ECLI:NL:RBOBR:2025:973
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning aan de [adres]
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1972 en betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €1.010.000. De heffingsambtenaar baseerde zijn waardering op een taxatierapport van oktober 2024, waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie vergelijkingsobjecten.
Eiser voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de staat van onderhoud, waaronder een gedateerde keuken en badkamer en een matig duurzaamheidsniveau. De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende feiten heeft gesteld en bewezen, maar dat de heffingsambtenaar deze omstandigheden inzichtelijk heeft verwerkt in de waardering.
De rechtbank constateert dat de woning is vergeleken met soortgelijke woningen en dat correcties zijn toegepast voor verschillen in toestand en duurzaamheid. Foto’s van de keuken en badkamer in het taxatierapport ondersteunen de beoordeling. De rechtbank wijst erop dat ontbrekende foto’s van gebreken bij een inpandige opname niet relevant zijn omdat hierover geen geschilpunt is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.010.000 wordt ongegrond verklaard.