Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Summary of product characteristics) dat ongeveer 10% van de toegediende dosis onveranderd wordt uitgescheiden in de urine. Het feit dat in de urine van [slachtoffer 1] geen sporen van succinylcholine zijn aangetroffen, levert derhalve een sterke aanwijzing op dat hij niet aan die stof is blootgesteld. De afwezigheid van succinylcholine in de urine maakt het zeer waarschijnlijk dat de aanwezigheid van succinylmonocholine op andere plaatsen in het lichaam van [slachtoffer 1] post mortem is ontstaan door micro-organismen.
)
De raadsman heeft betoogd dat de vastgestelde concentratie succinylcholine in de urine van [slachtoffer 2] duidt op een niet potentieel levensbedreigende dosering, die zijn dood kan verklaren. De raadsman heeft ter onderbouwing van zijn standpunt er op gewezen dat uit de productinformatie “Summery of product characteristics” blijkt dat ongeveer 10% van de toegediende dosis succinylcholine onveranderd wordt uitgescheiden in de urine en dat de aangetroffen hoeveelheid succinylcholine in de nog aanwezige urine van [slachtoffer 2] een aanzienlijk lagere concentratie betreft.
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het achtste middel
5.Beoordeling van de overige middelen
6.Beslissing
1 oktober 2019.