Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
van € 100.000,00, € 35.000,00 en € 5.000,00;
feit 3:alleen of met anderen de Rabobank ‘ [naam 1] ’ heeft opgelicht dan wel
dat hij een bedrag van € 250.000,00 heeft verduisterd;
totaalbedrag van € 350.000,00 en/of [aangever 3] voor een bedrag van € 175.000,00 heeft opgelicht dan wel dat hij voornoemde bedragen heeft verduisterd;
geldbedragen, auto’s en onroerende goederen.
(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:
tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke perso(o)n(en) en/of [bedrijf 12] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 14] en/of
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van bovenomschreven voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n) wist(en), althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden, dat de/het bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (deels) afkomstig was/waren uit enig(e) (in het buitenland gepleegde) misdrij(f)(ven).
3.De voorvragen
€ 250.000 evenmin sprake is van witwassen. Zij heeft voor deze onderdelen ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. Voor de overige bedragen heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank als het gaat om het overdragen, gebruik maken of omzetten ervan.
[aangever 1]
[aangever 3]
€ 100.000,00 over naar een Duitse rekening van [medeverdachte 2] . [6]
€ 17.900,00 overgeboekt naar de Mastercard van [medeverdachte 2] . [7]
'never nooit had betaald'als hij dit van te voren had geweten. [33]
(€ 700.000,00 - € 376.042,00) werd besteed aan uitgaven en/of overboekingen van bedragen onder de € 5.000,00, zoals brandstof, levensmiddelen, computers, vluchten, hotels en verzekeringen. [52]
€ 200.001,00 zou worden aangewend ter verkrijging van patentrechten die in het bezit zijn van [bedrijf 8] . Over die patentrechten heeft een zekere [naam 11] (hierna: [naam 11] ) verklaard dat verdachte deed voorkomen alsof hij erover beschikte, maar [naam 11] heeft ze nooit gezien. Volgens [naam 11] bleek achteraf dat verdachte de patenten niet rechtmatig had. [58] Een zekere [naam 12] (hierna: [naam 12] ) heeft verklaard dat de zogenaamde patenten door meerdere partijen, onder wie verdachte, werden geclaimd, maar dat het alleen maar bedenksels bleken te zijn. Concreet was er niets, aldus [naam 12] . [59] Uit deze verklaringen blijkt dat [bedrijf 8] niet over patentrechten beschikte, wat verdachte als bestuurder van [bedrijf 8] ook moet hebben geweten. Ook omdat niet aannemelijk is geworden dat de door verdachte bedoelde patentrechten op naam van [bedrijf 8] zijn geregistreerd, noch dat verdachte bevoegd en in staat was om ter zake van die rechten gebruiksrechten te verlenen, stelt de rechtbank dan ook vast dat verdachte wist dat [bedrijf 8] geen patentrechten aan [bedrijf 9] zou kunnen leveren en dat hij [aangever 1] op dit punt een onjuiste voorstelling van zaken heeft voorgespiegeld.
€ 350.000,00 over. Aan [aangever 5] , [aangever 6] en [aangever 7] werd verteld dat de IT en de marketing van het project [project 1] zou worden ondergebracht in [bedrijf 14] . Blijkens een overeenkomst zou [bedrijf 5] , vertegenwoordigd door [aangever 5] , [aangever 6] en [aangever 7] , voor € 700.000,00 49% van de aandelen Class B in [bedrijf 14] krijgen. Vervolgens hebben [aangever 5] , [aangever 6] en [aangever 7] dit bedrag uit hun privévermogen betaald.
'bestaande de valsheid hierin dat opzettelijk – in strijd met de waarheid – op de kopie van die hiervoor genoemde banker's draft staat dat die door de HSBC Bank is uitgeschreven'in dienovereenkomstige zin en acht dit onderdeel aldus bewezen. De rechtbank stelt verder vast dat verdachte van de kopie van de cheque opzettelijk gebruik heeft gemaakt door deze te tonen aan de [bedrijf 7] waarmee hij de bank in het vooruitzicht heeft gesteld dat hij over het origineel van de banker’s draft kon beschikken en deze als zekerheid/onderpand voor de te verstrekken financiering van onroerend goed kon dienen.
(de rechtbank begrijpt: verdachte)een werkgeversverklaring krijgt net nadat hij aftreedt als bestuurslid of misschien zelfs wel tegelijkertijd. Ook merkt hij op dat zijn contact geen salarisberekening wil doen voor de stichting en dat ze daar dus een ander vriendje voor moeten inschakelen. Wel kan hij [medeverdachte 1] helpen aan een model arbeidscontract. [69] Op diezelfde dag schrijft [medeverdachte 1] een reactie aan [medeverdachte 3] , met verdachte als medegeadresseerde, inhoudende dat hij de problemen met de Rabobank voor [verdachte] heeft opgelost en dat het verkrijgen van een nieuwe hypotheek ‘een beetje over het randje’ is. Hij schrijft dat een arbeidsrelatie van wezenlijk belang is, dat er daadwerkelijk een contract moet zijn en dat er moet worden verloond. Ook merkt hij op dat de contractant moet verklaren dat zij niet voornemens is de relatie te beëindigen, maar dat na het afgegeven van de verklaring natuurlijk als gevolg van voortschrijdend inzicht kan worden besloten de relatie te verbreken. [70]
(de rechtbank begrijpt wederom: verdachte)die moet tekenen
voordathet arbeidscontract getekend wordt. [71] Naast de arbeidsovereenkomst is een niet ondertekende ontslagbrief van [verdachte] aangetroffen, die is
e-mailverkeer volgt dat mede op zijn instigatie de financiële hulp aan verdachte is bekokstoofd en dat hij zich ook actief heeft bemoeid met de constructie van het voortijdig indienen van ontslag. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom ook [medeverdachte 3] als medepleger van het opmaken van de valse arbeidsovereenkomst worden aangemerkt.
