaring van [medeverdachte 3] over de rol van de verdachte als degene die valse stukken aanleverde, steun vindt in het onder (iii) genoemde tekstbericht. Kennelijk heeft het hof daarnaast de omstandigheid dat deze bewijsmiddelen de inhoud van de voor het bewijs gebruikte getuigenverklaringen van [medeverdachte 3] ondersteunen, in aanmerking genomen bij zijn onderzoek naar de betrouwbaarheid van die verklaringen.
Gelet op het vorenstaande getuigt het oordeel van het hof dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces, ook zonder dat er nog andere compenserende factoren waren, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk.
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
4 februari 2025.