ECLI:NL:HR:2009:BF3286
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende motivering omtrent valsheid geschriften
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage betreffende valsheid in geschriften. De tenlastelegging betrof het valselijk opmaken van meerdere brieven voorzien van de naam en handtekening van een derde, met het oogmerk deze als echt te gebruiken.
De bewezenverklaring steunde op verklaringen van getuigen die stelden dat verdachte zich voordeed als de derde persoon en dat de handtekeningen niet van de derde waren. Tevens waren de brieven gericht aan diverse overheidsinstanties en bedrijven. De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de bewijsmiddelen niet zonder nadere motivering kon worden afgeleid dat deze brieven bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen zoals vereist onder art. 225 Sr Pro.
Daarmee ontbrak een essentiële motivering in de bewezenverklaring, waardoor deze niet aan de wettelijke eisen voldeed. De Hoge Raad vernietigde daarom de bewezenverklaring en de strafoplegging voor zover deze betrekking hadden op het onder 11 tenlastegelegde, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De bewezenverklaring en strafoplegging werden vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.