ECLI:NL:RBOBR:2026:267
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens ontbreken migrerend werknemerschap tijdens stage
Eiser, een EU-student zonder Nederlandse nationaliteit, vroeg studiefinanciering aan op grond van de Wsf 2000. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser niet als migrerend werknemer kon worden aangemerkt tijdens zijn stageperiode bij een bedrijf.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij reële en daadwerkelijke arbeid had verricht die verder ging dan een studieopdracht. De stageovereenkomst en verklaringen van het bedrijf waren onvoldoende concreet en vertoonden tegenstrijdigheden.
Eiser kon niet aantonen dat zijn werkzaamheden een economische meerwaarde hadden voor het bedrijf. Zijn mondelinge toelichting werd niet ondersteund door objectief bewijs. Het bewijsaanbod om aanvullende verklaringen te overleggen werd afgewezen wegens procesdoelmatigheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de studiefinanciering voor de periode september tot en met december 2024. Eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser geen migrerend werknemer is en wijst het beroep op studiefinanciering af.