Uitspraak
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 5 november 2025;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie tevens houdende akte uitlaten producties in conventie.
3.De feiten
€ 1.156,82 aan fiscaal voordeel heeft genoten. De overeenkomsten zijn geëindigd met een restschuld van in totaal € 4.959,89 welk bedrag [partij A] aan Dexia heeft betaald.
4.Het geschil
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig jegens [partij A] heeft gehandeld en/of toerekenbaar is tekortgeschoten jegens [partij A] ;
- voor recht zal verklaren dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is om deze schade te vergoeden;
- Dexia zal veroordelen om de schade die [partij A] door het onrechtmatig handelen van Dexia heeft geleden, te vergoeden en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Dexia te voldoen al hetgeen [partij A] heeft betaald onder de overeenkomsten, vermeerderd met de wettelijke rente;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van [partij A] , vermeerderd met de wettelijke rente;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
- voor recht zal verklaren dat Dexia na betaling van € 3.306,59, te vermeerderen met de wettelijke rente, met betrekking tot de overeenkomsten met nummers [contractnummer 1] , [contractnummer 2] en [contractnummer 3] aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [partij A] is verschuldigd;
- [partij A] ex artikel 195 Rv Pro zal veroordelen om Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier althans van andere schriftelijke documenten waaraan de door Leaseproces, namens [partij A] , in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen zijn ontleend;
- [partij A] zowel in conventie als in reconventie zal veroordelen in de proceskosten.
- er is sprake van huurkoop;
- er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden, evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;
- Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;
- [partij A] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen;
- er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade van [partij A] en de onrechtmatige daad van Dexia.
Spaar Select B.V. (hierna: Spaar Select). Tussen partijen is niet in geschil dat deze tussenpersoon niet beschikte over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022, [3] heeft de Hoge Raad uitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR Pro 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR Pro 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenleaseovereenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven.
NLG 9.600,00 en een van NLG 4.800,00. Volgens [partij A] heeft de medewerker de aanvraag voor de overeenkomsten in orde gemaakt en zijn de uiteindelijke overeenkomsten op een later moment ondertekend.
- een kopie van de overeenkomst Allround Sparen van 3 september 1999 met nummer [contractnummer 1] op naam van [partij A] , vermelding van een leasesom van
- een kopie van de overeenkomst Allround Sparen van 3 september 1999 met nummer [contractnummer 3] op naam van [partij A] , vermelding van een leasesom van
- een kopie van de overeenkomst Allround Sparen van 3 september 1999 met nummer [contractnummer 2] op naam van [partij A] , vermelding van een leasesom van
€ 100,00(plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing)
6.De beslissing
€ 82,00;