ECLI:NL:RBOBR:2025:5540
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking alcoholwetvergunning wegens slecht levensgedrag leidinggevende in horecabedrijf
Verzoeker, eigenaar van een horecabedrijf, kreeg in 2020 een alcoholwetvergunning en een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten. Na incidenten, waaronder een gewelddadig voorval op 7 december 2024 waarbij de leidinggevende betrokken was, trok de burgemeester op 12 maart 2025 de vergunningen in wegens slecht levensgedrag van de leidinggevende.
Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening, die eerder werd afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester aannemelijk heeft gemaakt dat de leidinggevende zich schuldig maakte aan buitensporig geweld, ondersteund door getuigenverklaringen en camerabeelden. Het gedrag van de leidinggevende voldoet niet aan de eisen van goed levensgedrag zoals gesteld in de Alcoholwet.
De voorzieningenrechter wijst verzoekers betoog over een hogere bewijsmaatstaf af en bevestigt dat de burgemeester terecht de vergunningen introk. Ook het beroep tegen deze intrekking wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.