NJ1988/473).
€ 1.850,00 en MKD 40.300,00 [76] en verder op een geldbedrag van MKD 1.549.964,00 [77] op een bankrekening van [bedrijf 12] een bedrijf van verdachte. De rechtbank merkt op dat deze bedragen kennelijk onderdeel uitmaken van de gelden die afkomstig waren van de investeerders à € 1.548.780,02, zodat deze in zoverre een dubbeling in de tenlastelegging vormen en zelfstandige betekenis missen. Wel stelt de rechtbank vast dat in dit verband sprake is van het omzetten van geldbedragen in andere valuta, namelijk van euro's naar Macedonische denars.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
witwassen’. Van de verdachte wordt in beginsel een handeling gevergd die erop is gericht zijn criminele opbrengsten veilig te stellen. Indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat
onmiddellijkafkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan bijdragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, kan die gedraging niet als witwassen worden gekwalificeerd (vgl. Hoge Raad, 26 oktober 2010, NJ 2010, 655). Er moet in dergelijke gevallen sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft (vgl. Hoge Raad 8 januari 2013, LJN BX 4449). Eén en ander geldt ook indien het gaat om het verwerven van voorwerpen als gevolg van een door de verdachte zelf begaan misdrijf (vgl. Hoge Raad 18 juni 2013, NJ 2013, 453).
verworvenof
voorhandenheeft gehad, terwijl aannemelijk is dat die voorwerpen afkomstig zijn uit een door verdachte zelf begaan misdrijf (vgl. Hoge Raad 17 december 2013, NJ 2014, 75). In beginsel zijn deze regels niet van toepassing in zaken waarin bewezen wordt verklaard dat sprake is van het
overdragen,
gebruik makenof
omzettenvan voorwerpen die afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Daar staat tegenover dat niet valt uit te sluiten dat de omstandigheden waaronder sprake is van overdragen, gebruik maken of omzetten van voorwerpen die zijn verkregen uit een door verdachte zelf begaan misdrijf niet wezenlijk verschillen van de situatie waarin de verdachte voorwerpen uit een door hemzelf begaan misdrijf voorhanden heeft of verwerft. Ook in een dergelijk geval dient sprake te zijn van een gedraging die daadwerkelijk is gericht op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die voorwerpen om deze gedraging ook als witwassen te kunnen kwalificeren (vgl. Hoge Raad 25 maart 2014, NJ 2014, 303).
middellijkvan misdrijf afkomstig zijn. Immers, in de situatie waarin het gaat om voorwerpen die middellijk afkomstig zijn uit een door verdachte zelf begaan misdrijf zijn de hiervoor genoemde uitgangspunten niet van toepassing (vgl. Hoge Raad 25 maart 2014, NJ 2014, 302). De rechtbank zal het bewezen verklaarde daarom in zoverre als een gewoonte maken van witwassen kwalificeren.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
[bedrijf 18] B.V. is op haar beurt enig aandeelhouder van [bedrijf 1] B.V. De rechtbank concludeert op grond hiervan dan ook dat [bedrijf 18] B.V. en [bedrijf 1] B.V. in de vordering kunnen worden ontvangen. Dit geldt ook voor [aangever 1] in privé.
investeringen
geldbedragen van € 100.000,00, € 35.000,00, € 5.000,00 (feit 1), € 200.001,01 en
€ 100.000,00, € 35.000,00, € 5.000,00 en € 200.001,00. Verdachte is vrijgesproken voor het oplichten van [aangever 1] en/of [bedrijf 1] voor een bedrag van € 57.400,00. De rechtbank zal [aangever 1] voor wat betreft dit deel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
€ 35.000,00 dan ook vast dat [bedrijf 1] degene is die schade heeft geleden.
€ 100.000,00 en € 35.000,00 zijn betaald, stelt de rechtbank vast dat de € 5.000,00 ook door of namens [bedrijf 1] is voldaan en dat [bedrijf 1] dus wederom degene is die schade heeft geleden.
€ 135.000,00, toebehorende aan [aangever 1] , heeft verduisterd. Verdachte is daarom naar burgerlijk recht met [medeverdachte 2] hoofdelijk aansprakelijk voor de schade tot een bedrag van
overige posten
deelbetalingen
overige posten
€ 210.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2013.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
26 (zesentwintig) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende algemene voorwaarde niet is nagekomen dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
[aangever 1]van een bedrag van € 200.001,00 (feit 5), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2012, ;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 200.001,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2012, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
68 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[bedrijf 1] B.V.van een bedrag van € 135.000,00 (feit 1), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 december 2011, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 135.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 december 2011, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
46 dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[aangever 2]van een bedrag van € 350.000,00 (feit 6 primair), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 november 2012;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 350.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 november 2012, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
119 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[aangever 3]van een bedrag van € 175.000,00 (feit 6 primair), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 november 2012;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 175.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 november 2012, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
60 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[aangever 5]van een bedrag van € 210.000,00 (feit 7 primair), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2013;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 210.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2013, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
72 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[medeverdachte 3]in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[getuige]in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.